Zuid-Korea beschuldigt noorden van moorden

SEOUL, 9 OKT. Het Zuidkoreaanse ministerie van Defensie heeft Noord-Korea beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor de dood van drie mensen in een oostelijk berggebied in het land. Twee mannen werden doodgeschoten, een 67-jarige vrouw werd gewurgd nadat ze eerst door een hard voorwerp was geslagen. De mannen werden gisteren als vermist opgegeven toen ze wegbleven van een bergtocht om paddestoelen te plukken.

De Zuidkoreaanse media meldden aanvankelijk dat Noordkoreaanse troepen de vermisten in gijzeling hadden genomen, niet ver van de plek waar enkele weken geleden een Noord-Koreaanse onderzeeboot werd gevonden. Zuidkoreaanse troepen zouden verwikkeld zijn in een felle schotenwisseling. Maar dit bericht werd ten stelligste ontkend door het Zuidkoreaanse ministerie van Defensie, dat zei zelfs geen oefeningen te houden in het gebied. In de bergen waren echter wel schoten gehoord en dat had het Zuidkoreaanse leger aangezet tot een zoektocht. De troepen vonden vervolgens de lijken van de twee mannen en de vrouw, die zorgvuldig met gras waren bedekt. Naast de lijken werden patroonhulzen gevonden van Amerikaanse M-16 geweren. De hulzen hadden geen serienummers.

Volgens het Zuidkoreaanse ministerie van Defensie zijn de drie overgebleven “infiltranten”, die enkele weken geleden met de onderzeeboot aan land werden gebracht, verantwoordelijk voor de moorden. Van de 26 “agenten” uit Noord-Korea die door de onderzeeboot aan land werden gebracht, werden er 22 dood gevonden of gedood door Zuidkoreaanse troepen.

Een van de Noordkoreanen werd gevangen genomen, naar drie mannen wordt nog gezocht. Het is niet onwaarschijnlijk dat zij proberen terug te keren naar Noord-Korea.

In de zone waar de mannen werden vermoord zijn ruim 60.000 soldaten permanent op zoek naar de drie Noordkoreanen uit de onderzeeboot die nog voortvluchtig zouden zijn.

Noord-Korea heeft verklaard de dood van de 22 mannen “duizendmaal” te zullen wreken. “Bloed moet met bloed betaald worden”, aldus het regime in Pyongyang. (AP, Reuter)