Mannen- mode na de Pitti; Dicht tegen het lichaam gesneden

Wordt het voor de man deze winter een modieus zwart fluwelen jasje, strakke broek met halfhoge schoen of blijft hij zich liever hullen in het vertrouwde grijs en blauw?

Een aantal jaren geleden nog werd het Italiaanse kledingmerk Gucci geassocieerd met pompeuze winkels met veel te dure kleding en tal van logorijke accessoires. Het aanbod vormde de textiele droom voor grijs geworden Amerikanen en busladingen Japanners. Stijlbewust volk in Europa hield zich verre van deze toeristenplunje. Maar mode blijft even onvoorspelbaar als het weer in de Alpen en in zeer korte tijd keerde het tij voor het van oorsprong Florentijnse huis. Na de komst van de Amerikaanse designer Thomas Ford maakte Gucci de afgelopen jaren een klinkende come back. Het modewereldje is er na de deze zomer gehouden 'Pitti Uomo'-herenkledingbeurs in Florence nog steeds niet over uitgepraat.

Groot blijft de verbazing dat een zo oubollig merk kan worden afgestoft en opeens de pagina's van toonaangevende modebladen kan domineren. Overigens is Gucci niet de enige Italiaanse koploper wat mannenmode betreft. Wat de modieuze collecties van dit najaar betreft weten ook Dolce & Gabbana, Prada en Romeo Gigli zich te onderscheiden.

Hun gemeenschappelijke link en inspiratiebron zijn nog steeds de jaren zestig en zeventig: vestjes van jacquard, fluwelen jasjes in zwart of appelgroen, aangevuld met smalle dassen die herinneringen oproepen aan het Beatlestijdperk. Kleuren als bruin en oranje maken de 'sixties look' compleet. In dit modebeeld zijn jasjes vaak weer hoog gesloten met drie of zelfs vier knopen met korte revers. Broeken zitten vrij strak om het been. Dankzij de veelvuldige toepassing van stretchstoffen volgen de jasjes de contouren van het lichaam. In sommige collecties zitten ook dandy-achtige elementen zoals de opstaande en vaak open gedragen Schillerkragen. En wie een blik werpt op het tricot ziet strakke effen truien met een korte V-hals. Schoenen van onder andere Romeo Gigli en Gucci zijn half hoog en uitgevoerd in zwart, rood of oranje. Brede en stompe neuzen zijn afgewerkt met een zilverkleurig beslag met daarin de signatuur van het merk. Schaamteloos groot tonen siergespen de ingehamerde logo's van Prada, D&G en de zo lang verguisde G van Gucci.

Wat betreft de klassieke collecties lijkt er op het eerste gezicht weinig veranderd. Het merendeel der Italiaanse merken als Corneliani, Zegna en Luciano Barbera staat in het teken van het geliefde kleurenthema grijs en blauw. Op deze hoofdkleuren wordt voortgeborduurd met tal van weef- en stofsoorten, ruitjesreeksen en streepjesvarianten. Toch is er wel degelijk sprake van wezenlijke vernieuwingen waarbij het comfort iets moet inbinden ten koste van een wat strakkere snit. Een ontwikkeling die aansluiting lijkt te zoeken met trends die juist kenmerkend zijn voor uitgesproken modieuze merken. Zelfs de onmiskenbaar klassieke topmerken Brioni, Kiton en Attolini komen met jasjes waarvan de tailles weer omhoog gaan en de schouders nog weer iets slanker gesneden worden. Er is bovendien een tendens naar steeds minder vulling waardoor de schouderpartij een natuurlijker lijn krijgt.

Bewegingsvrijheid lijkt weer iets te worden teruggedrongen, maar de toepassing van dunnere stofsoorten maakt veel goed. Zakenvolk wordt gelokt met ultra dunne en kreukherstellende 'cool wool' en 'high performance'-stoffen. Opvallend is dat Corneliani en Ermenegildo Zegna pakken vervaardigen met een paar procent lycra. Het anders zo rigide pak krijgt daardoor net een beetje stretch, een toepassing die het dragen van een dicht tegen het lichaam gesneden pak versoepelt. Voor de zuiver traditioneel opererende pakkenmakers blijft kunstof taboe. In de diverse collecties loopt de voorkeur voor singlebreasted pakken in het oog. De drieknoopsjasjes voeren de boventoon. Aanvankelijk zat het bovenste knoopje nog onder de revers verscholen, nu is het jasje uitgegroeid tot een volwaardig gesneden drieknoops waarmee de snit uit de jaren dertig in ere is hersteld. Dit geldt niet voor de snit van de broek: bij de wintercollecties is die zowel op het bovenbeen als bij de pijp weer wat strakker gesneden. Bij sommige merken zijn ze nog maar van één bandplooi voorzien - 'single dart' - en de broekspijp wordt bij voorkeur op hoogwaterlengte afgewerkt ter verlenging van het silhouet.

In de verschillende overhemdencollecties bestaat een oneindige reeks ruitjesvariaties met als uitverkoren ondergrond lichtblauw. Het zijn wat brave ruitjes in een keur aan pastelvarianten, van zachtgeel tot azuurblauw en lichtgroen. De felst gekleurde combinaties doen het in Italië zelf niet goed en zijn geschikter voor de Duitse markt. Steden als Hamburg, München en Frankfurt zijn bezaaid met winkels waar okergeel, oranje en mintgroen de toon aangeven. Dergelijke felle hemden zijn niet bestemd voor de Amerikaanse markt, daar wil men, zeker in het duurdere segment, vooral witte shirts. Op schoenengebied loopt de consensus van de verschillende klassieke Italiaanse fabrikanten meteen in het oog. Zwart is taboe, en masse houdt men het op een breed scala aan bruintinten. Voor de eigen markt zijn ook lichte tinten in zandkleurig of abrikoos-oranje gekleurd leer zeer gewild. Suède blijft populair. Wat de vorm betreft hebben de merken Fratelli Rossetti en Salvatore Ferragamo hoekiger neuzen. De meesterschoenmaker Sutor Mantelassi maakt de meest extreme vierkante neus, de 'punta quadrata', een fraaie belijning die niet alleen prettig is voor het oog maar ook voor de tenen. In het royale aanbod van modieuze en behoudende kleding heeft nu ook de hoekige schoenpunt de Italiaanse klassiekers verbonden met hun modieuze pendanten.