Het gaat Jaguar sinds kort weer voor de wind

Voor de ware liefhebber van Jaguar bestaat er weinig verschil tussen verleden en heden. Een onlangs in Groot-Brittannië uitgevoerd onderzoek onder Jaguar-rijders heeft uitgewezen dat een aantal van hen in de jaren vijftig 's nachts al naar de BBC-radio luisterde om te vernemen hoe de sportwagens van Engelands meest prestigieuze autofabrikant het in de beroemde 24-uursrace van Le Mans deden.

Tegenwoordig wordt door de sportieve Jaguar-rijder in de wintermaanden opnieuw 's nacht regelmatig op de BBC afgestemd. In de jaren negentig gebeurt dit om van minuut tot minuut te volgen hoe het Engelse cricketelftal onder aanvoering van Mike Atherton wordt verpletterd door Australië of de West-Indies.

Het zijn dit soort oer-Britse sentimenten die zelfs het management van Jaguar-moeder Ford op het hoofdkantoor in Detroit ten opzichte van de Engelse dochter voor het blok hebben gezet. Ford wilde de produktie van Jaguar aanvankelijk naar de VS halen. Want Ford, dat Jaguar in 1989 voor 1,6 miljoen pond (4,5 miljard gulden) overnam, was de aanloopverliezen bij Jaguar - die volgens Engelse analisten tot dit jaar 770 miljoen pond bedroegen - meer dan zat. Wat leek om die reden logischer dan de kosten te drukken door de produktie van Jaguar naar de Verenigde Staten over te hevelen?

Nieuwe Jaguar-modellen zouden op hetzelfde chassis kunnen worden gebouwd als nieuwe luxe Ford-modellen voor de Amerikaanse zakenman. Het gebruik van vrije produktiecapaciteit in bestaande Amerikaanse Ford-fabrieken zou voor nieuwe Jaguars aanzienlijke kostenbesparingen kunnen opleveren. Een ander belangrijk voordeel van produktie in de Verenigde Staten is de beperking van het valutarisico. Bij een daling van de dollar kunnen tegenvallende verkoopopbrengsten worden gecompenseerd als ook de produktiekosten in dollars worden afgerekend. Dat is ook de reden dat belangrijke concurrenten van Jaguar als BMW en Mercedes inmiddels produktiefaciliteiten hebben opgezet in de VS.

Om al deze redenen had Ford-topman Alex Trotman vorig jaar al min of meer besloten om de produktie van de Jaguar X200 - een voor het einde van deze eeuw geplande 'kleine' Jaguar waarmee de Britse fabrikant pas echt de concurrentie wil aangaan met luxe volume-merken als BMW en Mercedes - naar Amerika te halen, ondanks de protesten van de Britse overheid die tegen de wil van Brussel in bereid bleek het X-200 project met 200 miljoen gulden te subsidiëren wanneer de produktie in Coventry zou blijven.

Trotman toonde zich aanvankelijk Oostindisch doof voor de Britse protesten. Tot dit jaar ook in Detroit het besef begon te dagen dat het imago van Jaguar in de autowereld blijkbaar dermate bijzonder is dat daar voorzichtig mee dient te worden omgesprongen. Niet alleen in Engeland, ook bij Kroymans - de Nederlandse importeur - regende het klachten van klanten die voor een degelijke Britse automobiel als Jaguar, voorzien van speciaal leer en notenhouten dashboard, wel een meerprijs willen betalen, mits die in Engeland wordt geproduceerd en niet in de Verenigde Staten.

Ondanks het feit dat bijna de helft van alle geproduceerde Jaguars in de Verenigde Staten wordt verkocht zwichtte Ford uiteindelijk voor de negatieve signalen uit andere belangrijke markten als Engeland, Duitsland, maar ook Japan. Jaguar blijft voorlopig in Engeland produceren, besliste Ford.

Meegespeeld in die beslissing heeft ongetwijfeld ook dat het Jaguar sinds kort weer voor de wind gaat. Onder leiding van topman Nick Scheele, een rondborstige Engelsman die zijn leerschool heeft gehad in Detroit, is een opmerkelijke ommekeer tot stand gekomen in de fabrieken in Coventry. Twee jaar geleden lanceerde Jaguar de nieuwe XJ-serie, die al tot een wereldwijde verkoopimpuls leidde. Deze week komt de nieuwe XK8 op de markt, een rasechte sportwagen die bij de ware Jaguar-fan herinneringen oproept aan het E-type, de meest legendarische sportwagen - gebaseerd op racesuccessen - die Jaguar ooit heeft gebouwd. De nieuwe sportwagen kost in Nederland weliswaar tussen de 190.000 en 218.000 gulden, maar Jaguar denkt met het nieuwe produkt toch een aantal kapitaalkrachtige Mercedes-rijders naar het Britse merk te kunnen lokken.

Tijdens een werkbezoek aan Nederland blaakte topman Nick Scheele dan ook van zelfvertrouwen. “Deze auto kan ook kwalitatief wedijveren met de beste produkten van de concurrentie in deze prijsklasse”, verklaart Scheele. “Jaguars stonden vroeger te vaak met technische problemen in de garage. Jaguar was vroeger niet in staat op tijd te leveren en te produceren binnen het geplande budget. Die zaken behoren tot het verleden. Jaguar is momenteel een fabriek die er ook in de 21ste eeuw nog zal staan.” Met financiële steun van moeder Ford heeft Jaguar voor de XK8 een speciale achtcilinder motor ontwikkeld, waarvan de kosten worden geraamd op ruim een half miljard. Het is pas de vierde compleet nieuwe motor die Jaguar in zijn 60-jarige automobielhistorie heeft gebouwd. Er werden ruim twee honderd prototypes gebouwd van de nieuwe motor.

Een andere vraag is of de dealers wel zo blij zullen zijn met het nieuwe produkt. Vroeger werd er aan de Jaguars - waar altijd wel iets aan mankeerde - flink gesleuteld en door de garages dus goed verdiend. Dat lijkt bij deze high-tech krachtbron uitgesloten. De motor is volgens de meest geavanceerde techniek gebouwd en is berekend om 240.000 kilometers probleemloos te kunnen rijden zonder omvangrijke reparaties. Bougies en luchtfilters gaan 50.000 kilometer mee. Geen vetpot voor garagehouders.

Maar Scheele benadrukt dat het allemaal onderdeel uitmaakt van het nieuwe kwaliteitsprogramma van Jaguar, dat vorig jaar 425 auto's in Nederland verkocht.

De echte doorbraak op de markt moet echter komen van de X200, die eind deze eeuw wordt verwacht. Een auto die zichzelf wel zal verkopen, meent Scheele. “Ik zat laatst aan een diner naast een collega-autofabrikant die net 100 miljoen gulden tegen een reclamecampagne had aangegooid om het imago van zijn merk te verbeteren. Jaloers constateerde hij dat er maar twee automerken in de hele wereld zijn waarvoor zoiets overbodig is: Ferrari en Jaguar.”