Tof Nederlands doet meeleven met antieke domheden

Voorstelling: De Troje Trilogie, van Koos Terpstra, door Theater Malpertuis. Regie: Sam Bogaerts; decor: Patrick Durwael. Spel: Sofie Sente, Lieve Cornelis, Elise Bundervoet, Carla Hoogewijs, Ruud van der Pluijm, Eddy Vereycken. Gezien: 8/10 Cultureel Centrum Amstelveen. Tournee t/m 31/10. Inl 020-6264545.

Eerlijkheid en valsheid, aardigheid en gemeenheid, recht en onrecht liggen dicht bij elkaar in Koos Terpstra's Troje Trilogie. Heel eerlijk zegt het personage Hermione: “Ik kan niet tegen onrecht.” En dan haalt zij uit naam van dat haar aangedane onrecht een gemeenheid uit waar de honden geen brood van lusten. Hoe haar slachtoffer heet?

Andromache. Deze underdog wekt sympathie, in de opvoering van Theater Malpertuis, en het leed dat zij met zich meetorst is werkelijk gigantisch. In de Trojaanse oorlog heeft koningsdochter Andromache meer dierbaren verloren dan wie ook en na de oorlog wordt ze als slavin slecht behandeld. Het is eigenlijk bewonderenswaardig met hoeveel energie zij de slachtofferrol van zich af probeert te schudden, waarbij helaas nogal wat doden vallen. Reeds in de openingsscène zien we Andromache als moordenares, en ze deinst er zelfs niet voor terug, zo blijkt, een compleet dorp te laten vergiftigen.

Ook moed en laaghartigheid gaan hier soepel in elkaar over, net zoals op inzicht steeds verblinding volgt. Die laatste menselijke zwakheid vinden we reeds in Euripides' Andromache-tragedie, maar er is tussen Terpstra en Euripides één essentieel verschil: waar Euripides zijn figuren in hopeloze patstellingen manoeuvreert, biedt Terpstra hen af en toe de gelegenheid keuzes ten goede te maken. Hoe benard hun positie ook mag zijn, toch dragen niet de goden maar uitsluitend zij zelf de verantwoordelijkheid voor hun daden. Het probleem is alleen dat ze met die verantwoordelijkheid niet kunnen omgaan.

Ze praten en praten en praten: uit zelfrechtvaardiging, zelfmedelijden en behoefte aan begrip - en nooit kunnen ze begrip opbrengen voor een ander dan voor hun eigen persoon. Op die manier leren zij natuurlijk bar weinig van elkaar. Dat niet alleen de oude Grieken het patent op zulke domheden hadden maakt moralist Terpstra duidelijk door zijn personages een snel en eigentijds Nederlands in de mond te leggen. In zijn eigen regie van de Troje Trilogie, twee jaar geleden, barstte het van de modieuze zinnetjes, in de trant van “ik ben hier verdomme voor jou bezig.” In de regie van Sam Bogaerts klinkt het Nederlands plechtiger. Malpertuis is een Vlaams gezelschap en Vlamingen jijen en jouwen nu eenmaal niet zo gemakkelijk, zij zeggen 'u' en 'gij': “Waarom helpt gij mij niet?”

Alleen de Nederlandse acteur Ruud van der Pluym weet die bijna geruststellende nonchalance van Terpstra's taal exact te treffen en hij zegt als Neoptolemos de gruwelijkste dingen op een toffe Hollandse toon. De overige spelers compenseren de stijvigheid van hun teksten door een losse gebarentaal te hanteren. Ze roffelen speels op elkaars buik en ze wijzen precies zo naar elkaar als de hippe jongeren ('op een dag drink je G...') in een bekend bierbrouwers-reclamespotje. En net als in de enscenering van Terpstra rukken ze zich vaak even los uit het ingeleefde spel: dan stappen ze naar het voortoneel, kijken het publiek recht in de ogen en trachten het voor zich te winnen.

Dergelijke wij-spelen-maar-toneel-signalen vervreemden je bij Bogaerts niet van de personages. Integendeel, je raakt bij hun ellende betrokken, zowel door de brutale directheid als door de fijne humor. Bogaerts mobiliseert ook een legertje lullige inspiciënten, dat goed is voor minutenlang gezwaai met een tak wanneer de handeling zich van binnen naar buiten verplaatst. Een beetje divertissement is geen overbodige luxe, want de Troje Trilogie vergt veel van de toeschouwer. Ze bestaat uit drie complex gestructureerde drama's die elk op zichzelf al genoeg stof tot nadenken bieden. Bijna vier uur duurt de voorstelling van Malpertuis, en alleen in het laatste deel heb ik me weleens verveeld. Dat kwam doordat de jonge actrice Carla Hoogewijs vanaf de derde rij niet te verstaan was.

Doodzonde, zo'n verkeerde rolbezetting in een verder gaaf ensemble, met eenzaam aan de top de eveneens bloedjonge Sofie Sente. Haar Andromache is een ontstuimig meisje èn een ontroostbare moeder, ze is zèlf een aandoenlijk kind én een gevaarlijke heks. Voor de hoofdrolspeelster in een tragedie vol paradoxen kun je je geen betere combinatie van eigenschappen wensen.