Lobbyen

Uit de berichtgeving in NRC HANDELSBLAD van 3 oktober kan worden afgeleid dat de RPF lobby-activiteiten door Kamerleden, waaronder de lobby van de heer Bolkestein, geoorloofd acht. Dat berust op een misverstand.

Het standpunt van de RPF-fractie komt op het volgende neer. Het bekleden van nevenfuncties door Kamerleden (dat hoeft overigens nog niet automatisch neer te komen op lobbyen) is geoorloofd, ook als het om betaalde bijbanen gaat. Maar dan moet aan een aantal criteria zijn voldaan: 1. geen belangenverstrengeling, 2. ook de schijn daarvan vermijden, 3. je moet te allen tijde kunnen garanderen dat je belangenverstrengeling of de schijn daarvan kunt vermijden en 4. of je fractievoorzitter bent of niet, deel uitmaakt van een regeringspartij of niet, is in de afweging van betekenis. Conclusie: wie als Kamerlid een commissariaat bekleedt, moet zich bewust zijn dat de wijze waarop hij die functie uitoefent, aan beperkingen onderhevig is, zoals overigens ook een commissaris die door een bank is benoemd, de belangen van bedrijf en bank uit elkaar moet houden.

Voor alle duidelijkheid: de heer Bolkestein was niet (meer) in de positie om aan de genoemde criteria te voldoen. Hij kon belangenverstrengeling wel proberen tegen te gaan, maar kon in zijn situatie niet garanderen dat deze nimmer optrad. Om die reden werd het optreden van de heer Bolkestein in het debat als, weliswaar oorbaar, maar onwijs gekwalificeerd.