SCHEDELBORING

De eerste hersenchirurgie dateert uit het stenen tijdperk. Medicijnmannen doorboorden de schedel bij levende personen, een zogenoemde trepanatie. Bekend is dat er patiënten zijn geweest die zulke operaties overleefden. Bij nogal wat gevonden schedels, zijn namelijk de randen van de perforaties stomp. Dat geeft aan dat er genezingsprocessen in het botweefsel hebben plaatsgevonden.

De plaatsen van de gaten duiden erop dat de operaties bijvoorbeeld het doel hadden hoofdpijn of epilepsie te verzachten. Ook is het mogelijk dat de sjamaan een kwellende geest uit de schedel wilde halen. De operatie was waarschijnlijk zowel ritueel als therapeutisch van aard. Ongetwijfeld zijn sommige chirurgen uit de prehistorie technisch zeer bekwaam geweest. Hun instrumenten bestonden uit stukken vuursteen met een scherp gemaakte rand.

In Afrika worden dit soort hersenoperaties nog steeds bedreven, getuige de foto's die de Nederlandse tropenartsen P. van den Hombergh en F. Froeling een paar jaar geleden maakten bij de stam van de Kisii in het zuidwesten van Kenia. Daarop is te zien hoe een 'omobari omotwe' (chirurg van het hoofd) bot wegschraapt. Het is voor de Kisii normaal om na het oplopen van hoofdletsel een dergelijke ingreep te ondergaan, vaak zelfs al voordat zich hoofdpijn heeft ontwikkeld. De operatie heeft mogelijk een verlichtend effect, bijvoorbeeld bij een naar binnengedrukt stukje schedelbot of een botontsteking.