Geweld maakt Corsicanen murw

AJACCIO, 10 OKT. Het kantoor van A Cuncolta op de Cours Napoléon, de Kalverstraat van Ajaccio, is bijzonder dicht. Het rolluik is neer, er is geen bel, de telefoonlijnen zijn dood. De bom van zaterdag in het stadhuis van Bordeaux, waar premier Juppé in zijn vrije tijd burgemeester is, heeft Frankrijk hardhandig herinnerd aan het probleem-Corsica. Maar de mannen achter het dynamiet geven niet thuis.

Kleine dingen verraden dat ook routinegeweld niet went. De vrolijke, jonge serveerster van bar-restaurant Le Dauphin, een grootse benaming voor een havencafé met uitzicht op de baai van Ajaccio, vertelt net over de dagschotel als een brommer met een enorme knal optrekt. Ze zoekt dekking. De colonne pantservoertuigen van de oproerpolitie CRS die even later voorbijdendert, herstelt haar vertrouwen in de wereld nauwelijks: “Je krijgt er soms zo genoeg van. Bijna iedere dag ontploft wel ergens zo'n ding.”

Meer wil ze er niet over zeggen. Alleen de laatste twee maanden zijn op het Franse Middellandse Zee-eiland al 55 aanslagen gepleegd. Hier een kamer van koophandel, daar een stadhuis, overal post- en bankkantoren, het huis van een politicus. Meestal bleef het bij materiële schade. De doden vallen bij gerichte liquidaties.

Corsica beleeft al twintig jaar een oorlog-op-eilandformaat. Ze noemen zich separatisten, autonomisten en nationalisten, maar de strijders van het Corsicaans bevrijdingsfront FLNC hebben nooit totale onafhankelijkheid van Frankrijk gewild. Het ging om erkenning van de taal, van de geschiedenis, het eigen karakter van Corsica. Die hebben ze gekregen, zeggen vriend en vijand. Het geweld is er niet minder om.

Alleen de laatste drie jaar hebben al meer dan honderd mensen een gewelddadige dood gevonden in een veelvoudige broedermoord met steeds meer mafieuse ondertonen. Het innen van 'revolutionaire belasting' is gemeengoed, iedereen weet het, niemand wil er over praten. Het FLNC bestaat intussen uit vier of vijf met elkaar rivaliserende groeperingen - soms slaapt een tak een tijdje, om dan zonder waarschuwing weer eens een rondje munitie weg te geven.

Gilbert Casanova (46) is een voorbeeld van de dubbele bodems in het drama-Corsica. Hij is zijn leven niet zeker. Een bom onder zijn auto werd net op tijd ontdekt. Hij kan alleen met een lijfwacht de straat op, twee van zijn drie Peugeot-garages zijn opgeblazen. Niet omdat hij als president van de Kamer van Koophandel voor Zuid-Corsica pleit voor meer cruiseschepen in Ajaccio. Waarschijnlijker is dat zijn ongemak te maken heeft met zijn rol in de Corsicaanse Beweging voor Zelfbeschikking (MPA). Casanova gaat “met mensen van goede wil” een Mars voor de Vrede organiseren, zonder politieke bijbedoelingen. “Het is tijd dat het eiland zich verenigt”, zegt hij.

Pagina 5: Achterdocht en angst in Ajaccio

Gilbert Casanova, zakenman en president van de Kamer van Koophandel voor Zuid-Corsica, praat liever over de economie van Corsica (rampzalig) en de fiscale verlichting die de regering in Parijs tot dusver heeft toegezegd (te weinig en verkeerd gericht), dan over politiek. Als het toch moet, dan schakelt hij over op de toekomst: “De nationalisten hebben zichzelf gemarginaliseerd. De totale repressie die Juppé belooft is geen afdoende antwoord. Wij Corsicanen moeten onze problemen zelf oplossen.

Velen in Ajaccio kunnen een glimlach niet onderdrukken bij het horen van Casanova's initiatief om “met mensen van goede wil, misschien de kerk, intellectuelen, op het hele eiland een Mars voor de Vrede te organiseren”. Zij herinneren zich de betrokkenheid van Casanova bij andersoortige 'nationalistische' acties. Zonder in details te willen treden beaamt de dynamische ondernemer zijn veelzijdigheid: “Destijds was er ook sprake van staatsgeweld. Een gewapend antwoord was te rechtvaardigen. Een massale opkomst zal nu bewijzen dat de mensen genoeg hebben van alle geweld.”

Dubbelrollen zijn heel gewoon in Corsica. Iedereen op het eiland verklaart 'nationalist' te zijn, maar iedereen geeft er een andere uitleg aan. Vaak wordt er achter de hand aan toegevoegd: die en die heeft er goed aan verdiend. De eigenaar van café-met-flipperkast A la Concorde, aan de markt weet bijvoorbeeld dat Alain Orsoni, de geduchte nummer één van de Corsicaanse Beweging voor Zelfbeschikking (MPA), in Parijs restaurants bezit waar hij nationale politici fêteert. Zo heeft iedereen zijn herinneringen, zijn vermoedens, zijn angst.

Als het FLNC Canal historique het nieuws domineert met zijn recente aanslagen in Aix-en-Provence en Bordeaux, dan belt U Fronte Ribellu vandaag naar Corse Matin en verklaart Frankrijk de oorlog. Wat doet het MPA morgen? Hoger bieden op de terreurveiling of juist elegante contacten aanhalen met afgezanten van Parijs? De ervaring van dit jaar heeft geleerd dat spierballenvertoon het rendabelst is.

In januari kondigde FLNC Canal historique, de bekendste splinter, heel spectaculair een 'staakt-het-vuren' af, op een nachtelijke persconferentie in de Corsicaanse heuvels, met enige honderden gemaskerde en van draagbaar luchtdoelgeschut voorziene strijders. De volgende dag zou de Franse minister van Binnenlandse Zaken, Debré, het eiland zou bezoeken. Zijn gezag was gebroken voor hij een voet aan land zette. Premier Juppé verbood hem verdere onderhandelingen achter de schermen. De rechtsstaat moest eerst worden hersteld. Maar vrijwel geen moord is opgelost.

De volgend bommenreeks vond in juli een tijdelijk hoogtepunt met de ontploffing van een autobom in de drukke haven van Bastia. Een topman van FLNC Canal historique ontsnapte ternauwernood aan de dood, zijn tweede man niet. Door een wonder bleven voorbijgangers en restaurant-gasten gespaard. Vermoed wordt dat het MPA er achter zat. Ook wat betreft het onderlinge vergeldingskarakter in hun acties hebben de Corsicaanse nationalisten het nodige van hun collega's in Noord-Ierland geleerd. Zaterdag loopt de zogenaamde wapenstilstand af. Iedereen vraagt zich af wat het vervolg kan zijn op deze 'vrede'.

Loco-burgemeester van Ajaccio, Noel Pantalacci, beaamt dat er nogal wat speling is tussen de Corsicaanse en de Parijse beleving van het probleem. Corsicaanse parlementariërs hebben de neiging in Parijs ernstig over orde en gezag mee te praten om thuisgekomen keer op keer een soepeler omgang met de realiteit te praktiseren. Ook zij willen overleven. Met zijn das gereefd in een hoek van zijn overhemd, vat de politicus van rechts de situatie samen: “Dit is een prachtig eiland. We zijn het alleen niet eens over de toekomst”. Het understatement van de week. Maar waarom gaat dat oneens-zijn gepaard met moorden op klaarlichte dag?

Pantalacci, uit een oud-Corsicaanse familie van Griekse oorsprong: “Wij zijn een latijns volk, dat zich gedwarsboomd voelt. Corsicanen hebben altijd een noodlottige hang naar tragiek gehad. Het zou er hier vreedzamer aan toe gaan als we bij Italië hadden gehoord, daar staan we dichter bij. De Fransen hebben ons ook veiligheid en stabiliteit gegeven. In werkelijkheid is Corsica maar een paar jaar echt onafhankelijk geweest. Dat nationalisme is vooral een wanhoopskreet tegen de mondialisering, het verloren gaan van wat ons bindt. Veel Corsicanen voelen zich verwant met die roep om bescherming van hun identiteit, maar de leiders van die beweging hebben nooit de steun van het volk gekregen. Zij hebben de macht niet veroverd, noch bij verkiezingen, waar ze nooit meer dan een kwart van de stemmen hebben gehaald, noch met geweld. Nu zijn ze ontspoord. Een minimale minderheid bombardeert zich naar de afgrond.”

Een rijzende ster op het eiland is monseigneur Lacrampe, sinds twee jaar bisschop van Corsica. De 55-jarige oud-rugbyer uit de Pyreneeën is nog geen Tutu, maar zijn optimisme en constant pleiten tegen wapens en voor gesprekken trekken steeds meer aandacht. Hoe durft hij, tegen de mannen van het snelvuur? “Het is een verscheurende, trieste en kwetsende geschiedenis. De mensen zijn er murw van. Achterdocht en angst zijn zo groot dat men zich heel moeilijk uitspreekt. Wapens, geld, gezicht verliezen, het speelt allemaal. Maar de mens ís in staat te veranderen. We moeten er aan werken, met christenen en anderen van goede wil. Misschien dat de schok en de chaos van deze laatste crisis de mensen eindelijk wakker schudden.”