Een kannibaal met humane trekjes

Het WK-parcours in Lugano waar vandaag de tijdrit en zondag de wegwedstrijd wordt gehouden, is heilige wielergrond. In 1953 won Fausto Coppi er zijn langverwachte en enige wereldtitel.

LUGANO, 10 OKT. “Als ik mocht kiezen tussen licht in mijn ogen of een wereldtitel voor Fausto, kies ik voor het laatste”, sprak de blinde masseur Biaggio Cavanna voor het wereldkampioenschap in 1953. De voormalige bokser met de witte stok en de zwarte brillenglazen was de steun en toeverlaat van Coppi. Cavanna zag niets meer, maar hij had magische handen en voelde perfect aan wanneer zijn patiënt in vorm was. Hij had op de bewuste ochtend goud in handen.

De regenboogtrui was een obsessie geworden voor Il campionissimo. Hij besloot de Tour de France in '53 niet te rijden om zich volledig op het WK te richten. De Col de Crespera, zondag opnieuw de scherprechter, moest achttien keer worden beklommen. Coppi maakte zijn favorietenrol waar. Hij achterhaalde de gedemarreerde Belg Germain Derijcke. Met een voorsprong van zes minuten werd hij verwelkomd door tienduizenden Italianen, die op deze warme zondagmiddag de Zwitserse grens waren overgestoken. “De spreekkoren galmden tot over het Meer van Lugano”, schreef de Nederlandse pers.

Volgens Wim van Est, de eerste Nederlander die de gele trui veroverde, was Coppi's overwinning minder heroïsch dan de oude wielerverslagen suggereren. In Lugano reed hij geheel in dienst van de Italiaanse maestro. Krantenartikelen vermeldden dat Van Est door tactische blunders de slag had gemist. Hij kan er 43 jaar later nog hartelijk om lachen.

“Ik reed altijd voor het geld. Bij Coppi beurde je meestal meer dan bij de andere grote mannen. Ik kreeg die dag tienduizend gulden en moest met een paar knechten alles bij elkaar houden. Toen Derijcke wegsprong werd Coppi vreselijk nerveus. Hij wou zekerheid en dat mocht veel geld kosten. De fabriek van hem betaalde toch alles. Die man wist niet half hoe rijk hij was. Ik weet zeker dat hij die Belg ook een paar duiten in de zak heeft gedaan. Toen is hij weggevlamd.”

In Fausto Coppi, een heldenleven beschrijft Martin Ros de triomftocht van de nieuwe wereldkampioen. De auteur rept met geen woord over geld, het waren zijn benen die Coppi aan de zege hielpen. Op twintig meter voor de finish trok hij de trui recht en de riempjes los. Op de streep stond zijn buitenechtelijke geliefde Giulia met de lauwerkrans klaar. De gelukzalige blik van Coppi op het erepodium was de voorbode van een turbulent privéleven.

Fotografen legden het verliefde stel voor eeuwig vast. Publicaties in verschillende kranten leidden tot felle protesten in het roomse Italië. Paus Pius de Twaalfde beloofde nooit meer een koers te zegenen waarin Coppi aan de start verscheen. De wielerlegende was voor veel fans van zijn voetstuk gevallen. Na het wereldkampioenschap ging het in sportief opzicht bergafwaarts.Coppi werd een dagje ouder en etaleerde nog slechts sporadisch zijn ongekende kwaliteiten.

Het liefdesdrama van Fausto en Giulia was de inspiratiebron voor scenarioschrijvers en toneelregisseurs. Giulia kwam bij toeval in aanraking met de wielersport. Haar echtgenoot verzamelde krantenknipsels, haar oog viel op een foto van Coppi. Gehuld in een witte jurk, vandaar de bijnaam, ging ze met steeds grotere regelmaat zijn koersen bezoeken. Na een paar jaar verzamelde ze de moed haar idool aan te spreken. Coppi was op slag verliefd en begreep eens temeer dan zijn ongelukkige huwelijksleven met Bruna op het spel stond. Giulia dacht er net zo over. Ze week alleen nog van Fausto's zijde door in Argentinië - in Italië was ze persona non grata - te bevallen van een zoon: Faustino.

De inmiddels overleden Fred de Bruyne was in de jaren vijftig een gewaardeerde ploeggenoot van Coppi. In Sport International werd de Belg herinnerd aan Coppi en diens privéleven. “Hij verbleef tijdens de koers nooit in hetzelfde hotel als de rest van de ploeg. De Witte Dame wilde met hem apart zijn. Zij keek op ons neer, ze groette ons niet eens. Hij heeft me eens verteld: 'Bij Giulia ben ik verloren, dan raak ik mezelf kwijt'. Ongelooflijk van zo'n granieten vent. Zij hield niet van de mens maar van zijn roem.”

Zijn faam was Coppi vooruitgesneld. Hij had de Giro en de Tour met verpletterende overmacht gewonnen. Hij was zestien jaar houder van het werelduurrecord. Coppi onderhield nauwe banden met de Italiaanse fietsindustrie en was slim genoeg verschillende onderdelen van verschillende merken op zijn rijwiel te laten monteren. “Hij was de eerste fietsende zakenman”, wist De Bruyne.

In het televisieloze tijdperk was Coppi een mythe. Zijn eeuwige strijd met landgenoot Gino Bartali verdeelde wielerminnend Italië in twee kampen. De vrome drinkeboer Bartali was aanvankelijk veel minder populair dan Coppi, die zijn heidense levenswandel wel kon verklaren. “God heeft wel wat anders aan zijn hoofd dan wielrenners.” Ze waren geen vrienden maar respecteerden elkaars kwaliteiten. Bij de begrafenis van Coppi stond Bartali, zeer geëmotioneerd, vooraan in de rij.

Coppi werd geroemd om zijn souplesse. Zijn lichte maar krachtige pedaaltred was ongeëvenaard. Hij had een grote longinhoud en een lage hartslag. Coppi's ingevallen borstkas wekte aanvankelijk de lachtlust bij zijn concurrenten. Zijn lange bovenlijf paste ogenschijnlijk niet bij zijn korte onderlijf. Eenmaal op de fiets bleek het lichaam een harmonisch geheel. Hij was één met zijn fiets, die voor elke koers grondig werd geïnspecteerd. “Het is een lust om te leven omdat het een lust is om te fietsen”, verwoordde hij zijn passie voor de wielersport.

Van Est reed officieel twee jaar in dienst van Coppi. “Het was net een renperdje. Hij had sterke bovenbenen, maar zijn kuiten waren als een pols zo dun. Hij leefde als een monnik. Hij was zo goed gesoigneerd, daar sloegen wij steil van achterover. Hij deed niks anders dan fietsen, eten en slapen. Wij moesten op onze sokken over de gang, want Coppi lag bijna altijd op bed. Het was misschien een zeikerd, maar ook een grote klasbak.”

De kampioen vertoonde menselijke trekjes. Coppi was geen kannibaal, zoals Eddy Merckx later. Hij kende genoeg zwakke momenten. Dan werd hij de ene dag op een kwartier gereden, om de volgende dag met een half uur voorsprong over de meet te rijden. Hij heeft ook altijd gesukkeld met zijn gezondheid. Maagproblemen, valpartijen en onverklaarbare inzinkingen lopen als een rode draad door zijn twintigjarige loopbaan.

Toen hij in 1959 werd gevraagd deel te nemen aan een wielerkoers in Opper-Volta, droomde de Witte Dame dat hij niet levend zou terugkeren. Haar angst werd bijna werkelijkheid. Coppi had in Afrika door een parasiet malaria opgelopen. Italiaanse artsen veronderstelden een ernstige vorm van bronchitis en gaven hem verkeerde geneesmiddelen. De medische blunders vormden een nationaal schandaal, eindigend met een debat in het parlement.

Op 2 januari 1960 blies Coppi de laatste adem uit. Italië was in diepe rouw gedompeld. Tienduizend bezoekers bezochten de begrafenis. De Witte Dame en de weduwe Coppi stonden aan weerskanten van de kist. Bruna overleed in 1979 aan een ongeneeslijke ziekte. Giulia overleed in 1993 na een verkeersongeluk. Haar zoon Faustino is inmiddels zelf vader geworden van een zoon. Zijn naam luidt Fausto.