Hoe Beatrix boos werd, Van Mierlo boog en Röell verdween

Ambassadeur jhr. E. Röell werd in de aanloop naar het staatsbezoek van koningin Beatrix aan Zuid-Afrika uit Pretoria teruggehaald. Het staatshoofd had zich gestoord aan tijdelijke veranderingen in zijn privé-leven. Beatrix liet vorige week echter weten dit bericht 'complete onzin' te vinden. Een terugblik.

DEN HAAG, 10 OKT. In de zomer van 1992 reisde jhr. E. Röell met een Deense vriendin naar zijn nieuwe diplomatieke post, Pretoria, Zuid-Afrika. Zijn vrouw liet hij in Nederland. Hoewel de relatie na twee maanden werd beëindigd en zijn vrouw alsnog naar Zuid Afrika kwam, had de koningin zich volgens medewerkers van minister Van Mierlo aan deze escapade geërgerd.

De ergernis kende diverse achtergronden. Tussen het huis van Oranje en de familie Röell bestaan historische en vriendschappelijke banden, waarbij de Röells in de loop der tijd het nodige personeel voor de hofhouding leverden. Al langer is bekend dat de vorstin alleen wettige echtgenoten duldt bij officiële gelegenheden met een internationaal karakter. Premier Kok bevestigde dat eergisteren nog eens bij de behandeling van de begroting van Algemene Zaken in de Tweede Kamer. Hij zei erbij dat het koningshuis in dat opzicht niet afwijkt van internationale gebruiken, maar dat hij desalniettemin het uitnodigingenbeleid bij de vorstin aan de orde wil stellen. Zijn eigen beleid op dit terrein is ruimer. Ongehuwde ministers kunnen wel een partner meenemen, zoals onlangs bleek bij de komst van de Noorse koning Harald V naar Nederland.

Daarnaast waren er volgens bronnen aan het hof en bij Buitenlandse Zaken nog andere omstandigheden die de toorn van de koningin opwekten. Zo had Beatrix zich gestoten aan de manier waarop haar zoon Willem Alexander in 1994 in Zuid Afrika door Röell was ontvangen. De koningin was niet ingenomen met het feit dat haar zoon op één foto stond met de door haar bekritiseerde Röell. Op deze foto die in een ochtendblad werd gepubliceerd, is verder niets bijzonders te zien: de ambassadeur en de kroonprins namen dossiers door die voor de inauguratie van president Mandela waren samengesteld. Ook nam de koningin het de ambassadeur kwalijk dat hij voortijdig het staatsbezoek had aangekondigd op een lunch.

Hoewel inmiddels de voorbereidingen van het staatsbezoek begonnen waren en Röell (59) professioneel goed functioneerde, aldus naaste collega's, werd hij in februari na de interventie van de koningin bij Van Mierlo naar Den Haag geroepen. Hij moest daar tijdelijk leiding geven aan de directie Midden-Oosten en Afrika. Directeur H. Froger, voormalig particulier secretaris van Beatrix, werd belast met de coördinatie van de integratie van het personeel van BZ met Ontwikkelingssamenwerking, de zogeheten herijkingsoperatie. Röell had zelf leiding gegeven aan de directie Midden Oosten-Afrika.

Medewerkers van de minister zeggen dat het hoogst ongebruikelijk is een ambassadeur tijdens de voorbereidingen van een staatsbezoek te vervangen. Deze heeft immers ruime ervaring in het land waar hij is geplaatst. Dat gold zeker voor Röell. In juli van dit jaar volgde alsnog een promotie door de overplaatsing naar België, een post die als zwaarder wordt gezien dan Pretoria. Het werd de tiende buitenlandse post voor Röell.

Direct na het bericht in deze krant over het terugroepen van Röell op instigatie van de koningin, ontrolde zich op BZ een scenario dat al vlug 'operatie damage control' heette. Op de middag van de publikatie benaderden voorlichters van het ministerie ongevraagd ondermeer de ochtendbladen met de mededeling dat zij het bericht niet konden bevestigen. Over de inhoud van de contacten tussen de koningin en de minister worden immers nooit mededelingen gedaan. Maar als de redacties toch overwogen om het bericht over te nemen, dan zou vermeld moeten worden dat Van Mierlo in verzet had willen komen tegen de wens van de koningin.

Tijdens een persconferentie aan de vooravond van Prinsjesdag bij het verschijnen van de begroting van Buitenlandse Zaken, uitte Van Mierlo grote zorg over ontwikkelingen in de journalistiek. Journalisten moesten zich beter bewust zijn van de staatsrechtelijke gevolgen van hun berichten, meende hij. Hij wond zich vooral op over alle speculaties na het nieuwsbericht over Röell. “Er rust een extra verplichting op journalisten die in dit staatsbestel opereren om behoedzaam te zijn”, aldus Van Mierlo.

GroenLinks stelde Kamervragen. Hield de overplaatsing van Röell verband met het staatsbezoek en hadden de privé omstandigheden een rol gespeeld? In het antwoord op de laatste vraag zei Van Mierlo dat die niet hebben meegespeeld. Op de eerste vraag antwoordde de minister dat “de bewuste personele veranderingen hun reden vinden in management-afwegingen”. Op zijn contacten met de koningin kon hij niet ingaan.

Ook de fractie van D66 zocht opheldering bij hun politieke voorman, maar in stilte. Binnen die fractie wordt nu gezegd dat Van Mierlo niet op de wensen van de koningin had willen ingaan. Nadat haar verzoek tot overplaatsing van Röell in kleine kring op het ministerie bekend was geworden, drongen medewerkers van Van Mierlo erop aan de rug recht te houden. De crisis in zijn huwelijk had bij het zakelijk functioneren van Röell geen rol gespeeld, vonden zij. Maar andere ambtenaren op Buitenlandse Zaken onder leiding van de secretaris-generaal D.J. van den Berg, die nauwe banden met het hof onderhoudt en wie de ambitie wordt toegeschreven grootmeester F. Kist bij het koninklijk huis op te volgen, kwamen in actie. Zelf was de minister te vaak op reis om daar direct bij betrokken te zijn, zo wordt gezegd. Van den Berg probeerde ambassadeur Röell ervan te overtuigen zelf overplaatsing aan te vragen.

Aanvankelijk aarzelde Röell, maar hij begreep wel dat de druk op Van Mierlo en dus op hem groot was. Ook voor hem speelde mee dat zijn familie tientallen jaren innige banden had onderhouden met het Huis van Oranje. Een smet op het staatsbezoek wilde hij niet zijn. Hij vroeg en kreeg overplaatsing.

Toen Van Mierlo er uiteindelijk achter kwam dat het de wens van Röell zelf was om voor een andere post in aanmerking te komen, gaf dat bij hem de doorslag en werd er snel naar een goede plek voor Röell gezocht, zo wordt op het ministerie gezegd. De minister wilde de zaak niet meer terug draaien. Dat vond hij te laat. De koningin kreeg haar zin.

De hele kwestie zou wellicht zijn vervaagd als de vorstin zelf tijdens het staatsbezoek in Zuid-Afrika niet op de zaak was teruggekomen. Tijdens staatsbezoeken is het gebruik dat de koningin zich korte tijd met de meereizende pers onderhoudt over het verloop van het bezoek. De gesprekken vinden plaats onder de conditie van de Rijksvoorlichtingsdienst dat de koningin niet rechtstreeks wordt geciteerd, maar dat haar uitspraken indirect aan haar worden toegeschreven. Dit om de kans te verkleinen dat de koningin in verlegenheid wordt gebracht doordat zij aan bepaalde uitspraken wordt gehouden. Ook is het de gewoonte dat niet al te veel wordt doorgevraagd.

De koningin werd door de meegereisde verslaggever van deze krant gevraagd of zij het vervelend vond dat de berichten over de ambassadeurskwestie de aanloop naar het staatsbezoek hadden overschaduwd. Koningin Beatrix hield op deze vraag een kleine tirade. Zonder rechtstreeks te antwoorden zei ze op luidere en fermere toon dan tot dan toe, dat die berichten “complete onzin” waren. Iemand in haar omgeving had gezegd dat het hier ging om een “story too good to be checked”. Met die observatie was ze het zeer eens geweest. Bovendien vond de koningin dat als twee ministers hadden verklaard dat de gang van zaken anders was, de pers dan de ministers moest geloven. Een van die twee ministers, Van Mierlo, luisterde over de schouder van de koningin mee.

Deze gebeurtenis werd eergisteren door premier Kok in de Tweede Kamer anders weergegeven. Daar zei hij dat de vraag van de verslaggever was geweest “of zij tijdens haar bezoek daar (in Zuid-Afrika, red.) nog iets heeft gemerkt van wat soms is gaan heten de kwestie-Röell.” Het antwoord van het staatshoofd is volgens Kok geweest: “Nee, en ik verwijs u naar de wijze waarop de minister van Buitenlandse zaken en de minister-president hebben geantwoord aan de Kamer.” Het antwoord van de vorstin was anders en in elk geval langer, zo was ter plaatse waargenomen.

Volgens zowel Kok als Van Mierlo is er niets onoorbaars gebeurd. Van Mierlo zei vorige week al in Zuid-Afrika dat er “een grijze zone” is waarin het staatshoofd kan opereren. “De koningin heeft in wezen alleen gewezen op eerdere berichtgeving over deze zaak door de minister en is niet ingegaan op de inhoud ervan,” aldus Van Mierlo. Twee fracties bleken dat niet helemaal met hem eens te zijn, waaronder die van D66. Zowel de Democraten als ook de fractie van het CDA lieten eergisteren blijken ongelukkig te zijn geweest met de uitval van de koningin.