Aan de controle van 'groene fondsen' zitten nog veel haken en ogen; Milieukeur wijst de weg in een labyrint

Een steeds groter deel van de twee miljoen katten in Nederland doet zijn behoefte op milieuvriendelijke korrels, maar het marktaandeel van andere produkten met een milieukeur is nog te verwaarlozen en groeit traag. De stichting Milieukeur probeert de consument een weg te wijzen in het labyrint van emblemen, vignetten en reclametaal door een groeiend aantal produkten van haar officiële merkteken te voorzien, na strenge screening.

Neem zoiets simpels als kattenbakvulling. De korrels waarin het dier zijn behoefte doet, bestaan doorgaans uit een klei-achtige substantie, die via mijnbouw, vaak in open groeven, wordt gewonnen en daarmee afbreuk doet aan natuur en landschap. Maar er zijn ook milieuvriendelijke korrels, samengeperst uit reststoffen die bij diverse produktieprocesen vrijkomen, bijvoorbeeld houtvezels en papierslib. Dit soort kattenbakvulling draagt tegenwoordig een officieel erkend keurmerk, gevormd door een hand die een stempel vasthoudt en het woord 'milieukeur'.

Dierenspeciaalzaken en supermarkten die korrels onder dit logo verkopen, noteren een opvallende stijging van hun omzet in het bewuste artikel. Het marktaandeel van de milieuvriendelijke variant is zelfs gestegen van 2 procent in 1994, toen het certificaat werd toegekend, naar circa 10 procent nu. Mevrouw H.G.M. Giezeman, directeur van de Stichting Milieukeur in Den Haag, beschouwt dit als een redelijk succes van haar organisatie, die in 1992 tot stand kwam als uitvloeisel van het Nationaal Miliebeleidsplan van de regering. “Kattenbakvulling is nu eenmaal een veel verkocht artikel in een land met twee miljoen katten, zeker in de grote steden, waar zoveel mensen geen tuin hebben.”

Produkten die voor de milieukeur worden voorgedragen ondergaan een uitgebreide screening, die zich laat samenvatten onder de term “van de wieg tot het graf”. Directeur Giezeman: “Dat wil zeggen dat alle stadia, van grondstofwinning via halffabrikaat en gereed produkt tot en met de gebruiks- en afvalfase en het transport voortdurend inbegrepen, in een nauwgezet onderzoek aan de orde komen. Daarbij rijst steeds dezelfde vraag: in hoeverre wordt hier de milieubelasting, zoals de uitstoot van gevaarlijke stoffen, teruggedrongen?” Bij kattenbakvulling is behalve de grondstof vooral de afvalfase van belang. Giezeman: “Gebruikte korrels met ons keur kunnen volgens de richtlijnen van het ministerie van VROM zonder bezwaar bij het groente-, fruit- en tuinafval, waar ze compost van maken. Korrels van klei mogen per se niet in de groene bak. Jammer alleen dat lang niet alle gemeenten het ministeriële standpunt delen. Uit angst voor vervuiling van het gft-afval worden ook onze korrels regelmatig geweigerd en dat vinden we natuurlijk onterecht.”

Vier jaar nadat de stichting haar werk begon, telt Nederland zestig produkten die de milieukeur dragen. Ze zijn te verdelen over dertien zogeheten produktgroepen in de afdelingen food en non-food. De sector non-food bestaat uit schrijfpapier, schrijfgerei, kopieerpapier, ordners, ringbanden, stoelen, toiletpapier en kattenbakvulling. Bij food (pas sinds vorig jaar in het assortiment) gaat het om consumptie-aardappelen, appels en peren, tarwe, brood en paprika. In vrijwel alle gevallen geven de omzetten van artikelen mèt keur een langzaam stijgende lijn te zien, maar hun marktaandeel is in het algemeen nog te verwaarlozen. Dat bedraagt (met uitzondering van de kattenbakvulling) hooguit enkele procenten.

Via een college van deskundigen en raad van toezicht wordt het fenomeen milieukeur gesteund en gepropageerd door uiteenlopende maatschappelijk/ economische groepen als consumenten- en milieu-organisaties, producenten en detailhandel, terwijl ook de rijksoverheid partij is. De politieke waardering voor het verschijnsel loopt uiteen. Minister De Boer (VROM) stelde in een brief aan de Kamer eenvoudig vast: “De milieukeur geeft consumenten de mogelijkheid om bij de aanschaf van produkten het milieu te laten meewegen in hun keus.” Kamerlid M. Vos (GroenLinks) klaagde in een interview over de trage voortgang van het certificatieproces: “Het bedrijfsleven is blijkbaar niet erg happig op de milieukeur.” Haar collega J. te Veldhuis (VVD): “Naar mijn indruk gaat het nog te veel over details. Ik pleit ervoor dat we eerst moeten gaan kijken naar naar volumineuzer gebruiksgoederen als bruin- en witgoed, auto's en pc's.” Een opgetogen geluid kwam van T. Wams (Milieudefensie) “Wie een produkt met milieukeur koopt, verschaft zich het neusje van de zalm.”

Met de instelling van het officiële stempel werd destijds onder meer beoogd de wildgroei aan milieulogo's en -kreten tegen te gaan. Een nobel streven, want er zijn nogal wat van die uitingen in woord en beeld, zodat de gemiddelde consument die dit wereldje betreedt, al gauw het spoor bijster raakt. De lettercombinatie EKO staat vermeld op voortbrengselen van de biologische land- en tuinbouw, waar het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest strikt verboden is. Het predikaat wordt verleend door de stichting Skal, een van regeringswege aangewezen controle-orgaan voor dit soort alternatieve produkten.

EKO kan vergezeld gaan van de term 'Demeter', die duidt op een biologisch-dynamische afkomst van het bewuste voedingsmiddel. Hier heeft men te maken met een tak van de antroposofische beweging, die aan de milieuvriendelijke agrarische bedrijfsvoering een metafysisch element toevoegt: dat van kosmische krachten, die op plant, dier en bodem inwerken.

Unilever, 's werelds grootste leverancier van diepvriesvis, wil samen met het Wereldnatuurfonds een 'groen' keurmerk invoeren voor produkten afkomstig van duurzame visserij, duurzaam in die zin dat de betrokken visgronden ecologisch verantwoord worden beheerd, dus het tegendeel van roofbouw. Sinds kort bestaat er al een dergelijk keurmerk voor 'natuurlijk tuinieren', ontwikkeld onder auspiciën van de landelijke organisatie voor amateurtuinders.

Naast dat alles is er het logo van Max Havelaar (een boer met een baal koffie op zijn rug) op pakken koffie en cacao ten teken dat hiervoor een eerlijke prijs wordt betaald aan telers in de Derde Wereld. Dit solidariteitsmotief gaat vaak gepaard met een ecologisch argument: er wordt ook aan natuurherstel gedaan. Zie bijvoorbeeld het koffiemerk Café Forestal uit Costa Rica, waarvan de extra 'opcenten' ten goede komen aan herbebossing in dit Middenamerikaanse land.

Wat Nederland betreft zijn er ook regionale initiatieven te melden. Een groep 'natuurlijke' agrariërs op de Waddeneilanden gaan hun boter, kaas, honing en jam voortaan verkopen onder de gezamenlijke noemer 'Waddenprodukt', voorzien van het EKO- of Demeter-label. Een gangbare aanduiding voor artikelen zonder schadelijke chloorfluorkoolwaterstoffen luidt 'CFK-vrij'. 'Chloorvrij gebleekt' valt in dezelfde sfeer. Iedereen mag bovendien naar eigen goeddunken woorden als 'natuurlijk' en 'milieuvriendelijk' op zijn produkt zetten, wat in feite niets betekent, omdat die termen geen wettelijke bescherming genieten.

In dit labyrint van emblemen, vignetten en andere reclametaal probeert de Stichting Milieukeur voor de consument een weg te banen door een groeiend aantal artikelen van haar officiële merkteken te voorzien. Daarbij wordt volgens directeur Giezeman allereerst, maar niet uitsluitend, op de milieutechnische voordelen van zo'n artikel gelet. “We kijken ook naar de functionaliteit, die vergelijkbaar moet zijn met die van andere, niet gecertificeerde produkten in dezelfde sector. Ook de prijs moet vergelijkbaar zijn; die mag een paar procent verschillen, naar boven of beneden, maar niet te veel.”

Met een reeks voorbeelden uit het bestaande assortiment toont ze aan hoe de voornaamste eis - “winst voor het milieu” - gestalte krijgt. Toiletpapier met milieukeur is gemaakt van 100 procent oud papier, waarvan minimaal 55 procent ongesorteerd is ingezameld bij huishoudens. “Het gebruik van een laagwaardige grondstof ligt voor de hand”, aldus Giezeman, “omdat toiletpapier per definitie een afvalprodukt is.” Daarnaast is het water- en energiegebruik bij de fabricage aan strenge voorwaarden gebonden en mogen geen bleekmiddelen en optische witmakers worden gebruikt.

De produktgroep stoelen is tot op heden vertegenwoordigd met één exemplaar: de Picto-bureaustoel van de Duitse leverancier Wilkhahn. Het meubelstuk, in gebruik bij onder andere het ministerie van VROM, kreeg de milieukeur omdat er bij de fabricage aanmerkelijk aan materiaal en energie wordt bespaard, terwijl een kapotte stoel zich makkelijk laat repareren. “En dat blijkt ook nog uitstekend samen te gaan met goede vorm en functionaliteit”, aldus Giezeman.

De afdeling schrijfpapier omvat schriften, schrijf- en flipover-bloks. Ook hier geldt als eis dat uitsluitend oud papier als grondstof wordt gebruikt, zodat de fabricage geen extra bomen hoeft te kosten. Schrijfblokken met ringband genieten de voorkeur, omdat de vellen van zo'n blok zich eenvoudig aan twee kanten laten beschrijven. Bij zogeheten 'kopgebonden' blokken gaat dat veel moeilijker. Schrijfmiddelen als balpennen, vulpennen, rollers en fineliners komen in aanmerking voor de milieukeur als ze navulbaar zijn, wat scheelt in de hoeveelheid materiaal en afval. De toepassing van pvc (polyvinylchloride) in de pennen is niet toegestaan.

Aanvankelijk kwamen slechts non-food-produkten voor het landelijk predikaat in aanmerking, maar dat veranderde onder de “stimulerende invloed” (Giezeman) van het Centrum voor Landbouw en Milieu in Utrecht. September vorig jaar werden in de sector 'food' als eerste consumptie-aardappelen aan het pakket toegevoegd. Milieuwinst wordt hier geboekt door het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en meststoffen (stikstof en fosfaat) bij de teelt aan strenge limieten te binden of in sommige gevallen te verbieden. Op het ogenblik telt Nederland 600 hectare land (één procent van het totale aardappelareaal) waar de pieper met milieukeur tot wasdom komt. De biologische landbouw (geheel zonder gif) voegt er eenzelfde oppervlak aan toe. Samen een nog marginaal marktaandeel, maar volgens de stichting zit de groei erin.

Recente aanwinsten in de voedselsfeer zijn paprika, appels en peren. Ook hier wordt het gebruik van chemicaliën tegen ziekten en plagen aan banden gelegd. Biologische bestrijding is verplicht, wat bijvoorbeeld betekent dat de kweker onschadelijke insecten in de strijd moet werpen tegen schadelijk gedierte.

Sinds medio dit jaar ligt in enkele honderden winkels, verspreid over de Randstad, brood met milieukeur in de schappen: Polderbrood en Moermanbrood. Het is gemaakt van tarwe die reeds het stempel van de stichting meekreeg of van biologisch geteeld graan.

Diverse produkten, vooral non-food, staan op de nominatie of komen in aanmerking voor de milieukeur. Het betreft textiel in het algemeen en kleding in het bijzonder, schoeisel, koffiefilters, aluminium jaloezieën, betontegels, etiketten, autoreinigingsmiddelen en zelfs autowasstraten. Ze hebben de eindstreep (het certificaat) nog niet gehaald, maar zijn in elk geval op weg.

Een problematische categorie bestaat uit 'groene' beleggingsfondsen, die de aangeboden financiën in milieuvriendelijk projecten steken, onder meer windmolenparken en natuurterreinen. Voor deze fondsen zijn eind 1994 al voorlopige eisen vastgesteld, maar toen die bij geïnteresseerde partijen op hun uitvoerbaarheid werden getoetst, stokte de procedure. Directeur Giezeman: “Er zitten nog te veel haken en ogen aan, vooral op het punt van de controleerbaarheid en de meetbaarheid. Hoe stel je vast wat de feitelijke miliewinst van zulke beleggingen is? Daar blijkt de schoen hevig te wringen.”