Computer

Dr. D.F. Swaab, hoogleraar in de neurobiologie en directeur van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek in Amsterdam: “De hersenen worden vaak vergeleken met een computer. Die vergelijking is zo gek nog niet, kijkend naar de bouwstenen van de hersenen, de zenuwcellen, en de manier waarop die zijn geschakeld. Natuurlijk is de werkelijkheid veel ingewikkelder; de vergelijking met een computer gaat slechts ten dele op.

De hardware van de hersenen is, anders dan bij een computer, zeer vormbaar. De hersenen blijken door gebruik voortdurend te veranderen, vooral in de eerste levensjaren. Bij een pasgeborene bevatten de hersenen een overmaat aan cellen en contacten. Op basis van het functioneren wordt bepaald welke van die cellen en verbindingen blijven bestaan. Men spreekt daarom wel van een 'neuronaal Darwinisme'. Frappant is bijvoorbeeld de invloed van de taalomgeving waarin een kind opgroeit. De neuronencircuits voor de moedertaal worden in de eerste levensjaren vastgelegd en zijn voor ieder taal anders. Japanse kinderen blijken daarbij zelfs hele andere hersengebieden te gebruiken dan Westerse kinderen.

“De totale hoeveelheid cellen en contacten in de hersenen is zo groot dat dit alles nooit in de genen kan worden vastgelegd. De erfelijke informatie is er alleen voor de grote lijnen. De omgeving en de manier waarop we gebruik maken van onze hersenen beïnvloeden sterk de bouw en dus de functie ervan. Dat gaat zover dat de twee hersenhelften van een eeneiige tweeling al bij de geboorte duidelijk verschillend zijn.

“In de baarmoeder wordt de hersenontwikkeling van het kind onder andere beïnvloed door hormonen van de moeder en door de omstandigheden waarin zij verkeert. Stress en ziekte bij de moeder en het gebruik van geneesmiddelen, alcohol en nicotine kunnen blijvende gevolgen hebben voor de hersenontwikkeling van het kind.

“Er zijn ook nogal wat hersenaandoeningen waarbij tegenwoordig de oorzaak wordt gezocht in een ontwikkelingsstoornis van de hersenen. Bij schizofrene patiënten zijn structurele afwijkingen in de hersenen aangetroffen die wijzen op verstoorde verplaatsing van de hersencellen tijdens de ontwikkeling. Er zijn epidemiologische aanwijzingen dat een griepinfectie van de zwangere moeder een hoger risico oplevert op schizofrenie bij het kind later. Een andere factor vormt ondervoeding. Zo resulteerde de hongerwinter van '44-'45 in meer schizofrenie later, merkwaardig genoeg alleen bij meisjes.

“De hersenen van een man en een vrouw vertonen duidelijke geslachtsverschillen in grootte en aantallen cellen in bepaalde hersenstructuren. Vanaf halverwege de zwangerschap wordt al zichtbaar dat de hersenen van jongetjes onder invloed van het mannelijk geslachtshormoon een seksuele differentiatie doormaken. Een bepaalde groep cellen in de hypothalamus, de seksueel dimorfe kern, bevat bij de man tweemaal zoveel cellen als bij de vrouw. Het interesssante is dat die geslachtelijke differentiatie niet alleen genetisch wordt bepaald, maar ook kan worden beïnvloed door omgevingsfactoren. Zo kan een stressvolle zwangerschap, waarbij de moeder te veel van het bijnierschorshormoon cortisol uitscheidt, van invloed zijn op de geslachtsontwikkeling van het kind en uiteindelijk op de seksuele geaardheid.”