Schats Diapason brengt de wereld in een nieuw tijdperk

Concert door Arion Ensemble en blazers van het Residentie Orkest, met Stefica Zuzek, harp. Werken van Schat, De Leeuw, Debussy, Prokovjef en Van Keulen. Gehoord 9/10 Nieuwe Kerk, Den Haag.

“Je kunt beter de dag zien aanbreken dan naar de Pastorale luisteren”, meende Debussy. Het zou een uitspraak kunnen zijn van Peter Schat, die verwantschap voelt met de Franse impressionist. Zo is Schats De hemel te beschouwen als een pendant van Debussy's La mer. Beiden koesteren een voorkeur voor muziek even natuurlijk en aangeboren als ademhalen. Debussy stelde over Javaanse musici: “Hun conservatorium is het eeuwige durende ritme van de zee en het geruis van de wind in de bladeren”, dergelijke natuurevocaties, zij het sterk gestileerd, vindt men niet alleen in de De hemel, maar ook in Schat's Een Indisch Requiem, dat op 25 oktober in premiere gaat, en in Diapason, dat gisteren als try-out werd gespeeld in de Haagse Nieuwe kerk.

Diapason, een stuk voor dertien musici, is bedoeld als muzikale opening van Nieuwsjaarsdag 2000. Het stuk moet beginnen als de eerste zonnestralen doorbreken boven de heilige berg de Hikurangi (Hemeleinde) in Nieuw-Zeeland. De compositie is op Internet te volgen. (www.waag.org.) Diapason gaat uit van en komt terug op de stemtoon A, die als een estafette zal worden doorgegeven voor steeds weer nieuwe composities, die samen vierentwintig uur duren.

Een wereldomspannende estafette-compositie kan alleen de giganteske Schat bedenken. Of Wagner natuurlijk. Diapason klinkt echter niet angstaanjagend Wagneriaans, eerder helder oplichtend in een blinkend schitterende zetting voor drie trompetten, drie saxofoons, drie trombones, fluit, hoorn, basgitaar en piano.

Het obsessieve, ceremoniële Diapason zou ook de Russische componist Skrjabin als peetvader kunnen hebben. Hij was een fantast die aan muziek niet genoeg had, en tonen met kleuren verbond. Schat en Skrjabin zijn daarin verwant.

Het stuk van Schat is een zwierig contrapunt van hoge blazers boven alternerende akkoordenblokken van laag koper. Het stuk is in een grote boogvorm gevat en betekent vooral een tour de force voor het hoge koper. Fascinerend is hoe de klankenstroom steeds weer uitkomt op één enkele toon, meestal in de fluit, zonder dat dit tot haast leidt.

Ontbreken in Diapason de strijkers, in Schat's Serenade voor twaalf musici uit 1984, waarmee het concert werd geopend, zetten ze de dubbele toon: enerzijds mechanisch, anderzijds teder en intiem in de sfeer van een avondschemering, als een klinkend gedicht van leven en liefde. Geen zoekende avantgarde, maar 'vindende' natuurevocatie.

Ideaal is de akoestiek in de Nieuwe Kerk niet. Voor strijkers gelukkiger dan voor blazers. Muzikale prestaties zijn er slecht te beoordelen, Geert van Keulen's 'Volharding'-achtig blazersgeweld verdronk in geluid. Met name de scherpte die is vereist voor zijn bewerking van Prokovjef's Vijf Sarcasmen opus.17 ging verloren. Beter klonk Debussy's Danse sacrée et danse profane met Stefica Zuzek als vooral sportieve soliste, want gezwijmel is aan haar niet besteed. “Zo natuurlijk als ademhalen”, zou Debussy ongetwijfeld hebben gezegd.