American Brands dumpt tabaksimago

NEW YORK, 10 OKT. Het plan van American Brands om zijn Britse tabaksdochter Gallaher af te stoten is een poging het bedrijf van een loden last te bevrijden. Tevens wordt de naam veranderd in Fortune Brands, zodat het Amerikaanse bedrijf denkt met een schone lei te kunnen beginnen.

American Brands verkocht twee jaar geleden zijn dochter American Tobacco maar merkte nog steeds dat het als tabaksproducent werd gezien. Na elke nieuwe golf van Amerikaans antitabaksactivisme, in de regering dan wel in de rechtbank, duikelde de koers van American Brands samen met die van Philip Morris, RJR Nabisco en Loews. Toen een jury in Florida twee maanden geleden 750.000 dollar toekende aan een tabaksslachtoffer, daalde de koers van American Brands met 5 procent.

De af te stoten dochter heeft een grotere omzet dan de moedermaatschappij. Gallaher heeft een jaaromzet van 6,44 miljard dollar en heeft met merken als Benson & Hedges, Silk Cut en Hamlet 40 procent van de Britse markt. De afgeslankte voortzetting van American Brands, Fortune Brands, zal een jaaromzet van 4,38 miljard dollar hebben. Het nieuwe Fortune houdt zich onder meer bezig met het produceren van golfartikelen, kranen, sloten, kasten en bourbon whiskey. De voormalige dochter, American Tobacco, producent van de merken Pall Mall en Lucky Strike, was twee jaar geleden verkocht aan Brown & Williamson, het Britse BAT Industries.

Daar was een overeenkomst aan verbonden die American Brands vrijwaarde van gerechtelijke vervolging door tabaksslachtoffers. Hetzelfde heeft nu plaats met Gallaher. Volgens Richard Daynard, directeur van de antitabaksgroep Tobacco Products Liability Project aan de Northeastern University School of Law is dat maar de helft van het verhaal. “Als Brown & Williamson zo hard getroffen zou worden door rechtszaken dat het bedrijf failliet gaat, komen de boetes en schadevergoedingen weer bij American Brands terecht, ook al heet het nu Fortune”, zegt Daynard. “Hetzelfde gaat op voor Gallaher. Als in het Verenigd Koninkrijk de wetgeving wordt aangescherpt en Gallaher ooit zou worden vervolgd tot op zijn laatste cent komen de eisers daarna bij American Brands uit.”

De plannen tot afstoting en naamsverandering van American Brands worden door de anti-rookgroepen als een bewijs van hun invloed en succes gezien. Daynard zegt zeer onder de indruk te zijn dat dit nu is bereikt. Hij wijst erop dat American Brands tot zijn opsplitsing is overgegaan puur en alleen om financiële redenen. Die redenen zijn dat Wall Street het bedrijf straft als er slecht tabaksnieuws is. Daynard: “Volgens mij is de boodschap dat Wall Street van de tabak af wil. De aansprakelijkheidsrisico's zijn te groot aan het worden.”

Daynard ziet in de diverse ontwikkelingen dit jaar een patroon dat tabaksproducenten verder in de hoek dringt. In het voorjaar was er de Liggett Group, producent van sigarettenmerken L&M en Chesterfield, die een schikking trof met procederende partijen en zijn aansprakelijkheidsrisico's in feite afkocht. Het was de eerste keer dat een tabaksproducent tot een schikking overging.

Daarnaast is er het plan van RJR Nabisco Holdings om zijn voedsel- en tabaksdivisies over twee jaar in twee afzonderlijke bedrijven op te splitsen en de eerste stappen in die richting zijn al gezet. De zaak-Carter van twee maanden geleden kende voor de tweede maal in de geschiedenis een schadeloosstelling toe aan een roker. Nu dan is er de opsplitsing van American Brands.

“Wat we nu zien”, aldus Maynard, “is dat beleggers die altijd de lof hebben gezongen over de tabaksaandelen er genoeg van krijgen. Kennelijk beseffen ze dat de bedrijven waarin zij investeren produkten hebben waarvan de juridische risico's groter zijn dan de winstgevendheid.

Als die overtuiging in bredere kringen postvat, kunnen de tabaksaandelen behoorlijk onder druk komen te staan.''