Ontwerpers zijn zuinig met stof

Milaan en New York mogen erg hun best doen, Parijs is nog altijd de onbetwiste hoofdstad van de mode. Jonge en gevestigde ontwerpers tonen er op dit moment hun nieuwe collecties voor de zomer van '97. Die zijn dit keer nog onthullender dan voorgaande jaren.

PARIJS, 10 OKT. “Wat doen we met de borsten. Laten we ze zien of niet?” Dit is de vraag die veel ontwerpers de afgelopen maanden moet hebben bezig gehouden. Een goede vraag, gezien het soort stof dat voor de mode van zomer '97 favoriet is. Op de catwalks in Parijs, waar de internationale mode-ontwerpers deze week hun nieuwste prêt-à-porter-collecties presenteren, klinkt geen geritsel of geruis, maar alleen nog het gefluister van meters voile, chiffon en gaas. Niet eerder zal mode zozeer het idee van 'de Kleren van de Keizer' hebben benaderd als bij deze wufte parade van doorkijkjes.

Van Martine Sitbon tot Dirk Bikkembergs, van Rifat Ozbek tot Christian Dior en Ann Demeulemeester, allemaal hadden ze de teerste stoffen gekozen voor hun topjes, bloezen, jurken, lange rokken en, in sommige gevallen, zelfs broeken. Bij het huis van Dior hield Gianfranco Ferre de zedelijkheid hoog en gebruikte voile slechts aan de achterkant van gilets en bloesjes. De Belgische Ann Demeulemeester had bij sommige gazen T-shirts gezorgd voor een ondoorzichtige 'ogenbalk' over de borsten. Maar meestal waren de naakte bovenlijven geheel te zien. In het geval van de met fonkelende stenen bezette truitjes van Martine Sitbon kregen de tepels van haar modellen zelfs een plaats in het patroon.

Gisteravond hield Rifat Ozbek, de Turks-Engelse ontwerper, zijn defilé in de befaamde nachtclub Moulin Rouge. Dat zijn kleren ragfijn en onverhullend waren, was in deze omgeving enigszins voorspelbaar. De compleet in zwart uitgevoerde collectie bestond voornamelijk uit jurken. Het zwarte gaas had een dambord-motief van doorzichtige en ondoorzichtige vlakken en brede, horizontale banen van verschillende soorten voile of was gespikkeld als een gestileerde flamencojurk. Mooi waren de soepel vallende halterjurken met diep décolleté en onder de kin gekruiste bandjes. Maar een groot deel van Ozbeks collectie was meer 'lingerie' dan 'kleding'. En te veel bloot slaat dood, zo bleek toen een model de catwalk op kwam in een jurk die pas onder de borsten begon.

Meester van de transparante stoffen toonde zich de Belg Dries van Noten. Van Noten presenteerde deze keer zijn zomerkleding in een verlaten treinremise aan de rand van de stad. De modellen moesten eerst een immense ruimte overbruggen voordat ze het publiek bereikten. En dat was maar goed ook, want zo viel er lang te genieten van het schouwspel van deze langgerekte mannequins in hun laag-over-laag kostuums. De belijning was smal van boven en wijd uitlopend van onder, zodat de soepele voile om hun voeten speelde alsof de vrouwen door de branding liepen.

Voor de kleuren heeft Van Noten zich dit keer laten inspireren door wat hij tegenkwam in India: kerriegeel, fuchsia, diep paars en patronen van henna-tatoeages - warmer dan de 'blauwen' van vorige zomer, toen hij water als thema had voor zijn collectie. Maar net als toen geldt: Van Notens kleren moeten bewegen. Dan wordt een strenge robe manteau een luchtig gewaad, en een blouse een vlindervleugel. De met gouddraad bestikte tuniek, de smalle broek met daarop een eenvoudige omslagjurk, de uitwaaierende slipdress tot op de wreef, ze waren van een ontroerende schoonheid.

De sensualiteit van de collecties die hier getoond worden is minder geraffineerd dan bij eerdere: ze wordt de toeschouwer in het gezicht geworpen - brutaal en naturel, want niet meer gemodelleerd door corset of wonderbra. Een van de weinigen die zich aan deze trend onttrekken is de Japanner Junya Watanabe. De aan het merk Comme Des Garçons verbonden Watanabe presenteerde een zedige serie. Zoals de Japanse ontwerpers eigen is wordt ook door Watanabe met stof 'gebeeldhouwd'. Door talloze parallelle naden krijgt een kledingstuk zijn vorm, die zich tijdens het dragen tègen het lichaam in beweegt. Soms werkt die tegendraadsheid grappig, met uitstulpende schoudernaden en ingestikte vouwen die uitstaande revers suggereren. Maar sommige kledingstukken ergeren, zoals de strakke windsels die aan de traditionele kimonodracht herinneren, en het bloesje dat alleen aan de achterkant mouwen lijkt te hebben en daardoor bij vooraanzicht het model heeft van een theemuts.

Met de opkomst van Milaan en New York als modesteden moet Parijs dezer dagen haar suprematie verdedigen. Maar al heeft Milaan tegenwordig de shows van populaire ontwerpers als Gucci en Prada, en New York die van Donna Karan, deze steden zullen niet snel de variatie in aanbod bereiken die Parijs biedt.

In Parijs bestaan de shows van experimentele ontwerpers en die van de meer gevestigden moeiteloos naast elkaar. Relatieve nieuwkomers als Martine Sitbon, Rifat Ozbek en Dirk Bikkembergs trekken een groot en fanatiek publiek. Maar ook de laatste show van Gianfranco Ferre voor Dior was afgeladen. Ferre gaat zich aan een eigen collectie wijden en zal bij Dior worden opgevolgd door John Galliano, nu van Givenchy. De ontroerde meester nam afscheid met een klassieke collectie - witte blouses en 'little black dresses', aan Diors eigen New Look - herinnerende jurken met strakke lijfjes en wijd opbollende rok. Aan het eind van het defilé strooiden danseresjes, gekleed als het balletmeisje van Degas, lelietjes-van-dalen uit over het publiek. Hier in Parijs is de lente alweer begonnen.