Tussen banken en vrouwelijke starters botert het niet

Bankiers en vrouwelijke ondernemers hebben niet zelden een moeizame relatie. Vrouwen klagen dat ze niet serieus worden genomen, minder makkelijk krediet krijgen dan mannen en dat er vervelende vragen worden gesteld. De banken op hun beurt vinden vrouwen niet zakelijk genoeg. De aanhoudende klachten waren voor MKB-Nederland reden om het project Vrouwelijke Ondernemers en de Bank op te zetten. Het doel: “Bankiers zullen er aan moeten wennen dat een ondernemer een vrouw kan zijn en vrouwen moeten leren met de vuist op tafel te slaan.”

Na een avondcursus voor startende ondernemers begon Monica Zeegers (34) drieëneenhalf jaar geleden een uitvaartonderneming. Geen doorsnee uitvaartbedrijf, maar een waar uitsluitend vrouwen werken. “Al die oude mannen met hoge hoeden, het straalt vaak zo weinig betrokkenheid uit bij zoiets essentieels als het einde van het leven”, aldus Zeegers. “Ik vond dat de begeleiding van nabestaanden beter kon en de uitvaarten ook.” Zeegers werkt met twaalf vrouwen, veelal oproepkrachten, die bij uitvaarten gekleed gaan in bordeauxrood. “Dat zwarte en enge moest eraf. Bovendien onderscheid ik me op deze manier: uitvaartbedrijven met mannen zijn er genoeg.”

Zeegers had berekend dat ze 25.000 gulden nodig had voor de start van haar bedrijf: om kleding te laten ontwerpen (“ik wilde het meteen goed doen”), een computer en een tweede telefoonlijn. Een rouwcentrum kwam pas later. “Ik was tijdens de starterscursus al gewaarschuwd dat het lenen van geringe bedragen moeilijker is dan het lenen van grote bedragen, maar eerlijk gezegd leek het me in mijn geval geen probleem. Ik ben altijd vrij zeker van mezelf. Verder vond ik dat ik een hardstikke goed, verrassend businessplan had.”

De domper kwam tijdens het gesprek bij een bank in Nijmegen. “Notabene een gesprek met een vrouw! Die reageerde heel verbaasd op mijn plannen. Er waren al genoeg uitvaartondernemingen in de omgeving, vond ze. Of ik niet een zaak in een andere branche wilde beginnen. Bovendien moest ik het loonstrookje van mijn man meebrengen. Voor 25.000 gulden! Ik werd vreselijk betutteld in dat gesprek. Zonde van mijn tijd. Ik wist dat ik ook bij mijn moeder geld kon lenen, maar ik wilde het officieel doen, bij een bank. Ik ben toen naar de Triodosbank gegaan. Die waren enthousiast over het plan, maar eisten een borgstelling. Wat hadden ze immers aan uitvaartkleding en een wagentje voor een kist als ik failliet zou gaan? Bij Mama Cash heb ik toen een borgstelling gekregen.”

Toen Zeegers, die inmiddels honderd tot honderdtwintig uitvaarten per jaar verzorgt, twee jaar later haar woning en bedrijf verhuisde naar een oude pastorie in Balgoy (nabij Nijmegen) en vijf ton nodig had, bleek een lening (dit maal bij de ING) geen enkel probleem meer. “Ik bestond toen nog maar een jaar, maar draaide al met winst en was, omdat ik een van de weinige vrouwelijke uitvaartondernemers ben, al vijf keer op tv geweest. Dat heeft waarschijnlijk geholpen.”

Het botert maar matig tussen banken en vrouwelijke starters. Veel gehoorde klachten zijn dat vrouwen minder makkelijk krediet krijgen en dat bankiers vervelende vragen stellen die niet aan mannelijke starters worden gesteld (“weet u wel waar u aan begint, bent u van plan kinderen te krijgen?”). Banken op hun beurt vinden vrouwelijke ondernemers vaak te weinig zakelijk en te voorzichtig.

De aanhoudende klachten waren voor MKB-Nederland aanleiding om het project Vrouwelijke Ondernemers en de Bank op te zetten. Het project, dat wordt gesubsidieerd door de ministeries van economische en sociale zaken en de Rabobank en onlangs als proef van start is gegaan in Alkmaar, Tilburg en Hoogeveen, bestaat uit aparte workshops van twee dagdelen voor ondernemers en bankmedewerkers. Vrouwelijke starters leren er onder meer hoe ze het gesprek met een bankier moeten voorbereiden, in welk stadium van hun plannen ze naar een bank moeten stappen en welke eisen een bank aan plan en ondernemer stelt. De bankmedewerkers worden bijgepraat over de stand van zaken rondom het vrouwelijk ondernemerschap in Nederland en leren communiceren met deze specifieke doelgroep.

Banken moeten leren vrouwen serieuzer te nemen en vrouwen moeten leren met de vuist op tafel te slaan, zo vat Lia Smit, secretaris van de Stuurgroep Vrouw & Onderneming van MKB-Nederland, het doel van de cursus samen. “Vrouwen willen als volwaardige cliënt worden beschouwd door banken. Ze pikken het niet langer dat ze de normen van de door mannen gedomineerde financiële werld moeten accepteren”, zegt Smit. “Mannen zullen eraan moeten wennen dat een ondernemer een vrouw kan zijn en vrouwen moeten commerciëler optreden. Dat vrouwen in loondienst werken is inmiddels geaccepteerd, dat we eigen baas worden nog niet. Dat is een stap verder in het emancipatieproces en dat werpt drempels op.”

De problemen tussen bank en ondernemer liggen doorgaans op het vlak van bejegening. Maar liefst 53 procent van alle vrouwen die voor krediet naar een bank stappen, loopt tegen vooroordelen op, zo blijkt uit een onderzoek van Robert J. Blom, dat vorig jaar verscheen onder de titel 'Zakenvrouwen, Vrouwenzaken'. Enkele citaten daaruit: “Toen ik voor een krediet naar de bank ging, moest ik mijn vader meenemen.” “De bankmedewerker zei mij dat ik het als vrouw moeilijk zou krijgen: de kinderen konden immers ziek worden of ik zou opnieuw zwanger kunnen raken.” “Ik kreeg wel een lening van de bank, maar mij werd gezegd dat ik die wel zo snel mogelijk moest aflossen omdat ik een vrouw ben.”

De onheuse bejegening loopt uiteen, volgens MKB-Nederland, van regelrechte discriminatie tot insinuerende vragen. Vrouwen worden geconfronteerd met opmerkingen als: 'welk merk parfum gebruikt u?' en: 'vrouwen kunnen beter een handwerkwinkeltje beginnen'. Ook 'goedbedoelde', maar denigrerende loftuitingen komen voor: 'Wat knap van u, zo'n zaak beginnen.'

Maar ook vrouwen maken fouten, erkent Smit. “Als een bankier om cijfers vraagt en een vrouw zegt: 'van cijfers heb ik geen verstand, daarvoor moet u bij mijn boekhouder zijn', maakt dat natuurlijk geen sterke indruk. Ook ondernemers die alleen met een 'ideetje' bij een bank aankloppen en geen businessplan op tafel leggen kunnen een krediet wel vergeten.” Andere handicap van vrouwen is dat ze zich te bescheiden opstellen. Smit: “Een man vraagt gerust 50.000 piek, een vrouw vindt 20.000 al veel. Terwijl je met 50.000 wel een betere basis aan je bedrijf kunt geven. Vrouwen zijn risicomijdender. Terwijl een bank doorgaans graag een wat groter krediet geeft: daarmee kweken ze een steviger klant en de kosten voor het verstrekken van het krediet zijn gelijk. Al krijgen banken wel steeds meer oog voor kleine kredieten.”

De cursus is uitsluitend bedoeld voor starters. Smit: “Doorstarters hebben veel minder problemen en hebben vaak een prima relatie met hun bank. Die kunnen resultaat en vermogen laten zien. Maar in de beginfase moet je het hebben van een goed verhaal en daar zijn mannen doorgaans wat sterker in.”

Bankiers zouden meer moeten kijken naar creativiteit en doorzettingsvermogen, vindt uitvaartondernemer Zeegers, en iets minder naar zekerheid. “Alles aan een startend bedrijf is nu eenmaal onzeker.” Haar advies aan startende vrouwen: “Kom zo gedegen en zeker mogelijk over. Stap niet te vroeg naar een bank in de hoop bevestigd en aangemoedigd te worden, zorg eerst voor een degelijk plan. Wees trots op je idee en zorg dat je er helemaal achter staat.”

Banken, vrouwen èn de nationale economie winnen bij betere kredietverlening aan vrouwen, betogen zowel het MKB als de Rabobank, voorlopig de enige deelnemende bank aan het project. Het aandeel van vrouwen in de economie is aanzienlijk: van de startende ondernemers is 25 procent vrouw (tien jaar geleden was dat 10 procent).

Nederland telt 60.000 vrouwelijke ondernemers (15 procent van het totaal) en 30.000 mede-ondernemers. Zij zijn goed voor 25 miljard omzet per jaar ofwel 4 procent van de totale omzet in het midden- en kleinbedrijf. Verreweg de meesten zijn werkzaam in de modebranche (22,6 procent) en de overige detailhandel (ruim 14 procent). Bedrijven die in handen zijn van vrouwen genereren 8 procent van de werkgelegenheid.

Er zal emancipatie optreden door marktwerking, verwacht Smit: banken gaan vanzelf inzien dat vrouwen belangrijke klanten kunnen zijn. Hoewel er geen harde cijfers beschikbaar zijn, vermoedt zij dat alle negatieve verhalen veel vrouwelijke starters ervan weerhouden om naar een bank te stappen. Feit is dat het aantal vrouwelijke ondernemers dat bancair krediet aanvraagt betrekkelijk laag is: 44,7 procent tegen 55 procent mannen. Vrouwen worden iets vaker afgewezen dan mannen: 59 tegen 52 procent.

Bijna de helft van alle vrouwelijke ondernemers is cliënt bij de Rabobank, wat vooral te danken is aan het feit dat deze bank met 40 procent marktaandeel een sterke positie inneemt in het kleinbedrijf. “Het feit dat vrouwen voor ons een heel belangrijke doelgroep vormen, was het motief om mee te doen aan het project”, aldus J.A.M. van der Linden, onderdirecteur van de Rabobank en verantwoordelijk voor het MKB. Het vrouwelijke klantenbestand kan vermoedelijk worden uitgebreid gezien het feit dat ruim de helft van de vrouwelijke ondernemers geen bankkrediet heeft maar via andere kanalen (vaak familie) geld heeft geleend. Verreweg de meesten hebben een schuld van maximaal 50.000 gulden.

De vraag of het waar is dat vrouwen anders worden behandeld door bankiers en eerder worden afgewezen vindt Van der Linden “niet interessant”. “Het gaat om de perceptie van de klant. Als die vindt dat zij niet serieus genoeg wordt genomen, dan moeten we daar iets aan doen.” Als de workshop een succes wordt, wil de Rabobank het cursusmateriaal opnemen in de interne opleiding voor bedrijvenadviseurs.

Een van de dingen waarvan bankmedewerkers zich meer bewust moeten worden, volgens Van der Linden, is dat een vrouwelijke ondernemer niets bijzonders is. “Dat kunnen we onder meer bereiken door intern beter te communiceren met vrouwelijke ondernemers, bijvoorbeeld in onze bladen, tijdens opleidingen, etcetera.” De Rabobank is ook bezig het contact met vrouwenorganisaties, zoals de Unie van Vrouwelijke Ondernemers, te intensiveren.

Tijdens de cursus leren bankmedewerkers kijken door de bril van vrouwelijke ondernemers, zoals Van der Linden het omschrijft. “Puur beredeneerd vanuit het veranderende maatschappijbeeld kun je als bank niet anders”, meent hij. Met 60.000 vrouwelijke ondernemers, 30.000 mede-ondernemers en 25 procent vrouwelijke starters wordt het de hoogste tijd dat de gemiddelde Nederlander doordrongen raakt van het belang van de vrouw in de economie.”

De Rabobank stelt wel eisen aan vrouwen: ze moeten een goed ondernemingsplan meebrengen, hun plannen zakelijk kunnen toelichten en ze moeten zakelijke vragen kunnen beantwoorden. Met name aan de manier van argumenteren kan nog wel het een en ander worden verbeterd, vindt Van der Linden. “Straal uit wie je bent en laat je gedrevenheid zien”, is zijn advies. Dat een bank vraagt naar het inkomen van de partner vindt Van der Linden niet zo vreemd. “Dat doen we bij mannelijke starters ook. Het gaat tenslotte om het totale inkomensplaatje van het huishouden.” Dat vrouwelijke starters nogal eens onzeker overkomen heeft veel te maken met het feit dat hun zelfbeeld doorgaans negatiever is dan dat van mannen, vermoedt hij. “Vrouwen nemen bijvoorbeeld vaak een man mee naar een gesprek bij de bank; geen idee waarom. Van die bescheidenheid moeten ze echt af.”