Chirac wil nieuw museum; Een 'grand projet' voor de hele mensheid

ROTTERDAM, 11 OKT. De Franse president Jacques Chirac heeft deze week besloten dat Parijs een nieuw en groot museum krijgt voor 'les arts premiers', de culturen van Afrika, Oceanië en Zuid-Amerika

In het kader van dit presidentiële 'grand projet' worden de gebouwen van het Musée de l'Homme en het Musée de la Marine, beide gelegen bij het Trocadéro, daarvoor vrij gemaakt. Het museum moet in het jaar 2002 gereed zijn en het zal dan op steenworp afstand liggen van het Musée Guimet, gespecialiseerd in aziatica, dat eveneens grondig gerenoveerd zal worden.

Chirac, een liefhebber van niet-westerse kunst, met name uit Afrika, vindt dat Frankrijk dit continent in cultureel opzicht verwaarloosd heeft. Enige maanden geleden al maakte hij bekend dat het Louvre voor Afrika, maar ook voor andere dan westerse culturen ruimte dient vrij te maken, want dit museum “kan niet zomaar zeventig procent van de mensheid negeren”, aldus de president.

Inmiddels is dat idee nu verlaten voor het veel ambitieuzere plan voor La Musée des civilisations et des arts premiers. Daartoe wordt een bedrag van ongeveer 350 miljoen gulden beschikbaar gesteld.

“Vermoedelijk te weinig”, aldus het Franse dagblad Le Monde woensdag in zijn hoofdartikel. Voor een nieuwe behuizing van het Musée de la Marine, voor de aankoop van 'missing links' in de betrokken etnografica-collecties, voor de verbouwings- en verhuizingsoperatie en met name voor de nog op te leiden experts is veel meer geld nodig.

Ondanks het plan voor dit nieuwe museum is het Louvre nog niet helemaal van Chirac af. Het dient in de toekomst hoe dan ook zijn Salle des Sessions, nu een tekeningenkabinet, voor 150 tot 200 etnografische topstukken te reserveren.

Protesten van Louvre-directeur Pierre Rosenberg mochten niet baten. “Het Louvre is meer dan een museum, het is een symbool van de mensheid”, zo reageerde de Franse minister van cultuur Philippe Douste-Blazy.

Het nieuwe museum zal de etnografica-afdelingen van het Musée de l'Homme huisvesten en de collectie van het Musée des arts d'Afrique et d'Océanie dat nu nog aan de Avenue Daumesnil, aan de rand van het stadscentrum, ligt. Beide musea leiden nu een nogal stoffig, slaperig bestaan.

Het Musée de l'Homme levert 250.000 voorwerpen in en het andere museum draagt zijn 24.000 stukken bij. Ook westerse kunst van vóór de middeleeuwen en zeer vroege Aziatische kunst, die in het Musée Guimet ontbreken, zullen er onderdak vinden.

Afgezien van het boze Musée de la Marine, dat zijn behuizing in het Palais de Chaillot aan het Trocadéro niet wil verlaten en zijn fragiele scheepsmodellen door verhuizingen geen risico wil laten lopen, afgezien van het even boze Musée de l'Homme dat zijn collecties niet wil afstaan, ontmoet Chirac ook veel weerstand uit andere kringen. Want de president heeft een oude strijd aangewakkerd tussen de etnologen en de estheten, tussen de volkenkundige musea en de kunstmusea. Etnografica is geen kunst, maar kunstnijverheid, beweert de ene groep. Het gaat om gebruiksvoorwerpen of om objecten met een rituele of religieuze betekenis. De kennis die een interdisciplinair instituut als het Musée de l'Homme daarover heeft vergaard op maatschappelijk, biologisch en cultureel gebied zal naar de achtergrond verdwijnen als de stukken straks uitsluitend om hun esthetische waarde tentoongesteld gaan worden. Ze zullen degraderen tot illustraties van onbekende culturen, is de angst.

Hoe laat zich een paneel uit de renaissance, vergelijken met een ritueel masker? Welke artistieke criteria moeten er straks worden gehanteerd? Zal er een kunsthistoricus, een prehistoricus, een antropoloog of een etnoloog straks tot directeur worden benoemd?

Hoeveel andere vragen er ook zullen volgen, Chirac houdt vast aan zijn omstreden 'grand projet', dat hij na de monumenten van het Mitterrand-tijdperk voor zichzelf kan oprichten. Hij zal zich herinneren hoeveel weerstand aanvankelijk andere 'presidentiële piramiden', zoals Centre Beaubourg, de Bibliothèque Nationale en de Opéra Bastille, hebben opgeroepen.