Major bezwijkt niet voor Eurosceptici

BOURNEMOUTH, 10 OKT. “Flauwekul.” “Bravo.” “Kunnen jullie niet beter samenwerken en verder je kop dichthouden?”

Nergens verloopt het debat over Europa zo verhit als in het Verenigd Koninkrijk. Nergens in Groot-Brittannië woedt het debat zo hevig als binnen de Conservatieven. Een debat dat de natie verdeeld houdt, verscheurt de regeringspartij.

In de marge van het partijcongres dat de Conservatieven deze week in Bournemouth houden, bloeien de discussies. In de grote hotels lijkt tussen lunches en diners door alleen maar over Europa en de Europese munt te worden gesproken. Zelfs de grootste vergaderzalen kunnen de toestroom niet meer verwerken. Veel luisteraars ballen de vuisten. Sprekers vegen na afloop het vocht van hun mond.

Overal heerst een sfeer van nationale crisis. Alsof Groot-Brittannië door een vreemde mogendheid belaagd wordt. Voor veel Conservatieven is dat ook zo. Op een bijeenkomst van de pro-Europese European Movement waarschuwde het parlementslid Teddy Taylor dat Britse deelname in de Europese munt “het einde betekent van het Verenigd Koninkrijk als onafhankelijke natie” en gelijk staat aan “afschaffing van de democratie”. Met stemverheffing en een gezicht dat almaar roder aanliep, noemde hij de Europese Monetaire Unie “niets anders dan een zelfmoordpact”.

Maar zijn opponent en parlementaire collega Quentin Davies verdedigde met zo mogelijk nog meer hartstocht “de glorie van Europa”. De eerste rijen van zijn gehoor met zijn speeksel besproeiend, verweet hij de Brusselhaters in zijn partij dat ze de feiten verdraaien en hun oordeel door primaire emoties laten benevelen. “Teddy, je bent slachtoffer van je eigen nachtmerrie”, zei Davies tegen Taylor. De zaal jauwde en juichte als betrof het een bokswedstrijd.

De bijeenkomst in het Wessex hotel was één van de weinige waar Eurosceptici en Eurofielen de degens kruisten. Taylor deed in elk geval nog een poging om de twee vleugels van de partij te verenigen achter het referendum over de Europese munt dat het kabinet in april heeft beloofd. “We moeten eens ophouden met elkaar uit te schelden”, zei Taylor. “Dit is een geweldige partij maar we zijn bezig onszelf te vernietigen.” Een stem uit de zaal riep: “Dat doe jijzelf.”

Op de meeste andere vergaderingen preekten Eurofielen en Eurosceptici uitsluitend voor eigen parochie. Dergelijke sessies kregen al gauw het karakter van zelfverheerlijkende agitprop-bijeenkomsten of nationale vieringen. Het evenement van de anti-Europese European Foundation, bijgewoond door 1200 dolzinnige mensen, begon met het doven van de lichten. In het duister galmden de eerste maten van Land of Hope and Glory. En toen de kroonluchters weer brandden, ontwaarde de meute hoe de drie sprekers uit volle borst zingend door het middenpad schreden. Iedereen begon onmiddellijk mee te zingen en te klappen alsof de natie net was bevrijd.

Het parlementslid David Heathcot-Amory, de voormalige staatssecretaris van Financiën die in juli is opgestapt omdat hij zich niet meer kon verenigen met het Europees beleid van de regering, riep het kabinet om deelname in een Europese munt nog tijdens het partijcongres uit te sluiten. Het regeringsstandpunt om alle opties tot na de verkiezingen open te houden, deed hij af als “geslaapwandel”. Volgens Heathcot-Amory is een meerderheid van de kiezers, van de Tories, van de Conservatieve parlementariërs en van het kabinet tegen een Europese Monetaire Unie. “Vastlegging van die overtuiging in het verkiezingsmanifest levert de Conservatieven de verkiezingswinst op.”

Op diezelfde bijeenkomst werd oud-partijvoorzitter Norman Tebbit als een popster toegejuicht, telkens als hij pro-Europese partijgenoten zoals minister van Financiën Kenneth Clarke en oud-premier Ted Heath belachelijk maakte. Als sommige Europese landen stonden te dringen om economische kolonies van Duitsland te worden, moesten ze het zelf maar weten, zei Tebbit. Maar Groot-Brittannië kon nog altijd een toonaangevende rol in Europa vervullen door leiding te geven aan de naties die niet aan een monetaire unie meedoen. Die positie van tegenhanger en buitenstaander zou zowel voor de natie als de partij weldadig zijn.

Ook andere bijeenkomsten schitterden door het zwartmaken van elkaar en van Europa. “Ik zou niet eens een federalistisch Europa willen als Margaret Thatcher aan het hoofd stond”, verklaarde minister van Binnenlandse Zaken Michael Howard. “Brussel bemoeit zich te veel met onze zaken maar heeft er schijt aan dat daardoor banen worden vernietigd”, verklaarde ex-minister voor Wales John Redwood, die vorig jaar bij de leiderschapsverkiezing de enige rivaal was van John Major. Europees commissaris Leon Brittan verweet de Eurosceptici “paniek, defaitisme en bangmakerij”.

Maar op het officiële partijcongres dat gisteren voor een belangrijk deel in het teken stond van Europa, was van verdeeldheid niets te merken. De rijen sloten zich. Minister van Buitenlandse Zaken Malcolm Rifkind verklaarde dat hij maar al te goed de wens van veel partijgenoten kan begrijpen om zo snel mogelijk een beslissing te forceren over het al dan niet deelnemen in een Europese munt. Alleen zou dat niet verstandig zijn, betoogde Rifkind. Bij afwijzing van de Europese munt zou Groot-Brittannië in de verdere onderhandelingen over de monetaire unie geen invloed meer hebben. “Dat zou schadelijk zijn voor de Britse belangen.”

“Is het in partijbelang om het landsbelang te negeren zodat we ons van Labour kunnen onderscheiden”, vroeg Rifkind retorisch. “De partij boven het land plaatsen? Ik denk niet dat het land dat zou waarderen.” De zaal beloonde hem met daverend applaus.

Later, tijdens een vraag- en antwoordsessie, een nieuwtje tijdens het partijcongres dat de indruk van openheid en toegankelijkheid moet wekken, informeerde één van de gedelegeerden bij premier Major in hemdsmouwen of het echt zo hard nodig is om aan de besprekingen over de Europese munt mee te blijven doen. Of we nou wel of niet deelnemen in een monetaire unie, zei Major, we kunnen aan de consequenties van een Europese munt niet ontkomen. “Het is fluitje van een cent om onmiddellijk de knoop door te hakken. Maar we zouden onszelf daarmee buitenspel zetten bij de belangrijkste economische beslissing uit onze historie. De stem van Groot-Brittannië mag niet ontbreken in het debat.”

Pro-Europese parlementariërs constateerden na afloop tevreden dat de premier niet onder de druk van de Eurosceptici is bezweken om de Europese munt tot inzet van de verkiezingen te maken. Tot aan de verkiezingen hebben de Conservatieven nog bijna zeven maanden om zich achter dat standpunt te verenigen. Het debat woedt intussen voort. De acht parlementariërs die eind vorig jaar tijdelijk uit de fractie werden gezet omdat ze het Europees beleid van de regering niet wensten te steunen, lanceerden gisteravond een nieuwe organisatie die voor een geleidelijke Britse terugtrekking uit de Europese Unie pleit.