Adelsvererving

Het artikel 'Adellijke titel blijft zaak van vaders' (NRC HANDELSBLAD, 1 oktober) papegaait braaf de op 1 oktober verschenen notitie van minister Dijkstal na, waarin op basis van selectieve gegevens tot uitdrukking brengt dat achterstelling van adellijke vrouwen helemaal geen discriminatie is.

Op 20 juni aanvaardde 85 procent van de Tweede Kamer de motie-Dittrich. Daaruit blijkt dat de interpretatie, die de regering thans aan de sekseneutrale adelsverervingsregels geeft, wel degelijk “op gespannen voet staat met artikel 1 van de Grondwet, de Wet gelijke behandeling en diverse internationale verdragen, waaronder het BUPO-verdrag en het Vrouwenverdrag”. Over de motie-Dittrich helaas geen woord.

Volgens de notitie van Dijkstal is adelsvererving via vrouwen een modernisme en leidt zij tot een aanmerkelijke groei van de adel. In de Middeleeuwen konden vrouwen hun adelstand echter al aan hun kinderen doorgeven. Meer recente voorbeelden zien wij bij de adellijke families van Oranje-Nassau en Pichot van Slijpe.

Het risico van een adelsexplosie is ook uit de lucht gegrepen. Niet alle adellijke moeders geven immers hun adellijke naam aan hun kinderen door. Volgens een peiling van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 1995 zou maar 18 procent van de hele bevolking kiezen voor de naam van de moeder. Slechts een deel hiervan komt ook feitelijk voor die naamskeuze te staan. Bij de wat meer traditionele adel zal dit percentage nog lager liggen. De keuze voorziet echter wel in de behoefte om het uitstervingsproces van het aantal adellijke families tegen te gaan. Maar zelfs al zou de adel als bevolkingsgroep toenemen, is het dan aan de overheid om dat te beletten?

Minister Dijkstal wacht nog een pittige confrontatie met de Tweede Kamer en eventueel nog bij de onafhankelijke rechter wanneer de Raad van State van zijn rechtsprekende functie is ontheven.