Opvatting Europese experts; Nederland is geen centrum drugshandel

DEN HAAG/BRUSSEL, 9 OKT. Nederland is niet het grote distributieland voor de drugshandel in Europa, zoals wel wordt beweerd door de Franse president Chirac. Volgens experts van het Europese observatorium voor drugs in Lissabon bestaan voor de meeste verdovende middelen andere belangrijke aanvoerroutes dan de haven van Rotterdam.

“Het zou een grove fout zijn één land als distributiecentrum aan te merken”, zei onderzoeker Richard Hartnoll van het drugsobservatorium (onderzoekscentrum) gisteren in Brussel. Daar presenteerde het observatorium zijn eerste jaarverslag.

Hartnoll: “De cijfers wijzen een heel andere richting uit. In Frankrijk komt het merendeel van de cannabis via de zuidelijke EU-lidstaten Spanje, Portugal en Italië het land binnen. Nederland speelt bij de invoer een niet onbelangrijke, maar zeker niet overheersende rol. Er is niet één specifiek land dat eruit springt.”

Voor heroïne is op Europese schaal een brede variëteit aan aanvoerroutes. “Vergeet daarbij de Oost-Europese landen, de Balkan en Italië niet”, aldus Hartnoll. Synthetische drugs als amfetaminen en meer specifiek xtc-pillen worden wel op grote schaal vanuit Nederland verspreid. “Maar het Verenigd Koninkrijk speelt daarin als distributeur minstens een even belangrijke rol.”

Xtc en amfetaminen zijn vooral in Zweden en Finland aan een snelle opmars bezig. Volgens het jaarverslag heeft in totaal 5 tot 8 procent van de Europese bevolking wel eens met drugs geëxperimenteerd. Dit percentage kan per land oplopen tot ongeveer 15 voor de leeftijdscategorie tussen de 18 en 35 jaar.

Cocaïne en crack, een derivaat daarvan, zorgen vooral in de grote Europese steden voor steeds meer problemen.

Heroïne blijft echter de grootste bedreiging, vooral door besmetting met het hiv-virus als gevolg van injecties met vuile naalden. In de hele Europese Unie zijn naar schatting tussen een half miljoen en een miljoen heroïneverslaafden. Dat komt per land neer op gemiddeld 0,05 procent verslaafde heroïnegebruikers. Tussen de verschillende lidstaten bestaan geen grote verschillen in het totale aantal drugsverslaafden. Hartnoll: “Ook als je bijvoorbeeld kijkt naar Frankrijk, Nederland en Duitsland. Dat duidt erop dat het nationale drugsbeleid niet altijd verschil uitmaakt.”

Minister Sorgdrager (Justitie) zei in een reactie “het bemoedigend te vinden” dat Nederland nu eens niet wordt afgeschilderd als de grote boosdoener op drugsgebied. “In Nederland wisten we dat wel maar het is buitengewoon plezierig als een prestigieus instituut als het observatorium het bevestigt”, aldus Sorgdrager.