Kijken naar levende ventrikels

Hersenen zijn slecht te doorgronden en zieke exemplaren al helemaal. Met nieuwe beeldvormende technieken is het mogelijk in de werkende hersenen van de mens te kijken. Over de vorm en inhoud bij schizofrenie en autisme.

De buitenkant van geestesziektes was allang te zien. Dat de binnenkant 'live' valt te bekijken, is nog behoorlijk nieuw. Het is tegenwoordig mogelijk precies de grootte en structuur van alle verschillende hersengebieden van levende personen te bepalen en ook kunnen plaatjes worden gemaakt van het brein in werking: op welk moment is er in welke gedeelte hoeveel activiteit te bespeuren?

Met behulp van hersenscans wordt onder meer in het Academisch Ziekenhuis in Utrecht, AZU, onderzoek gedaan naar schizofrenie en naar autisme. Levert al die nieuwe techniek iets op? Kun je bijvoorbeeld zien of er een verband bestaat tussen de 'buitenkant' en de vorm van de hersenen?

In elk geval is bij beide ziektes onmiddellijk duidelijk dat er iets goed mis is. Heel simpel gesteld: autisten hebben te grote hersenen en schizofrenen te kleine. Natuurlijk zijn er individuele verschillen, en ook niet alle hersengebieden zijn te groot of te klein, maar op dat hele grove niveau van hersenvolume is wel degelijk te zien dat het zowel bij autisme als bij schizofrenie echt om een hersenziekte gaat.

Schizofrenie komt het meest voor. Anders dan de volksmond wil, is een schizofreen in de psychiatrie géén 'gespleten persoonlijkheid'. Het opvallendst aan de ziekteverschijnselen zijn de periodes waarin een patiënt psychotisch is. Waarnemen, denken en gedrag raken dan in de war, iemand verliest het contact met de werkelijkheid en kan lijden aan achtervolgingswaan of hallucinaties - het 'stemmen horen'. In jargon heet zoiets een 'positief symptoom'. Maar een schizofreen mist ook dingen die anderen wel hebben. Vlakke emoties, apathie en concentratie-stoornissen zijn voorbeelden van 'Negatieve symptomen'.

Niet bekend

De 'negatieve symptomen' hebben naar alle waarschijnlijkheid met de voorhoofdskwab te maken. Die maakt gewoonlijk zo'n dertig procent uit van onze totale herseninhoud en herbergt het vermogen tot organiseren en de sociale vaardigheden. Die gedeeltes zijn bij schizofrenie niet alleen kleiner, ze functioneren ook minder goed. Zo is de bloeddoorstroming bij een schizofrenie-patiënt die bijvoorbeeld een geheugentest ondergaat, minder dan die bij een gezonde proefpersoon.

De 'positieve symptomen', waaronder het verwarde denken, hangen waarschijnlijk samen met de kleinere linker slaapkwab. Daar zitten ook de gebieden die belangrijk zijn voor taal. Patiënten praten vaak verward en verzinnen zelf woorden. In de periodes dat ze stemmen horen, is er duidelijk een verhoogde activiteit waarneembaar in het gebied van Broca, de 'talenknobbel' in de hersenen. Met ander woorden: ze horen die stemmen écht.

Waar schizofrenie vandaan komt, is nog niet duidelijk. Er zit waarschijnlijk een erfelijke component aan, en overgevoeligheid voor stress heeft er waarschijnlijk ook mee te maken. Er zijn families waarbinnen naast schizofreniepatiënten vrij veel zonderlinge, wat teruggetrokken types te vinden zijn. Vandaar ook dat men nu in het AZU gegevens van families verzamelt, en dan in het bijzonder van tweelingen. Men probeert bijvoorbeeld na te gaan of er altijd al verschillen in gedrag waren, waarom de één schizofreen wordt en de ander niet.

Hulp voor de patiënten komt voorlopig vooral van medicijnen die psychoses verminderen. Scans die precies kunnen aangeven waar en hoe bepaalde stoffen werken, hebben bijgedragen aan een nieuwe generatie pillen die minder bijverschijnselen - stijfheid, trillen - geven, waardoor patiënten minder tegenzin hebben ze in te nemen. En hoe minder psychoses, des te beter het verloop van de ziekte.

Niet bekend

Autisme wordt al in een heel vroeg stadium zichtbaar. Ouders hebben vaak direct in de gaten dat er iets mis is met hun baby. De buitenkant van de autist toont iemand met wie zeer moeilijk contact is te krijgen, die vaak is geobsedeerd door voorwerpen, die in eindeloze herhaling kan tikken, aan dingen likken of 'fladderen' met de armen. Vaak leren autistische kinderen moeilijk praten en driekwart belandt in de zwakzinnigenzorg, omdat ze een IQ hebben van onder de 70. Sommigen hebben een speciaal talent: natekenen bijvoorbeeld. Maar wat ontbreekt, is creativiteit.

Het lijkt erop dat autisme een genetische ontwikkelingsstoornis is. Daarop wijst onder meer de afwijkende structuur van de hippocampus, een hersengebied dat van doorslaggevend belang is voor het geheugen, en van de vlakbijgelegen amandelkern, een stukje weefsel waar zintuiglijke en andere informatie wordt geïntegreerd. De cellen zijn daar kleiner en zitten dichter op elkaar. Zo is het bekend dat apen met een kapotte hippocampus en amandelkern zich autistisch gedragen. Ook in de kleine hersenen wijken de zenuwcellen af. Bovendien zijn bij eeneiige tweelingen in zestig procent van gevallen beide kinderen autistisch. Een ouderpaar met één autistisch kind heeft een verhoogde kans er nog een te krijgen. Men hoopt, mede aan de hand van gezinnen met verschillende autistische kinderen, de verantwoordelijke genen te vinden. Dat kan dan weer leiden tot een test tijdens de zwangerschap, die men dan al of niet kan besluiten af te breken, of zelfs tot gentherapie, waarbij het DNA wordt gerepareerd.

Met dank aan prof.dr. R.S. Kahn (schizofrenie) en prof.dr. H van Engeland (autisme).

Een geheide topper lijken me ook de levensgeschiedenissen van Washoe, Nim en Kanzi, om eens drie apen te nemen die men geprobeerd heeft menselijke taal bij te brengen. Apen kunnen een eindje komen, maar lopen stuk op de wiskundige kant van taal, die hiërarchieën en recursie waar wij zo goed in zijn. Maar van symbolen begrijpen ze wel iets. Tenminste: als er wat te halen valt. Het onderwerp laat mooie speculaties toe over de evolutie, waarbij zeker ook de vraag wat slimme apentrucjes zijn, en wat taal aan de orde hoort te komen.