EU: niet meedoen aan euro is fors lijden

BRUSSEL, 10 OKT. De landen die in 1999 niet deelnemen aan de gemeenschappelijke munteenheid euro zullen daar fors onder lijden, zo meent Europees industriecommissaris Bangemann. Volgens de Duitse liberaal trekken investeerders uiteindelijk toch liever naar euro-landen, omdat de kapitaalslasten daar lager uitvallen.

Rechtstreeks doelend op Groot-Brittannië stelt Bangemann dat “de financiële wereld Londen niet plotseling zal verlaten, als de Britten besluiten niet deel te nemen. Op termijn zullen de gevolgen echter aanzienlijk zijn.” De Britse minister van Financiën Clarke zei al eerder dat de voordelen van deelname afnemen naarmate de Britten wachten met invoering van de munt.

Bangemann meent verder dat een Brits “nee” tegen de euro de discussie over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk definitief zal veranderen. “Wie weet, houdt die discussie dan uiteindelijk op. Het zal zeker de positie van Groot-Brittannië in Europa flink veranderen.”

De eurocommissaris verwacht overigens niet dat de euro de positie van de dollar als wereldmunt overneemt. “Zonder euro wordt voor een nationale staat de ruimte om met hun eigen valuta te manoeuvreren echter te klein. We moeten van de euro een sterke eenheid maken, die op het tweede plan een belangrijke rol speelt.”

Bangemann voerde de gemeenschappelijke munteenheid gisteren in Brussel op bij de presentatie van een informatiesysteem over de concurrentiepositie van de Europese industrie. Hij noemde de munt daar van essentieel belang voor de verbetering van die positie.

Europa dreigt volgens de Europese Commissie steeds verder achter te raken op Japan en de VS. De rentabiliteit van het Europese bedrijfsleven trok vorig jaar met 2,4 procent aan. In Japan bedroeg dat percentage 3,8; in de VS steeg de rentabiliteit met 3 procent. Behalve op een betere informatie-uitwisseling zet Bangemann sterk in op kostenverlaging. Zo dragen grondstoffen en diensten voor 60 procent bij aan de totale produktiekosten. Vooral telecommunicatie en elektriciteit kunnen in prijs omlaag.

Daarvoor is een verdere liberalisatie van de markt hard nodig. Op het gebied van flexibiliteit van de arbeidsmarkt is volgens Bangemann al het nodige gebeurd. Loonkosten dragen in de Europese industrie bij aan 30 procent van de kosten. Financieringskosten zorgen voor de resterende 10 procent. (ANP)