Saksische schat na vijftig jaar gevonden

DRESDEN, 9 OKT. Een amateur-schatgraver heeft ten noorden van Dresden met een metaaldetector een grote, negentiende-eeuwse kunstschat gevonden die aan het Duitse vorstengeslacht Wettin toebehoort. De schat, die werd verborgen bij de invasie van het Rode Leger, is vijftig jaar zoek geweest. Hij bestaat uit ongeveer honderdvijftig stukken.

Volgens Dirk Suendrahm, de Duitse directeur van het Grüne Gewölbe, het goud- en sieradenmuseum in Dresden, gaat het om een belangrijke vondst. De schat was lange tijd zoek. Ook de nazaten van het vroegere Saksische koningshuis Wettin wisten niet waar de schat zich bevond. Veel van de stukken, die in drie kisten lagen ingepakt in geolied of geteerd papier, zijn sterk aangetast.

Onder de stukken zijn kostbare zestiende-eeuwse voorbeelden van goudsmeedwerk, waaronder een bokaal in de vorm van een Morenkop, gemaakt door Wenzel Jamnitzer, en een beker die de klauw van een griffioen voorstelt.

Een deel van de schat werd al in 1945 door het Rode Leger gevonden en meegenomen als oorlogsbuit. Sindsdien is dit deel van de kostbaarheden spoorloos. Om andere wildgravers niet op een idee te brengen, hebben de Duitse autoriteiten de vindplaats van de schat geheim gehouden.

Nazaten van de familie Wettin laten weten 'dankbaar' te zijn dat de voorwerpen terecht zijn. Zij geven niet aan of ze hun eigendom willen opeisen. De familie is verarmd door communistische landhervormingen tussen 1945 en 1949.

De identiteit van de vinders, een man en een vrouw uit Saksen, is geheim gehouden. De man heeft zijn vondst na het opgraven in zijn auto geladen en thuis opgepoetst. Toen hem het belang van de voorwerpen duidelijk werd, heeft hij zijn vondst gemeld.