Alex Zülle toont kracht van Zwitserse wielersport

Alex Zülle won gisteren de tijdrit bij het wereldkampioenschap. Tony Rominger werd derde. Zwitserland telt slechts 51 beroepsrenners. Hoe een kleine natie kan uitblinken in de wielersport.

LUGANO, 11 OKT. Het Zwitserse volkslied had nog niet geklonken of Alex Zülle stond huilend op het erepodium. Hij had zich nog zo voorgenomen niet in tranen uit te barsten, maar de emoties werden hem al snel te machtig. Zülle werd hartstochtelijk toegejuicht door de duizenden supporters die het slechte weer in Lugano hadden getrotseerd. Zijn landgenoot Tony Rominger keek tevreden om zich heen. Hij kwam twee tellen tekort voor een zilveren medaille, die nu voor de Engelsman Chris Boardman was wegggelegd.

Twee Zwitsers op het erepodium, het is eerder regel dan uitzondering. Na afloop van de Ronde van Spanje stonden eind september drie Helveten op de hoogste treden. In Madrid werden Zülle en Rominger bijgestaan door Laurent Dufaux, die eerder dit seizoen in de Tour de France had verbaasd met een vierde plaats. De 27-jarige Dufaux ontbrak gisteren in de tijdrit, aangezien elk land slechts twee specialisten mocht aanwijzen.

In Zwitserland zie je weinig gewone fietsers, gehinderd als ze worden door het geaccidenteerde landschap. De vele bergen en dalen zijn echter uitermate geschikt voor een toekomst als broodrenner. Na jaren van kommer en kwel kan Zwitserland zich het laatste decennium eindelijk weer meten met de traditionele wielerlanden als Italië, Spanje en Frankrijk. Olympisch kampioen Pascal Richard en Mauro Gianetti, een specialist in eendaagse wedstrijden, completeren het bovengenoemde rijtje favorieten. Richard heeft na Atlanta een vervroegde winterpauze ingelast en ontbreekt in Lugano. Gianetti geldt als een van de grote favorieten voor de wegwedstrijd van aanstaande zondag. Hij heeft zijn hele seizoen afgestemd op het WK in zijn geboorteplaats.

Volgens P. Duboulox, vice-voorzitter van de nationale wielerbond, zijn de Zwitserse successen een gevolg van een gericht jeugdplan. “Wij werken keihard aan een goede basis. De opleidingen zijn over het hele land verspreid. Bovendien hebben we te maken met een talentvolle lichting. Wielrennen bestaat uit golfbewegingen. Landen als Nederland en België doen het nu wat minder. Wij hadden in de jaren zestig en zeventig een mindere periode.”

Ferdi Kübler en Hugo Koblet behoorden na de Tweede Wereldoorlog tot de wereldtop. 'Dolle Ferdi', de man met de indrukwekkende neus, won in 1950 de Tour de France. Een jaar later werd hij wereldkampioen. Hij heeft nog steeds geen troonopvolger gekregen. 'Mooie Hugo', de man met de golvende haardos, won de Tour in 1951. Ook hij heeft nog steeds geen opvolger gekregen. In de Franse ronde grossieren de Zwitsers in tweede plaatsen. Het hoogste platform, het hoogtepunt in de wielersport, is de laatste 44 jaar onbereikbaar gebleven.

Na het tijdperk van Kübler en Koblet, die voor een korte maar hevige populariteit hadden gezorgd, was het langere tijd stil rond de Radsport. Het publiek raakte meer geïnteresseerd in skiën, voetbal en ijshockey. Alleen de Ronde van Zwiterland bleef interessant voor de verstokte liefhebbers. In de nationale omloop stonden zelfs in de mindere jaren miljoenen mensen langs de kant.

Oscar Plattner, een voormalige grootheid op de piste, wordt door de meeste ingewijden als de vader van de wederopstanding genoemd. Hij heeft het fietsen geïntroduceerd op de sportacademie in Macolin, waar jonge talenten werden aangespoord meer tijd te investeren in het wielrennen. Vanuit Macolin werden de beloften vervolgens klaargestoomd bij de betreffende amateurclubs in alle uithoeken van het land. Taalproblemen werden nooit als hinderlijk ervaren. De meeste sporters spreken dezelfde wielertaal.

Een andere verklaring voor het huidige succes is Paul Köchli, die als ploegleider van Helvetia in de laatste jaren tachtig onder anderen Richard, Dufaux en Gianetti begeleidde. Köchli maakte gebruik van geavanceerde trainingsmethoden. De meeste coureurs die bij Helvetia onder zijn hoede reden, spreken nog steeds vol lof over zijn begeleiding.

Met het verdwijnen van Helvetia verdween in 1992 de laatste geldschieter in de Zwitsere wielersport. De meeste bedrijven doen aan event sponsoring en zien geen heil in het steunen van een professionele wielerploeg. Met als gevolg dat de topcoureurs zich bij verschillende buitenlandse ploegen hebben aangemeld. Dufaux en Richard rijden volgend jaar voor een Franse sponsor, Zülle rijdt in Spanje, Rominger en Gianetti rijden in Italiaanse dienst.

Natuurlijk speculeren de media regelmatig over een Zwitsers getinte formatie, die alle toppers zou moeten samenbrengen. De renners zelf maken zich niet erg druk. Sterker nog, ze verklaren hun succes voor een belangrijk deel aan de uitstekende begeleiding bij de buitenlandse sponsors. Zülle zweert bij ploegleider Saiz van Once, zoals hij gisteren na afloop van zijn gewonnen tijdrit weer eens kenbaar maakte. En Rominger werkt bij Mapei nauw samen met de Italiaanse wonderdokter Ferrari.

Behalve Gianetti worden alle Zwitserse veelverdieners financieel geadviseerd door sportmakelaar M. Biver, die faam verwierf als adviseur van de Zwitserse skikampioen Zurbriggen. Biver heeft een markt geschapen voor de nationale wielertop. Hij maakte van Rominger een fietsende reclamezuil en heeft met Zülle dezelfde plannen. Dankzij Biver heeft Rominger zijn naam verbonden aan allerlei artikelen: een fietshelm, een fietsbril, een schoenenmerk, een hartslagmeter, enzovoorts.

Net als Nederland kampt Zwitserland met een gebrekkige sportcultuur. In tegenstelling tot de opvoeding in Italië en Spanje wordt in de meeste Zwitserse families nog altijd meer belang gehecht aan een maatschappelijke carrière dan aan een sportloopbaan. De talentvolle jeugd moet eerst naar school of in militaire dienst. Gevolg is dat de meeste jongens zich pas op hun 24ste volledig met fietsen gaan bezighouden. Gevolg is ook een achterstand op de leeftijdgenoten uit de grote wielerlanden.

De 32-jarige Gianetti beschouwt het juist als een voordeel dat hij pas op een gevorderde leeftijd is doorgebroken. Hij onderscheidde zich vorig seizoen met overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik en de Amstel Goldrace. “Wij zijn op latere leeftijd nog niet opgebrand.” Hij verwijst naar de 35-jarige Rominger, een voormalige boekhouder die nog altijd zeer ambitieus is. Met zijn bronzen plak kon Rominger gisteren best tevreden zijn. Hij stopte de medaille nonchalant in zijn broekzak en blikte alsvast vooruit op de dag van zondag.

Samen met Zülle, Gianetti en Dufaux krijgt hij de status van beschermde renner in de Zwitserse ploeg. Zülle lijkt nog beter in vorm, maar hij wil zich niet opdringen als kopman. Hij is al dolgelukkig met zijn eerste regenboogtrui. “In eigen land een wereldtitel winnen is een zeer groot geschenk. Ik ben een overgelukkig mens, maar misschien ben ik na zondag nog gelukkiger. Een tijdrit is net een marathon. Ik heb de komende dagen hard nodig om te herstellen. We zien wel wat er komen gaat.”