De stad en de grote zaagbek

DIEMEN. 'Een natuurgebied van internationale waarde' stond in de advertentie, en 'zeldzame dieren', en 'onmisbaar voor alle Amsterdammers die nog van de natuur willen genieten', en daarna stond er iets over 'bulldozers', 'inpolderen' en 'volbouwen'. Ik besloot er onmiddellijk te gaan kijken.

Het was een prachtige, heiige herfstdag, net zo'n dag toen Nescio met Bavink, Bekker en Hoyer over diezelfde dijk liepen, zo'n honderd jaar geleden, toen het IJ-meer nog Zuiderzee was, het water wittig blauw als de lucht erboven, en in de verte een vrachtboot en een sleepbootje naar de stad stoomden, met daarachter de kleine huisjes van Durgerdam. “Groot was God die middag, en goedertieren.”

De Durgerdammer huisjes lager er nog steeds, maar de dijk waarover ik liep was in de tussenliggende jaren volgegroeid met volkstuintjes, jachtwerven, de politiehonden-dressuurclub, een verroeste toren, een schietbaan, riet, kweekgras, bramen en onkruid. Links lag het water van de oude zee, inmiddels zoet en getemd, omsloten door immense bruggen, snelwegen, hoogspanningsleidingen en een kilometers lange, met bomen begroeide strekdam. Rechts lag de oude Merwede - nu het Amsterdam-Rijnkanaal. En overal was de lucht vol gedreun, van autowegen, scheepsmotoren en fabrieken.

Ik kwam bij een hek met gele borden: 'Vervuilde grond'. Daarachter liep de dijk verder, half overwoekerd door wilgen en braamstruiken. Het terrein vormde een vreemde combinatie van afvalresten en wildernis, gras, struiken en halfverroeste vaten. Ik herinnerde me opeens weer de rapporten over dit bijna onmogelijk te saneren terrein, vol dioxine en andere restanten van de zorgeloze jaren vijftig en zestig. Maar daar was het IJ-meer weer, en het grijzige water, en de hoogspanningsleidingen, en de strekdam, en verderop de immense centrale van Muiden, en het nooit ophoudende gedaver in de lucht.

Bijna alle natuur in Nederland is tegenwoordig gemaakt en bedacht, en dat geldt zeker voor het stukje buitengebied dat de laatste weken centraal staat in de snel toenemende grimmigheid tussen de gemeente Amsterdam en de Vereniging Natuurmonumenten. De Vereniging is een machtige en rijke actie-bureaucratie, en dat zullen we weten. Met alle middelen is de aanval ingezet op de plannen om in het water de nieuwe wijk IJburg te bouwen. In de dagbladen zijn paginagrote advertenties geplaatst, en uitzendkrachten worden de stad ingestuurd om handtekeningen te werven voor een referendum.

Met de feiten wordt ondertussen losjes omgesprongen. De Vereniging roept op tot actie omdat de gemeente 'een groot deel van dit vogelrijke watergebied' wil volbouwen, terwijl het hele plan voor IJburg zich aan het uiterste randje van het IJmeer afspeelt en in werkelijkheid maar zes procent van de oppervlakte van het meer beslaat. Om de schrik erin te houden, wordt gesuggereerd dat er na het eerste IJburgproject een tweede zal volgen, met grote polders bij Pampus en Almere. In werkelijkheid bestaan die plannen niet, en de Amsterdamse gemeenteraad heeft zelfs nadrukkelijk bij motie vastgelegd dat dit de maximale omvang van IJburg wordt. Ook zouden er volgens Natuurmonumenten voldoende alternatieve locaties zijn voor de achttienduizend woningen die op IJburg gebouwd zouden moeten worden. Maar het ingenieursbureau dat de alternatieven voor de Vereniging opduikelde, heeft zich ondertussen haastig van deze uitspraak gedistantieerd.

De Verenigingsbestuurders hebben ondertussen aangekondigd dat ze, mocht de volksraadpleging voor IJburg positief uitpakken, de bouw alsnog via juridische procedures zullen proberen tegen te houden. Daarmee geven de organisatoren van dit referendum impliciet te kennen dat het hun in wezen geen barst uitmaakt wat de Amsterdammers ervan vinden, zolang zij maar hun zin krijgen. Het is eigenlijk een heel ouderwets soort milieu-actie die het altijd zo brave en overleggerige Natuurmonumenten nu voert. De natuur - of wat men als 'natuur' definieert - wordt heilig verklaard, en al het andere wordt daaraan ondergeschikt gemaakt: feiten, woningzoekenden, democratie.

Nu is er ook zonder demagogie voldoende reden om zich ten aanzien van IJburg flink achter het oor te krabben. De bodem is er zo slap dat het bouwrijp maken van de grond kostbaar en moeilijk is. Mede daardoor wordt het een luxe-wijk, met voornamelijk koopwoningen en slechts vijftien procent goedkopere huurhuizen. De bouw van zo'n nieuwe buurt kan de sociale tweedeling binnen de stad versterken: het middenkader van de oudere wijken krijgt een nieuwe mogelijkheid om weg te trekken, en hun veerkracht loopt daarmee verder achteruit. Ook is het IJmeer, ondanks alle afval en geraas, wel degelijk een belangrijk vogelgebied en een niet te verwaarlozen schakel van de Ecologische hoofdstructuur. Het tot-hier-en-niet-verder van de Amsterdamse gemeenteraad vormt bovendien geen garantie voor de lange termijn: het ministerie van VROM laat wel degelijk de mogelijkheid open om na 2010 verder in het IJmeer te bouwen. Dat zou echter definitief voorkomen kunnen worden door het beheer van het resterende deel van het meer over te dragen aan, bijvoorbeeld, de Vereniging Natuurmonumenten.

Dat zou sowieso een goed idee zijn, omdat het de voordelen van beide opties - stad èn water - in zich verenigt. IJburg is namelijk, ondanks alle bezwaren, een fantastisch mooi plan. Het is een plan dat voor enkelen de horizon verder beperkt - en terecht hebben ze er de smoor in - maar dat vele duizenden juist bij het water en de weidsheid brengt, in een heel nieuw, modern, uitgekiend stuk stad. Weer aan die noodrem trekken, weer het stukzeuren van een project dat de grenzen van het dorp overschrijdt, het zou in alle opzichten een ramp voor het moreel van de stad zijn.

IJburg zal vermoedelijk de laatste grote uitbreiding van Amsterdam zijn. Dat betekent dat de stad zo langzamerhand bijna vol is, en dat het tijd wordt voor een publieke discussie die verder gaat dan de meerkoet en de grote zaagbek. Want wat moet het verder worden met deze stad na IJburg? Indikken of het Groene Hart in? Hoogbouw of polderkolonies? Los Angeles of Hongkong? Groei of consolidatie?