'Ministerie remt uitzetting Chinezen'

ROTTERDAM, 9 OKT. Uit vrees voor economische sancties remt het ministerie van Buitenlandse Zaken het uitzettingsbeleid af ten aanzien van uitgeprocedeerde Chinese asielzoekers.

Dat zegt rechercheur G. van Stek in de interne bedrijfskrant Tribune D2 van de politie van Amsterdam. Deze 'vertrouwensman Aziaten' van het bureau Warmoesstraat zegt dat hij na een gesprek met de eerste secretaris van de Chinese ambassade is gebeld door het ministerie van Buitenlandse Zaken. “Het verzoek van Buitenlandse Zaken was om deze goede man niet meer onder druk te zetten”, aldus Tribune D2.

Van Stek vertelt in het politieblad ook over een lezing van de Binnenlandse Veiligheidsdienst voor rechercheurs van de Amsterdamse politie. “Die werd gegeven door de heer Stevens. Stevens verklaarde doodleuk dat het Nederlandse bedrijfsleven de politiek onder sterke druk zet de Chinese overheid zo min mogelijk te irriteren. Dit in verband met een groot aantal orders voor nu en in de toekomst.”

Medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) van het ministerie van Justitie, de instantie die samen met de marechaussee belast is met het uitzetten van illegalen, hebben zich volgens Tribune D2 bij Buitenlandse Zaken over de gang van zaken beklaagd. “Maar men heeft bij de Dienst niet de indruk dat dat echt geholpen heeft”, aldus het blad.

Een woordvoerder van de Amsterdamse politie wil niet zeggen of “wat daar staat waar is of niet waar”, omdat het een interne publicatie betreft. BZ ontkent dat “er een koppeling bestaat tussen het beleidsterrein van de afgewezen asielzoekers en het economische belang”. De IND laat weten dat er geen gedragslijn bestaat van BZ waarin op terughoudendheid wordt aangedrongen.

Rechercheur Van Stek staat achter zijn uitspraken, want “die zijn gebaseerd op mijn eigen ervaring”. Een medewerker van Tribune D2 zegt: “Er wordt met twee maten gemeten. Als de Marokkaanse ambassade niet meewerkt om illegale Marokkanen uit te zetten wordt Marokko onder druk gezet, maar China wordt ontzien.” Directeur J. van Tilborg van de vluchtelingenorganisatie Inlia heeft een soortgelijke ervaring. “China wil ze niet hebben en Nederland durft niet aan te dringen.”

Pagina 6: IND: moeizame onderhandelingen

De IND laat weten dat de onderhandelingen met China over het terugnemen van afgewezen asielzoekers “heel moeizaam zijn”. Alle landen hebben de volkenrechtelijke plicht hun illegaal in het buitenland verblijvende onderdanen terug te nemen, maar de Chinese ambassade weigert vaak om vervangende reisdocumenten uit te schrijven, aldus de IND, waardoor illegale 'documentloze' Chinezen 'technisch onuitzetbaar' worden.

In juni 1994 (in Beijing) en december 1995 (in Den Haag) is er tussen Nederland en China onderhandeld over “het verbeteren van de afgifte” van vervangende reisdocumenten. “De Chinezen doen hun best”, aldus een woordvoerder van Buitenlandse zaken. “Er zijn in de wereld 50 miljoen Chinezen die geen staatsburger zijn van de Volksrepubliek China. Daardoor is het vaststellen van iemands identiteit èn nationaliteit niet altijd mogelijk.” Anderzijds probeert China de bevolkingsaanwas af te remmen, onder meer met een rigide geboortenpolitiek.

Uit cijfers van de IND blijkt dat de Chinese ambassade in Den Haag slechts een fractie van de verzoeken voor een laissez-passer honoreert: 26 van de 343 aanvragen in 1995, en 13 van de 163 in het eerste kwartaal van 1996. Wel is ten opzichte van vorig jaar de gemiddelde behandelingsduur scherp gedaald, van zes naar twee maanden, wat neerkomt op een snellere afwijzing.

Tot 1990 - met de bloedige onderdrukking van de studentenbeweging op het Plein van de Hemelse Vrede nog vers in het geheugen - kregen vrijwel alle Chinese asielzoekers een verblijfstitel. In 1995 daarentegen raakten ongeveer 800 Chinezen uitgeprocedeerd. Volgens Tribune D2 wordt deel van hen “gewoon op straat gegooid” of “over de grens in België of Duitsland gedumpt”.

Rechercheur Van Stek, die zich al vijftien jaar met de Chinese bevolking in Amsterdam bezig houdt, krijgt in zijn werk met deze categorie te maken. “Het spreekt vanzelf dat deze mensen niet van de lucht kunnen leven”, zegt hij in het politieblad. “Een deel vindt illegaal werk, een deel komt in de criminaliteit terecht.”

Staatssecretaris Schmitz van Justitie heeft een stappenplan ontwikkeld om uitgeprocedeerde asielzoekers die niet meewerken aan hun eigen verwijdering op straat te zetten. Er is begonnen met Chinezen (en Eritreërs en Ethiopiërs) omdat er “momenteel geen beleidsmatige belemmeringen bestaan tegen verwijdering van juist deze groep”, aldus een circulaire van Justitie van 24 oktober 1994.

Een woordvoerster van de IND zegt dat uitsluitend personen die dwarsliggen (door een valse naam op te geven) op straat belanden. Maar de rechtbank van Alkmaar heeft deze zomer geoordeeld dat een Chinees uit Medemblik ten onrechte uit de opvang dreigde te worden gezet. Uit het feit dat de Chinese ambassade geen uitreispapieren wil verstrekken, valt volgens de rechter niet af te leiden dat de asielzoeker onjuiste personalia heeft opgegeven. “Uitgeprocedeerde asielzoekers die door China zelf geweigerd worden kun je niet verwijten dat ze niet uit Nederland verdwijnen”, zegt Van Tilborg van de stichting Inlia.