Lectuur voor kamerleden

Een week geleden stond op de Opiniepagina een kort pleidooi voor de invoering van filosofie als regulier vak in het middelbaar onderwijs. Het was van de hand van leraar Huib Schwab en hoogleraar Hélène Dupuis. Ik stem er van harte mee in, maar zal hun argumentatie hier niet gaan herhalen of samenvatten.

Gevreesd wordt, naar ik begrepen heb, dat het desbetreffende wetsvoorstel - dat deze maand in de Tweede Kamer aan de orde komt - het niet zal halen. De gezamenlijke onderwijsspecialisten zullen dat gaan verhinderen, naar verluidt.

Ik wil mij hier een ander verloop dromen.

Voor één keer richt ik me daartoe zonder omwegen tot de honderdvijftig Nederlanders die namens de overige vijftien miljoen hun hersens telkens vier jaar laten kraken in het belang van het land, de eigen partij, en anders toch in elk geval de eigen carrière. Dames en heren Kamerleden! Ik som u de tekenen des tijds op, in de wetenschap dat u ze zelf ook reeds lang onderkend zult hebben. Stuk voor stuk wijzen ze uit dat het de hoogste tijd is om in dit land van Erasmus en Spinoza, dat aan Descartes en vele anderen de gelegenheid bood er te werken en te publiceren, het vak filosofie welkom te heten in het onderwijscurriculum, ook al is het dan een van de allerlaatste Europese landen die dit doen.

In de religieuze uitholling overdwars - het is een fenomeen waarin de Nederlandse samenleving andermaal en al heel lang als Europees gidsland lijkt te functioneren - is er een toenemende behoefte aan energieke postpostmoderne argumentatie op het gebied van waardebepaling en ethiek. Nietwaar?

Dat we tegelijkertijd zo stom zijn geweest om, in datzelfde middelbaar onderwijs, de training in de historische dimensie van elk denken onderuit te halen door het vak geschiedenis van elke verplichte zwaarte te beroven, is een andere beschavingsramp geweest die zich in alle stilte heeft voltrokken. Al zulke enkelvoudige vernieuwingen, al dat ogenschijnlijke pragmatisme, ze zullen nog verschrikkelijk duur blijken te zijn. Het zijn culturele aderlatingen van enorme omvang.

Graag wil ik mij hier dus een Kamerlid dromen. Een Kamerlid dat zich, een jaar of tien geleden, de gelegenheid niet heeft laten ontgaan om de 'Geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland' aan te schaffen, die in twintig verrassende delen, aan de hand van de teksten zelf, inleidde in Agricola's logica, Coornherts ethiek, Grotius' natuurrecht, Moleschotts biochemie, Niewentijts wiskunde - enzovoorts. Thans overigens tegen gereduceerde prijs, in cassette.

En anders heeft het Kamerlid wel genoten van Willem Otterspeers prijswinnende biografie van Bolland. Of van het schitterend uitgegeven 'De verbeelding van de filosofie', dat bijna een jaar lang op de bestsellerlijsten heeft gestaan. Ik houd niet van bestsellerlijsten, maar als zo'n boek erop staat, springt mijn hart op van vreugde.

Misschien heeft het Kamerlid ook wel de kortste weg genomen en het ogenschijnlijke kinderboek 'De wereld van Sofie' gelezen, van Jostein Gaarder, waarin de geschiedenis van de filosofie speels en helder uit de doeken wordt gedaan. Of heeft het Kamerlid zichzelf een plezier gedaan met de pocketuitgave van 'Plato, schrijver', de eigenzinnige greep uit en vertaling van Plato's werk door Gerard Koolschijn. Of anders heeft 't Kamerlid wel genoten van de essays die Patricia de Martelaere bundelde in 'Het verlangen naar ontroostbaarheid'. Ik doe maar een greep uit boeken die veel mensen plezier hebben gedaan.

Wie weet heeft het geachte Kamerlid al verlangend staan bladeren in de zojuist verschenen nog nergens besproken volumineuze vertaling van Sextus Empiricus' 'Grondslagen van het scepticisme', een buitengewoon aardig boek, omdat het zulke uitputtende reeksen van argumenten bevat tegen zowat alles wat het meer of minder gezonde verstand maar staande zou willen houden.

Met een forse inleiding van vertaler Rein Ferwerda, waarin de traditie van het scepticisme, vanaf de oudheid tot en met Derrida en Rorty, geschetst wordt in een zeer aangename eenvoudige stijl. Waarin een klein land groot kan zijn: Duitsland noch Frankrijk beschikt over een dergelijke vertaling.

Het zal het Kamerlid ongetwijfeld opgevallen zijn dat er langzamerhand gesproken kan worden van een ware leeshonger als het om allerlei klassieken gaat. Nooit waren er zoveel vertalingen tegelijk van Homerus, van Plato, van Sappho, van de grote tragedieschrijvers, van de geschiedschrijvers, van de filosofen. Maar het Kamerlid heeft zich natuurlijk net als andere mensen allang afgevraagd hoe het toch komt dat het gymnasium tegen alle verdrukking in zo sterk gegroeid is; nu juist het schooltype waar veel aandacht besteed wordt aan een oude schriftelijke cultuur die - ook ideeënhistorisch - van onverminderd vitaal belang moet worden geacht.

Als ik Kamerlid was, kocht ik een boek. Als ik Kamerlid was, liet ik me uitnodigen op een van de twaalf scholen waar inmiddels al vijftien jaar lang geëxperimenteerd wordt met filosofie - tot het grootste wederzijdse genoegen van leerlingen, leraren en ouders. Bij ons thuis is het peil van de discussies met sprongen gestegen sinds mijn oudste dochter zich voorbereidt op een eindexamen in onder meer de filosofie. Was ik maar Kamerlid! Ik zou de eigen onderwijsspecialist, als ik dat zelf niet zou zijn, de oren maar al te graag wassen.