N-Zeeland wacht periode van economische rust

WELLINGTON, 9 OKT. Het koffieschap in de plaatselijke Nieuwzeelandse supermarkt biedt nu diverse Italiaanse, Duitse en Nederlandse koffiemerken. Espresso, Arabisch, Braziliaans, snelfilter, dompelaar, koffiebonen: een bewuste keuze van het ontwaakbrouwsel kan de koper minutenlang bezighouden.

Die gecompliceerde voorpret ontbrak een jaar of tien geleden nog geheel: toen was er keus tussen maximaal twee merken gemalen koffie en een merk oploskoffie van wel zeer dubieus gehalte. Nieuw-Zeeland is welvarender en staat tegenwoordig open voor de import van kwaliteitsartikelen: tastbare zegeningen van twaalf jaar intensieve economische hervormingen.

De verkiezingen van komende zaterdag lijken het einde in te luiden van die radicale marktgerichte economische hervormingen die het land internationale lof, een economische groei van drie procent per jaar en een relatief lage werkloosheid van zes procent brachten. Want ondanks de goede economische rapportcijfers kan de regering van de conservatieve premier Jim Bolger niet op prolongatie rekenen. De opiniepeilingen geven aan dat een centrum-linkse coalitie (de zetels zullen voor het eerst in de geschiedenis volgens een stelsel van evenredige vertegenwoordiging worden verdeeld, omdat het districtenstelsel drie jaar geleden per referendum werd afgeschaft) het hervormingsvermoeide Nieuw-Zeeland naar economisch rustiger wateren zal koersen.

De economische wervelstorm begon in 1984 onder de Labourregering van premier David Lange, onder de beschutting van de linkse nucleaire ontwapeningsvlag en een jarenlange ruzie met de Verenigde Staten. Tariefmuren werden geslecht, subsidies afgeschaft, staatsbedrijven zoals spoorwegen en telecommunicatie geprivatiseerd en de koers van de dollar vrijgelaten. Het niveau van de Nieuwzeelandse AOW voor mensen met andere inkomsten werd gekort.

Het tempo van de hervormingen lag zo hoog dat premier Lange aan het eind van de Labourrit in 1989 aandrong op een adempauze, die hem door zijn rechtse collega's overigens niet werd gegund. Bij de verkiezingen van 1990 maakte de conservatieve Nationale Partij van Labours verwarring (is de partij nu links of rechts?) gebruik door een 'beschaafde samenleving' in het vooruitzicht te stellen.

Zo'n samenleving bleek geen pauze in de economische hervormingsdrift in te houden. De AOW bleef ondanks andersluidende beloften afhankelijk van het inkomen, terwijl Bolgers regering bovendien de arbeidsmarkt grondig aanpakte, een taak die de rechtse Labourpartij wegens de banden met de vakbonden nooit aandurfde.

Bolger snoeide ook drastisch in de sociale uitkeringen, waardoor volgens de vrijwillige hulpverleningsinstanties de armoe in Nieuw-Zeeland tot onaanvaardbare vormen is toegenomen. “Nieuw-Zeeland is door de hervormingen een rijker land geworden, maar de welvaartsgroei was niet gelijkmatig. Dit is in essentie een egalitair land, vandaar dat de kiezers een correctie willen. De belangrijkste partners in een centrum-linkse coalitie, Labour en New Zealand First, zijn economisch beslist niet extreem en die correcties zullen gematigd zijn”, aldus Boudewijn Klap, zakenman in Wellington. Hoewel de Nieuwzeelandse werkgeversorganisaties nog intensief campagne voeren om de verworvenheden van de afgelopen twaalf jaar niet prijs te geven, lijkt het bedrijfsleven zich neer te leggen bij het verlies van Bolgers Nationale Partij. Een onderzoek van The National Business Review geeft aan dat bedrijfsdirecteuren vinden dat de economie zo gezond is, dat deze de beleidsveranderingen van elke mogelijke coalitie kan weerstaan.

Labour zegt nu spijt te hebben van de hervormingsdriften van de jaren tachtig. “Natuurlijk waren veranderingen nodig, maar de juggernaut bleef doorrollen, ook lang nadat het verstand aangaf dat dit geen enkele zin meer had”, zegt de nieuwe Labour-partijleider Helen Clark. De voormalige ontwapeningsminister, eens boegbeeld van de linkervleugel van de partij, heeft de moeilijke taak het vertrouwen van de verwarde Labourkiezers terug te winnen. Ze pleit voor een sociaal-democratisch model van Westeuropese snit, waar de regering garant staat voor goed onderwijs en gezondheidszorg, sectoren waar de Nationale Partij het marktgerichte denken in toenemende mate heeft ingevoerd.

Clarks campagne wordt door twee kleinere oppositiepartijen bemoeilijkt. De linkse Alliantie vindt steun bij de tradionele linkse aanhang van Labour. De Alliantie pleit voor verhoging van invoerrechten, progressievere belastingen en gratis gezondheidszorg en wil tevens de onlangs aan een Nieuwzeelands-Chinees consortium verkochte staatsbossen terugkopen.

Dat geldt ook voor de New Zealand First Partij, die steun vindt bij de autochtone Maori's en bejaarden. New Zealand First, geleid door Winston Peters, voormalige Maorizakenminister in Bolgers regering, staat een economisch nationalisme voor, dat de buitenlandse beheersing van strategische bedrijfsklassen (bosbouw, telecommunicatie, nutsbedrijven en grote boerderijen) wil verbieden. Hoewel Peters een coalitie met de Nationale Partij niet uitsluit, lijkt hij onder druk van zijn achterban te gaan kiezen voor een samenwerkingsverband met Labour.