Verzet tegen pensioenplan kabinet-Kok

DEN HAAG, 10 OKT. De Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen (VB) verzet zich tegen de voorstellen van het kabinet voor een goedkoper pensioensysteem. Voorzitter H. Peperkamp presenteert vanmiddag een lijst van zeven verkeerde veronderstellingen over pensioenen die het kabinet hanteert.

Het kabinet-Kok wil overschakelen van het huidige eindloonsysteem, waarbij het pensioen 70 procent bedraagt van het laatst verdiende loon, naar een middelloonsysteem, waarbij pensioenaanspraken worden gerelateerd aan het gemiddeld tijdens de loopbaan verdiende inkomen. Die verandering is volgens de bedrijfspensioenfondsen helemaal niet zo voordelig als het kabinet denkt. De Vereniging vertegenwoordigt pensioenfondsen voor complete bedrijfstakken, zoals de bouw.

De angst voor toekomstige onbetaalbaarheid van het aanvullende pensioen is volgens Peperkamp “ongegrond”. In de kabinetsnota Werken aan zekerheid, die met Prinsjesdag werd gepresenteerd, gaat het kabinet op termijn uit van minimaal een verdubbeling van de pensioenpremie als percentage van het bruto loon. De precieze stijging hangt onder meer af van de veronderstelde ontwikkeling van de lonen en de rendementen van pensioenfondsen.

Het nieuwe systeem kan ook tot hogere looneisen leiden, zo wordt gesuggereerd. Daarvan zal sprake zijn als werknemers door het kabinet gedwongen worden om uit te wijken naar individuele pensioenarrangementen, zoals het afsluiten van koopsompolissen. Volgens de pensioenfondsen zijn de mogelijkheden tot individueel bijverzekeren beperkt.

Volgens de bedrijfspensioenfondsen gaat het kabinet uit van te lage beleggingsresultaten. Het kabinet houdt slechts rekening met de rendementen op obligaties, terwijl de bedrijfspensioenfondsen een belangrijk deel van hun portefeuille (45 procent) hebben belegd in zakelijke waarden: aandelen en onroerend goed. Bovendien heeft volgens de VB jarenlange loonmatiging direct geleid tot lagere pensioenkosten. Als de sociale partners in de toekomst net zo kostenbewust zijn, hoeft het kabinet zich volgens de VB geen zorgen te maken over de betaalbaarheid van het aanvullend pensioen in de toekomst.

De Vereniging wijst er in een vanmiddag te presenteren perspublicatie verder op dat de uiteindelijke pensioenuitkomsten in de praktijk helemaal niet zo riant zijn. Het gemiddelde aanvullende pensioen dat in 1994 door bedrijfspensioenfondsen (exclusief het ABP) werd uitgekeerd bedroeg 5.300 gulden per deelnemer of nabestaande. Zuivere eindloonregelingen, waarbij pensioenaanspraken worden gerelateerd aan het laatstgenoten salaris voor pensionering, komen volgens de pensioenfondsen “niet of nauwelijks voor”. Daarmee vervalt volgens de pensioenfondsen de rechtvaardiging voor het kabinetsplan om pensioenpremies voor deze eindloonregelingen niet langer aftrekbaar te laten zijn voor de belasting.