Geheugenverlies is zelden ziekelijk

Veel mensen zijn bang voor geestelijke aftakeling en vrezen dat geheugenverlies daarvan de eerste voorbode is. Omdat het geheugen niet als fysiek verschijnsel bestaat, vormt het voor medici een terrein zonder duidelijke wegwijzers.

De 52-jarige vrouw was bang dement te worden. Haar moeder was dat ook. Bij haar geboorte zouden de hersenen van de vrouw zijn beschadigd waardoor ze later een spraakgebrek had gekregen. Toen haar kinderen begonnen te controleren of ze het strijkijzer en het gas wel had uitgedaan, was de angst voor dementie haar leven gaan beheersen. Daardoor was ze terechtgekomen bij de polikliniek voor geheugenstoornissen van het Academisch Ziekenhuis Maastricht.

Driekwart van de dag was ze beziggeweest met onder meer geheugen-, snelheids- en aandachtsonderzoek, concentratietests als ook hersenonderzoek met de beeldvormende techniek MRI. Nu was ze voor het eindoordeel bij zenuwarts dr. F. Verhey, die aan de Maastrichtse kliniek is verbonden. Op nagenoeg alle punten had ze meer dan gemiddeld, soms zelfs zeer goed gescoord. Verhey: “In uw hoofd speelt op dit moment niks dat op naderende dementie zou kunnen wijzen.” Ze had een diepe zucht van opluchting geslaakt. “Daar ben ik hartstikke blij om.”

Veel mensen, vooral oudere mensen, zijn bang voor geestelijke aftakeling, waarvan ze de tekenen van vergeetachtigheid als de voorboden beschouwen. Die angst kan soms fobische vormen aannemen. Men komt op een terrein zonder duidelijke bewegwijzering. Het geheugen bestaat immers niet als fysiek verschijnsel. “Het zit ergens in de hersenen, maar het is geen spier die je kunt trainen”, zegt neuropsycholoog en neurochemicus prof.dr. J. Jolles van de Maastrichtse 'geheugenpoli'. Geheugentrainingen zijn weliswaar in zwang, maar zo meent hij, “daarvan hebben de wetenschappers tot nog toe geen duidelijk effect kunnen vaststellen.” Wel zijn er voor het Kruiswerk ontwikkelde geheugencursussen. Daar leert men bijvoorbeeld voor zichzelf afspraken te maken en die in een agenda bij te houden, zoals op een vaste dag in de week de was doen, een vaste avond voor het bijhouden van de administratie, een van tevoren vastgelegd patroon bij het verlaten van het huis. 'Observeren kunt u op elk moment van de dag oefenen', zo valt te lezen in een boek bij een cursus die aan de universiteit in Nijmegen is ontwikkeld. “Tijdens het winkelen kunt u een etalage goed bekijken of in een bus een medepassagier. Thuis kunt u een foto in een tijdschrift goed bekijken. Als u dat heeft gedaan, probeert u voor uzelf op te noemen wat u zo juist heeft gezien.”

Jolles: “De beste manier om het geheugen op peil te houden, is de interesses gaande houden, bijvoorbeeld met hobby's, het lezen van de krant, het bezoeken van bioscoop en sportwedstrijden, het onderhouden van contacten met familie, vrienden en kennissen of door scholing. Kortom: blijf interesse houden voor dingen die iets nieuws aan je brein toevoegen. Want na het dertigste, hooguit het vijfendertigste levensjaar, als de meeste mensen hun opleiding hebben voltooid en al geruime tijd op een vaste plek zitten, worden er vaak te weinig nieuwe prikkels opgedaan. Het is juist het opslaan van nieuwe prikkels en het terugroepen ervan die het geheugen soepel houden. Verder is lichamelijk actief blijven belangrijk.”

Steeds meer mensen denken dat er iets mis is met hun geheugen. Dat gaat door alle intelligentieniveaus heen. Men vermoedt de voorbode van dementie, wat in tegenstelling tot de normale vergeetachtigheid een ziekelijke stoornis is en waartegen tot nog toe weinig kruid is gewassen. Uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit in Maastricht, de Maastricht Aging Study (MAAS), waarbij sinds 1990 tweeduizend mensen met behulp van geheugentests zijn onderzocht, kwam vast te staan dat circa vijftig procent van de mensen boven de vijftig jaar zichzelf omschrijft als vergeetachtig. Prof. Jolles: “Terwijl slechts in acht van de tien gevallen er niks meer aan de hand is dan normale, aan leeftijd gerelateerde problemen met het geheugen. Iemand die een kast wil opendoen, maar vergeten is waar hij de sleutel heeft gelaten, behoort tot deze groep. Maar als iemand de sleutel ondersteboven in het slot probeert te doen, kan dat een aanwijzing zijn dat er sprake is van een afwijking van ziekelijke aard.” Van alle Nederlandse mannen en vrouwen boven de 65 jaar lijdt circa vijf procent aan Alzheimer-dementie of een andere vorm van dementie. Dit percentage stijgt iedere vijf levensjaren met naar schatting vijf procent.

Een van de oorzaken van geheugenstoornissen op latere leeftijd kan zijn dat men vroeger ernstig aan het hoofd gewond is geraakt. Verder meent prof. Jolles dat een whiplash, narcoses en overmatig alcoholgebruik kunnen leiden tot deze stoornis. Hetzelfde geldt voor langdurig gebruik van slaapmiddelen en kalmeringsmiddelen.