Chinese Partij herstelt 'geestelijke rijkdom' in ere

PEKING, 11 OKT. Chinezen uit het hele land behoren het inmiddels te weten: op bus 21, Peking Centrum-Peking West, werkt Miss China. Maar met schoonheid heeft haar roem niets van doen. Li Suli, de 34-jarige kaartjesverkoper van de lijndienst, is het evenbeeld van goed fatsoen en onbaatzuchtigheid. Althans, dat beweren China's propagandamakers die Li vorige week het middelpunt maakten van de campagne voor herstel van 's lands 'geestelijke beschaving'.

Groot stond haar foto op de voorpagina van diverse landelijke dagbladen en ook de nationale televisie heeft er de afgelopen week dagelijks aandacht aan besteed. Want hoewel Li een doorsnee burger is met een doorsnee baan voldoet zij volledig aan hetgeen de communistische partij in gedachte heeft bij een ideale toegewijde dienstverlener.

Hier is geen sprake van een onbeleefde, nietsontziende egoïst die uitsluitend uit is op het eigen winstbejag. Neen, Li is het soort modelburger waaraan de communistische partij refereert in haar slotresolutie, die gisteren tijdens de zesde plenaire vergadering van het centraal comité van de partij, unaniem werd aangenomen. De aanwezigen waren het er allen over eens dat economische vernieuwing niet ten koste mag gaan van orthodoxe socialistische waarden.

Het hoofdthema van de plenaire vergadering, een jaarlijks terugkerende besloten bijeenkomst waar de politieke speerpunten voor de toekomst worden bepaald, had dit keer, in tegenstelling tot de voorgaande jaren, een ideologisch karakter. Volgens partij-ideologen, onder aanvoering van president en partijchef Jiang Zemin, was dat ook de hoogste tijd. Want na zeventien jaar van economische open-deurpolitiek en hervormingen, zijn, aldus de ideologen, de normen van goed socialistisch fatsoen vrijwel geheel uit de Chinese samenleving verdwenen.

De berichten over de toename van corruptie en criminaliteit zijn zo schrijnend en de massale ontevredenheid daarover is zo groot, dat de communistische partij nu formeel heeft besloten de 'geestelijke beschaving' weer terug te brengen in de maatschappij. Het Chinese volk moet leren dat het in orde is te streven naar materiële rijkdom, zolang het belang van de geestelijke rijkdom niet uit het oog wordt verloren.

Maar op welke manier dat dient te gebeuren is niet geheel duidelijk. Jiang Zemin heeft tijdens de politieke campagne die aan de partijbijeenkomst is voorafgegaan herhaaldelijk benadrukt dat kaders meer dienen te studeren. Via zijn 'praat politiek'-campagne, waarin ambtenaren wordt opgedragen onderling te discussiëren over ideologische kwesties, zou het communistisch kader, dat getroffen is door de 'gesuikerde kogels van het kapitalisme', weer op het rechte pad gebracht kunnen worden.

De gewone burger dient zich onderwijl te meten aan de vele modelhelden die het propaganda-apparaat de afgelopen maanden heeft opgehoest. Want, aldus het Volksdagblad over buskaartjesverkoper Li Suli, die door haar collega's tot 'de engel van meelevendheid' is betiteld, “leren van Li leidt tot geestelijke rijkdom”.

Pagina 5: Nieuwe Chinese helden slaan nog niet aan

Wang Dianqing, directeur van het Instituut voor normen- en waardenstudies in Peking, gelooft dat modellen de redding zijn voor China's ideologische toekomst. “De modelarbeiders verbeelden het gedrag dat vroeger, in de jaren vijftig, vanzelfsprekend was. Maar de Culturele Revolutie [de desastreuze politieke campagne waarbij werd afgerekend met al het traditionele en intellectuele erfgoed red.] heeft daar subiet een einde aan gemaakt.” Wang is van mening dat daar de teloorgang van de publieke moraal uit voort is gekomen. “Daarom zijn we opzoek gegaan naar nieuwe modelburgers. De bevolking heeft grote behoefte aan richting.”

Maar ondanks de overvloed van aandacht die 's lands nieuwe helden de afgelopen weken hebben gekregen - het Chinese nieuws besteed sinds 1 oktober dagelijks een halfuur aan de 'geestelijke beschaving' van modelarbeiders - slaat de campagne niet aan. De meeste Chinezen, die zonder meer gevoelig zijn voor politieke maatregelen die een einde kunnen maken aan de toenemende onveiligheid in de Chinese samenleving, beschouwen de rolmodellen slechts als erfstukken van het Chinees revolutionair verleden.

Jaar in jaar uit werd tijdens ideologische scholing-campagnes de fictieve held Lei Feng van stal gehaald - de gevierde modelsoldaat die geliefd was wegens zijn filantropische houding en die begin jaren zestig werd vermorzeld door een omvallende telefoonpaal. Het enige verschil met Lei, zo menen velen, is dat de helden van nu nog leven.

Ook Liu Junning, verbonden aan de Chinese academie voor sociale wetenschappen, verzet zich tegen het belang dat de Chinese autoriteiten hechten aan rolmodellen. “Modellen kun je toepassen op een modelsamenleving. Een maatschappij zoals die volgens de communistische planeconomie was bedoeld”, schreef hij afgelopen maand in het Chinese blad Legal Daily. “Maar van een dergelijke samenleving is de afgelopen jaren geen sprake.”

Liu beschuldigt het Chinese leiderschap indirect van hypocrisie wanneer hij zegt dat beloftes aangaande sociale zekerheden en pensioenen - stabiliserende maatregelen die volgens Liu leiden tot de ontwikkeling van een 'geestelijke beschaving' - alleen dan wat voorstellen, wanneer daar ook daadwerkelijk geld voor beschikbaar is. “Economische rijkdom is de absolute voorwaarde voor de ontwikkeling van een gezonde moraal. Armoede leidt enkel tot de vervaging van het normbesef”, aldus Liu in zijn artikel.

Een aantal conservatieve communisten is echter van mening dat uitgerekend de markteconomische hervormingen, waar Liu zoveel belang aan hecht, de achterliggende oorzaak zijn voor het moreel verval in de samenleving. De kleine, maar invloedrijke groep bestrijdt indirect het tempo en de omvang van de door Deng Xiaoping geïnitieerde markthervormingen en laat die onvrede ook steeds duidelijker horen. Zo circuleerde eind vorig jaar een anoniem essay onder hoge partijkaders, waarin werd gewaarschuwd voor de ondermijnende kracht van het kapitalisme.

In de zogenaamde '10.000-woordenbrief', waarschijnlijk van de hand van de voormalige propagandachef en aartsconservatief Deng Liqun, staat dat de volksrepubliek zich in de gevaarlijkste fase van haar bestaan bevindt. “De kapitalistische klasse zal zich actief mengen in de machtsstrijd binnen de partij. Zij zullen hervormers die de kapitalistische weg bewandelen steunen en verwoestend optreden zodra daarvoor de juiste condities geschapen zijn”, aldus de brief.

Ondanks het feit dat de anonieme brief is geschreven door een ogenschijnlijk uiterst dogmatische communist, spreekt de gedachte een veel breder publiek aan binnen de samenleving. Zowel partijmoralisten, die zich opwinden over de toenemende sociale instabiliteit, als conservatieve economen, die zorgen hebben over het verzwakte centrale bestuur, maar ook militaire haviken, die vrezen voor de binnenlandse veiligheid door de invloed van het Westen, kunnen zich vinden in de inhoud van de '10.000-woordenbrief'.

Het is deze veelheid aan invloedrijke en minder invloedrijke meningen waar Jiang Zemin in de formulering van zijn partijbeleid rekening mee dient te houden. Buitenlandse waarnemers geloven dan ook dat het congres dat deze week heeft plaatsgehad, een weloverwogen poging is van Jiang om de links conservatieve vleugel binnen de samenleving tegemoet te komen, zonder de economische hervormingen te veel geweld aan te doen.

De vraag blijft echter of Jiang, nu het congres is beëindigd, in staat zal zijn, met zijn campagne voor de ontwikkeling van de 'geestelijke beschaving', de onrust binnen de partij en de maatschappij te sussen. Want voorlopig staan de pagina's van China's kranten nog vol met verhalen die anderszins suggereren. De tragische geschiedenis van het zesjarig jongetje in de provincie Guizhou, dat afgelopen zomer verdronk omdat omstanders het niet eens konden worden over het uit te betalen loon voor de potentiële redder, staat velen in China in het geheugen gegrift. Hoeveel modelarbeiders zouden nodig zijn om dergelijk gedrag te lijf te gaan?