Ketens van verslaving

Verslaving aan alcohol of drugs is niet simpelweg een kwestie van het lichaam dat om een chemische stof vraagt. Een complex van reacties ligt eraan ten grondslag, waarbij diverse hersencellen een belangrijke rol spelen. Op zoek naar de mechanismen en uiteindelijk naar het medicijn.

'If the human brain was so simple that we could understand it, we would be so simple that we couldn't.' Dat is van oudsher het licht verontschuldigende motto van de hersenspecialist, waarin verandering lijkt te komen. Er wordt steeds meer bekend over de wijze waarop de hersenen werken. Zo is meer inzicht ontstaan in de mechanismen van een tot nu toe vrijwel onbegrepen fenomeen: verslaving. De mogelijkheid verslaving met medicijnen te behandelen lijkt binnen handbereik.

Tot nu toe gebeurde dat ook wel, bij roken en alcoholisme bijvoorbeeld, maar de strijd werd dan erg indirect aangebonden. Pleisters verschaffen de roker nicotine via de huid, waardoor het lichaam - op z'n best - niet meer naar een sigaret snakt. Alcoholisten kunnen op hun beurt een pil krijgen die ervoor zorgt dat ze ziek worden zodra zij alcohol binnenkrijgen. Die middelen kunnen succesvol zijn bij het 'afkicken' van drank of tabak, maar ze laten dat deel van de hersenen ongemoeid waar de verslaving 'zetelt'. Sinds kort zijn er echter stoffen op de markt die wél aangrijpen in de hersenen en op die manier de verslaafde kunnen helpen.

Prof.dr. J.M. van Ree doceert psychofarmacologie aan de universiteit van Utrecht. Hij doet onder meer onderzoek naar het geheim achter verslaving. Hij wijst erop dat verslaving doorgaans verschillende oorzaken heeft. Zo zit er een sociale kant aan. Verslaving kan mede worden veroorzaakt door het gezin waarin men opgroeit of de groep waarin men zich bevindt. Daarnaast is er een cultureel aspect. In de ene cultuur wordt alcohol gedronken, in een andere worden coca-bladeren gebruikt of noten gegeten die een roes opwekken. En er is een psychologische kant. Bij gebruikers van hard drugs is vaak sprake van een anti-sociale persoonlijkheidsstructuur. En bij dat alles speelt ook de biologie een voorname rol. Steeds meer wordt duidelijk dat verslavende stoffen directe uitwerking op de hersenen hebben.

Stoffen als morfine en alcohol veroorzaken bij langdurig gebruik een lichamelijke afhankelijkheid. Als een alcoholist bijvoorbeeld enige tijd droog staat, gaan zijn vingers trillen. Dergelijke onthoudingsverschijnselen zouden de sleutel zijn tot de eigenlijke verslaving, zo is lange tijd gedacht. Die verschijnselen zouden de 'prikkel' vormen om het gebruikersgedrag voort te zetten. Ook proefdieronderzoek liet dat zien.

Van Ree volgt bij zijn onderzoek een ander spoor. Duidelijk is dat verslaving geen eenduidig patroon van actie en reactie is. Het gaat om een kettingreactie van de ene stof die de andere 'prikkelt', als domino-stenen die elkaar omgooien. Van Ree: “Gebleken is dat het gebruik van bijvoorbeeld cocaïne niet of nauwelijks onthoudingsverschijnselen geeft, terwijl cocaïne buitengewoon verslavend is. Uit de gedragspsychologie is duidelijk geworden dat er een samenhang bestaat tussen een handeling en de beloning die erop volgt. Dat is bevestigd door proefdieronderzoek. Al langer is bekend dat laboratoriumdieren, zoals ratten en primaten die een katheter ingeplant hebben gekregen, gemakkelijk valt aan te leren op een pedaaltje te drukken om zichzelf een verslavende stof toe te dienen. Deze drugs vormen dus een beloning voor een bepaalde handeling.

“In het algemeen geldt dat dieren aan dezelfde stoffen verslaafd kunnen raken als mensen. Hoewel de verslavende stoffen chemisch heel verschillend zijn, werken ze allemaal als beloningsprikkel. Zij veroorzaken dit effect door invloed uit te oefenen op beloningscentra, pleasure centres, die in bepaalde delen van de hersenen aanwezig zijn.”

De delen van de hersenen waar het hier om gaat zijn gebieden in de hersenstam en het centraal in de hersenen gelegen zogeheten limbisch systeem.

Van Ree: “Ratten met elektroden in die beloningscentra hebben de neiging de activiteit in die hersendelen te gaan stimuleren als ze eenmaal in de gaten krijgen hoe dat moet. In die delen van de hersenen speelt de boodschaperstof dopamine een belangrijke rol: een chemische stof die vrijkomt na een elektrische zenuwprikkel in de hersencel en dan de oversteek maakt naar een voor hem bestemde receptor op de volgende hersencel om een boodschap over te brengen. Het zou dus kunnen zijn dat verslavende stoffen bij uitstek inwerken op de dopamine-afgifte, die op zijn beurt weer de pleasure centres prikkelt en op die manier het gedrag in stand houden. Ze blijven ook stimulerend werken, er treedt geen tolerantie op: elke keer dat je die stof tot je neemt, geeft dat min of meer dezelfde kick.

“Wat die stoffen ook gemeen hebben, is dat ze voor craving zorgen, een hevig verlangen naar de stof. Er is dus een permanente drang die stof te willen hebben. Niet direct om hem ook meteen te gebruiken, maar om hem in elk geval onder handbereik te hebben. Die craving zorgt er hoogstwaarschijnlijk voor dat mensen steeds weer terugvallen in verslaving. Dit verlangen kan heel lang blijven bestaan. Ook al is iemand helemaal afgekickt, ergens in hem blijft het zeurende gevoel die stof te willen hebben.

“Een andere stof die daarbij mogelijk van groot belang is, is endorfine. Het woord zegt al: het gaat daarbij om een stof die endogeen - binnen het lichaam - wordt aangemaakt en op het verdovende middel morfine lijkt. Iedereen maakt hem in meer of mindere mate zelf aan in de hersenen.”

Het kan niet anders dan dat opiaten inwerken op receptoren, omdat bij minieme hoeveelheden al een uiterst krachtig effect wordt waargenomen. Dat is ook aannemelijk door het bestaan van zogeheten opiaat-antagonisten: stoffen die het effect van opium opheffen. Heroïne-verslaafden die bij een overdosis ademhalingsproblemen krijgen, kunnen van een verstikkingsdood worden gered door toediening van zo'n antagonist. De stof verdringt in korte tijd alle opiaten van hun receptor. Naloxon en naltrexon zijn zulke opiaat-antagonisten.

Proeven bij dier en mens hebben uitgewezen dat de antagonist naltrexon leidt tot een vermindering van het verlangen naar alcohol. Een Amerikaans onderzoek wees uit dat naltrexon-gebruikers na verloop van tijd in twintig procent van de gevallen terugvielen in het alcoholisme, tegen zestig procent van de gebruikers van een fopmiddel. Deze stof kan dus, in combinatie met andere vormen van therapie, worden gebruikt als hulpmiddel bij de behandeling van alcoholisme.

Niet bekend

“Dit zijn voorbeelden van twee stoffen die bij verslaving direct invloed hebben op de hersenen. Maar het is niet zo dat iemand van zijn verslaving afkomt als hij stoffen gewoon inneemt. Zoals al eerder gezegd: het gaat om aandoeningen met verschillende oorzaken. Als verslaafden in therapie zijn en aan al die factoren wordt gewerkt, kunnen deze stoffen in elk geval aan de biologische kant een handje helpen”, aldus Van Ree.