Militair beroep houdt risico's in

DEN HAAG, 10 OKT. Het militaire beroep betekent het lopen van risico. Bij de opleiding moet meer aandacht worden gegeven aan dat aspect van het beroep. Wordt dat bij de geherstructureerde krijgsmacht wel genoeg gedaan?

Dit vroeg luitenant-generaal Van den Breemen, chef Defensiestaf, zich gisteren af op de jaarvergadering van de Nederlandse Officieren Vereniging. Hij is van mening dat het begrip 'aanvaardbaar risico', zoals dat door de ministers van Defensie Ter Beek en later Voorhoeve bij uitzending van troepen voor vredesoperaties wordt gehanteerd, een academisch begrip is. Hij wil dat beroepsmilitairen zich wel degelijk bewust zijn dat hun taak risico's kan inhouden. De taak van militairen kan volgens hem niet verengd worden tot humanitaire hulpverlening met een laag risico.

Van den Breemen noemt het zoeken naar een nieuwe gedragscode voor de militairen, zoals aangekondigd in de begroting van Defensie, slechts een hulpmiddel. Hij zou veel liever zien dat zelfdiscipline, esprit de corps en de cultuur van een krijgsmachtdeel zouden volstaan “zonder dat we met allerlei formele regels gewenst gedrag moeten afdwingen”. Overigens is hij van mening dat simpele, hanteerbare regels bruikbaar kunnen zijn.

De voorzitter van de Nederlandse Officieren Vereniging, kolonel N. Stuiver, vroeg zich af of de minister van Defensie bij de nieuwe gedragscode terug wil komen op de vermaatschappelijking van de krijgsmacht. “Gaat men daardoor naar een verwijdering van de maatschappij”, aldus de vraag van Stuiver. “Vergroting van het normbesef moet leiden tot professionaliteit. De memorie van toelichting spreekt alleen over de professionele militair, dus het individu. Deze benadering is echter te beperkt. Defensie verlangt een professionele militair, maar dat kan niet los worden gezien van uitrusting en middelen. Een aantal beroepsbekwame militairen samengevoegd in groepsverband wil niet zeggen dat de groep professioneel is”, aldus Stuiver.