Vertrouwelijk oordeel: Haarlems OM begeleidde CID wél zorgvuldig

ROTTERDAM, 9 OKT. In tegenstelling tot wat eerder werd geconcludeerd door de enquêtecommissie-Van Traa en de rijksrecherche, hebben de Haarlemse officieren van justitie De Beaufort en Van der Veen in de IRT-affaire gezorgd voor goede begeleiding van criminele-inlichtingendiensten.

Volgens niet openbaar gemaakte “personeelsvertrouwelijke” rapportages die procureur-generaal Ficq de afgelopen maanden in opdracht van minister Sorgdrager (Justitie) over de Haarlemse OM-leden heeft gemaakt was er sprake van “bovengemiddeld zorgvuldige begeleiding van de CID'en (Criminele-Inlichtingendiensten, red.) in hun arrondissement”. De rapportages waren voor Sorgdrager reden geen rechtspositionele maatregelen tegen de officieren van justitie te nemen. Inmiddels is De Beaufort een promotie tot hoofdofficier van justitie in Utrecht aangeboden en kreeg voormalig IRT-officier Van der Veen een functie aangeboden op het landelijk OM-parket.

Ficq trok zijn conclusies in een onderzoek naar het functioneren van totaal acht OM-leden tijdens de IRT-affaire. Sorgdrager zegde het onderzoek toe nadat dit voorjaar in de Tweede Kamer ongenoegen ontstond over het uitblijven van personele maatregelen naar aanleiding van de parlementaire enquête opsporingsmethoden en het onderzoek van de rijksrecherche naar de CID Haarlem.

De Kamer is inmiddels op de hoogte gesteld van de resultaten van het onderzoek-Ficq maar kreeg de “personeelsvertrouwelijke” rapportages over individuele OM-leden niet toegestuurd omdat de “relatie tussen werkgever en werknemer” dit niet zou toestaan. Sorgdrager heeft het oordeel van Ficq overgenomen. De woordvoerster van de minister was vanmorgen niet bereikbaar om uit te leggen waarom het oordeel van Ficq over het toezicht op de CID “personeelsvertrouwelijk” zou zijn.

Uit de rapportages blijkt dat de Haarlemse officieren van justitie volgens Ficq nauwelijks kan worden verweten dat het Haarlemse CID-duo Langendoen en Van Vondel vele tienduizenden kilo's soft drugs het criminele milieu in lieten verdwijnen en hun opsporingsactiviteiten met tonnen crimineel geld financierden. Dit geldt volgens Ficq ook voor de oud-CID-officier van justitie van Haarlem Kuitert, over wie hij eveneens meent dat zij het werk van de CID “bovengemiddeld zorgvuldig” begeleidde. De Beaufort krijgt van Ficq over de hele linie een positief oordeel. Van der Veen wordt wel verweten dat hij zijn superieuren onvoldoende en soms onjuist heeft ingelicht over lopende opsporingsonderzoeken.

De oordelen in de “personeelsvertrouwelijke” rapportages - op rood papier gedrukt zodat kopiëren onmogelijk is - zijn opmerkelijk omdat ze haaks staan op conclusies die eerder door de commissie-Van Traa en de rijksrecherche werden geveld. Zo kreeg De Beaufort van Van Traa het verwijt dat hij “zijn gezag onvoldoende had uitgeoefend”. Van der Veen had volgens Van Traa de minister van justitie onjuist ingelicht, terwijl de enquêtecommissie Kuitert verweet dat zij zich “onvoldoende op de hoogte heeft gesteld” van de gang van zaken bij de CID Haarlem. De Tweede Kamer debatteert over enkele weken over de resultaten van het onderzoek-Ficq.