Kok: uitspraken koningin zijn geen inbreuk op grondwet

DEN HAAG, 9 OKT. De uitlatingen van koningin Beatrix over de zaak -Roëll zijn geen inbreuk op haar grondwettelijke onschendbaarheid. Dit bleek gisteren in de Tweede Kamer uit antwoorden van premier Kok tijdens de begrotingsbehandeling van Algemene Zaken op vragen van CDA en D66 over het staatsbezoek aan Zuid-Afrika.

De koningin is volgens Kok in Zuid-Afrika “op geen enkele wijze” afgeweken van de eerder gegeven antwoorden van Van Mierlo en van hemzelf. Tijdens het staatsbezoek zei de koningin tegenover de pers dat zij de berichten omtrent haar bemoeienis met de overplaatsing van de voormalige Nederlandse ambassadeur Röell in Zuid-Afrika 'complete onzin' vond. Zij distantieerde zich daarmee van het bericht dat zijzelf bij minister Van Mierlo zou hebben aangedrongen op overplaatsing van Röell. Aanleiding zou onder meer zijn een buitenechtelijke relatie van de ambassadeur enige jaren geleden.

Eerder had Van Mierlo gezegd dat de “privéomstandigheden van de ambassadeur geen rol hadden gespeeld bij de overplaatsing”. Kok heeft zich in gelijke bewoordingen uitgelaten.

De premier erkende wel dat “als in de marge van een staatsbezoek voor journalisten de mogelijkheid wordt gecreëerd om uit de mond van de koningin zelf en van andere leden van het koninklijk huis iets te horen over hun bevindingen tijdens zo'n reis, daarmee wordt toegestaan dat de deur van het glazen huis waarbinnen de onschendbaarheid bestaat even op een kiertje wordt gezet.”

De Kamerleden Mateman (CDA) en De Graaf (D66) vroegen Kok of de koningin met haar uitspraken niet haar eigen grondwettelijke onschendbaarheid in gevaar brengt. Mateman zei er begrip voor te hebben dat de koningin het nodig oordeelde het bericht over Röell te ontkennen “maar dit zou geen procedure moeten zijn die in de toekomst vaker wordt gehanteerd”. Volgens De Graaf is “het wezenlijke van de onschendbaarheid dat de koningin niet in discussie wordt gebracht”. Daarom noemt De Graaf het “opmerkelijk” dat de vorstin zich “nadrukkelijk in de discussie rond haar persoon heeft gemengd”.

Het Kamerlid vroeg de minister-president of aan dit optreden van koningin Beatrix niet het risico van precedentwerking verbonden is. “In die zin dat de koningin in de toekomst niet langer kan zwijgen als haar persoon of haar Huis in het geding wordt gebracht nu zij eenmaal eerder rechtstreeks reageerde op geruchten.”

Volgens de fractie van D66 zou een dergelijke precedentwerking “geen goede ontwikkeling” zijn. Volgens Kok was hiervan geen sprake. De koningin is naar zijn mening in Zuid-Afrika “op geen enkele wijze” afgeweken van de eerder gegeven antwoorden van Van Mierlo en van hemzelf.