Bestuur van Residentie Orkest treedt af

DEN HAAG, 10 OKT. Het bestuur van het Residentie Orkest heeft maandag zijn positie “ter discussie” gesteld, voordat het orkest gisteren in een vergadering verklaarde dat het vertrouwen in het bestuur onder leiding van voorzitter Hofman en in directeur Van den Akker “tot het nulpunt” is gedaald.

Aanleiding voor dit, volgens een betrokkene 'feitelijke aftreden', is een dreigend failissement wegens forse tekorten, ook op de exploitatie van de Dr. Anton Philipszaal. Deze is via een nv-constructie eigendom van het orkest. Ook de aflossing van een lening van 3,5 miljoen verloopt moeizaam.

Een commissie van de adviseurs Etty, Horlings en Van Dael stelt in een voorlopig rapport voor een interim-manager binnen twee maanden een financiële en organisatorische scheiding te laten aanbrengen tussen zaal en orkest. Orkestleden denken daarbij aan oud-directeur Ben van der Meer. De zaal moet vooral een verhuurbedrijf worden, zonder financieel risico voor het orkest.

Na de scheiding van zaal en orkest wil het orkest een nieuw bestuur dat de verantwoordelijkheid kan nemen voor de benoeming van de door het orkest gewenste nieuwe directeur. Van de nieuwe top verwacht het orkest betere contacten met de zelf in financiële nood verkerende gemeente Den Haag, die moet bijdragen aan de oplossing van de tekorten. Ook zou het orkest, dat te maken kreeg met een verminderde publieke belangstelling, goedkoper moeten gaan programmeren.