Kritiek op opheffing kantongerecht

DEN HAAG, 9 OKT. De doelmatigheid en de snelheid van de kantonrechtspraak zullen vermoedelijk verdwijnen als de 61 kantongerechten worden opgenomen in de arrondissementsrechtbanken.

Dat staat in een vertrouwelijk concept-rapport van de Dienst Prisma van het ministerie van Justitie, die bezig is met een doorlichting van de arrondissementen. De doorlichting, waarbij onder meer 21 kantongerechten zijn onderzocht, wordt verricht door onafhankelijke onderzoekers.

Volgens het zogenoemde Prisma-onderzoek zal de inzet van veel medewerkers van de kantongerechten afnemen als de integratie die minister Sorgdrager wil doorvoeren, vanaf volgend jaar haar beslag krijgt. Veel van de inspanningen hadden tot doel “de ondergang van de kantongerechten” af te wenden.

De minister wil de reorganisatie van de rechterlijke organisatie doorvoeren om meer eenheid te creëren en om de 'cliëntgerichtheid' van de rechtspleging te verbeteren. De kantonrechters verzetten zich fel tegen de 'opheffing' van hun gerechten onder verwijzing naar de snelheid, de laagdrempeligheid en de kwaliteit van de kantonrechtspraak.

De “dreiging” van die integratie heeft geleid tot veel meer samenwerking tussen de kantongerechten, aldus het concept-rapport. “Onderlinge bijstand, gezamenlijke verantwoordelijkheid, aanpassing van afwijkende werkprocessen en plaatselijke eigenaardigheden worden als noodzaak erkend en geaccepteerd.” De 'produktie' van de kantongerechten is tussen 1992 en 1995 gestegen met gemiddeld meer dan vijftig procent. Kantonrechters spreken doorgaans op relatief korte termijn recht in kleinere zaken, bijvoorbeeld op gebieden als arbeids- en huurrecht.

Veel kantonrechters en medewerkers van de gerechten zien als een berg op tegen de integratie in de arrondissementsrechtbanken, zo blijkt uit het onderzoek. Kantonrechters geven in gesprekken met de onderzoekers aan terug te willen gaan in de advocatuur of voor vervroegde uittreding te kiezen. “Er zijn slechts enkelen aangetroffen die de integratie echt 'zien zitten' of er neutraal tegenoverstaan.”

Een aanzienlijk deel van de weerstand bij de kantongerechten tegen de integratie komt voort uit de ervaringen met de arrondissementen. In regio's waar de bestuurlijke leiding over het kantongerecht in handen is van het management van een arrondissement voelen de kantongerechten zich in veel opzichten tekort gedaan, zo concluderen de onderzoekers. “Men ervaart collega's uit de rechtbank als neerbuigend en arrogant, terwijl men trots is op de eigen prestaties.”

Volgens de Dienst Prisma menen de kantongerechten “soms zeker terecht” dat zij door de stafdiensten en het arrondissementsbestuur “als stiefkinderen” worden behandeld. Zij moeten het doen met “afgedankte pc's, faxen, minder aandacht voor huisvesting, meubilair en schoonmaak”.

Terwijl de Tweede Kamer nog twijfelt over de noodzaak van de plannen van minister Sorgdrager, krijgen de kantongerechten steun van veel van hun“gebruikers”. Zo is de advocatuur volgens het onderzoek van de Dienst Prisma “zeer positief” over het contact met de kantongerechten. Daarbij roemen zij onder meer de bereikbaarheid, de klantgerichtheid en de snelheid bij de gerechten. Ook de deurwaarders beoordelen de kantongerechten positief. Zowel deurwaarders als advocaten verwachten “weinig heil van de voorgenomen integratie”. Zij verwachten “alom meer bureaucratie, langere doorlooptijden, langere wachttijden bij zittingen”. Er is in de doorlichtingen “geen advocaat of deurwaarder aangetroffen die de integratie een nuttige zaak” vond.

Uit een hoorzitting die de vaste Kamercommissie voor Justitie vorige maand hield met vertegenwoordigers van de rechterlijke macht en de advocatuur, bleek dat kantonrechters en rechtbankpresidenten het nog lang niet eens zijn over de integratie. Het Kamerlid Kalsbeek (PvdA) uitte haar “grote zorgen” en meende dat er meer sprake was van een “loopgravenoorlog dan van een behoedzaam bouwen aan een nieuw rechtsgebouw”.

De Arnhemse rechtbankpresident D.J. van Dijk en de Amsterdamse kantonrechter J.A.L. Brada ontkenden dat ten stelligste. “Er wordt positief en goed samengewerkt”, zei Van Dijk, al weten de betrokkenen dat zij een “verschillende visie” hebben. Brada zag geen loopgravenoorlog, maar constateerde wel dat de rechtbankpresidenten “vrij sterk” benadrukken dat er “niet te praten valt over de vraag hoe wij onze kantonrechtspraak beschermd kunnen overbrengen” naar de rechtbanken. L.R. van der Weij van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) meent dat het goede van de kantongerechten behouden zal blijven. Op den duur zal er zelfs een “wederzijdse bevruchting” plaatshebben, zei Van der Weij.

Minister Sorgdrager heeft de kantonrechters toegezegd dat zij de integratie, die volgend jaar moet beginnen en na vijf jaar zal zijn afgerond, nauwkeurig zal volgen om mogelijke ongewenste ontwikkelingen als grotere achterstanden in de rechtspraak te voorkomen.