Het gaat helemaal niet goed met Nederlandse milieu

Gaat het echt goed met Nederland, zoals Wim Kok bescheiden suggereert? Ja, is zijn antwoord, want 'economische groei en verbetering van het milieu kunnen en moeten hand in hand gaan'. Aldus de troonrede, die er nog aan toevoegt dat de uitworp van 'een groot aantal schadelijke stoffen de laatste jaren in absolute zin is afgenomen; dat is bemoedigend'.

De 'Milieubalans 96' van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), onlangs verschenen, bevestigt inderdaad de vermindering van die uitworp. Had dan de Volkskrant op 13 september jongstleden ongelijk, toen zij opende met het nieuws dat het milieubeleid op de meeste punten 'faalt'? En ondersteunde Trouw de volgende dag terecht de visie van Kok met de kop dat het met het milieu 'iets beter' gaat? Zeker is het zo, dat het hergebruik van afval toeneemt, dat de verzuring niet toeneemt en dat in Nederland het gebruik van de ozonlaag aantastende stoffen tot zo goed als nul is gedaald. Maar dat betekent nog niet automatisch dat het beter gaat met het milieu. Als na de jaren van extreem hoge uitworp de omvang daarvan afneemt, zou het evengoed nog zo kunnen zijn dat door de opeenhoping van al die schadelijke stoffen door de jaren heen de natuur het loodje legt. Niet voor niets heeft immers het Nationaal Milieubeleidsplan een hogere taakstelling opgelegd voor de terugdringing van de verzurende stoffen, die niet gehaald is.

Op het gebied van de verzuring heeft de strijd een te beperkt resultaat opgeleverd. De vitaliteit van het bos is er in 1995 niet beter op geworden dan in het jaar daarvoor: het aandeel weinig en niet vitaal bos is in die periode toegenomen van 21 naar 24 procent. De verzuring van vennen is evenmin verminderd, ondanks een kleine afname van de stikstofbelasting. Waar vind je nog vennen met biesvarens? Een onvoldoende vermindering van de uitworp van schadelijke stoffen is aan het eind van deze eeuw dus niet minder alarmerend, stel ik vast, als de snelle vermeerdering in de afgelopen decennia. De druk van de totale neerslag zoals die zich heeft opgestapeld neemt niet af, maar op vele plaatsen eerder toe.

Verzuring, vermesting en verdroging tezamen leveren 'milieustress' op, die ertoe leidt dat vele soorten planten sterk bedreigd worden; met name in Brabant, de Achterhoek en de zuidkant van de Veluwe. De vergrassing en verstruiking van heiden en duinen heeft tot gevolg dat broedvogels die van een schaars begroeide bodem houden zoals veldleeuweriken en tapuiten, achteruit zijn gegaan. In de duinen zijn de dagvlinders, zegt de Milieubalans, 'een schim van wat er vroeger was, toen er nog grote vochtige duinvalleien waren'. Weliswaar worden er af en toe uitbreidingen van sommige vogelsoorten (o.m. de blauwborst, als gevolg van ontwikkeling van de Oostvaardersplassen) gevonden, maar de weidevogels nemen daarentegen af. Het gehele beeld komt het meest treffend tot uiting in de samenvatting dat er tussen 1990 en 1996 zes plantensoorten zijn teruggevonden die al lang niet meer worden aangetroffen, maar dat er daarentegen zestien moeten worden toegevoegd aan de lijst van verdwenen soorten. De balans valt negatief uit.

Wat er in de troonrede staat over de afname van een aantal schadelijke stoffen 'in absolute zin' is dus op zichzelf waar, maar misleidend omdat eraan voorbij wordt gegaan dat de schade ook door een afnemende uitworp nog toeneemt. 'Bemoedigend' is dat absoluut niet. De doelstelling van het Nationaal Milieubeleidsplan was in '89 immers om op zijn minst de toen bestaande natuurlijke variatie aan soorten te redden. Dat is niet gelukt.

Eén van de centrale doelstellingen van het Nederlandse milieubeleid was en is om het areaal aan natuurgebieden te verbinden en te vergroten tot 700.000 hectare, terwijl dat nu 450.000 is: de ecologische hoofdstructuur. De doelstellingen zijn lang niet gerealiseerd. In de Randstad is in de jaren 1990-1995 maar eenderde van de hoeveelheid bos geplant dat in de planning stond. En als het referendum in Amsterdam volgend voorjaar geen 'nee' oplevert, zal er door de demping van het IJmeer zelfs van de ecologische hoofdstructuur worden afgeknabbeld.

Op het gebied van de bestrijding van het broeikaseffect hebben we nu bereikt dat officieel door een parlementaire commissie is vastgesteld dat het bestaat en dat klimaatverandering een gevaar is dat we met maatregelen moeten bestrijden. Welke? De ingrijpende keuzes die daarvoor nodig zijn worden nog altijd vermeden. Ondertussen constateren we dat de doelstelling (3 procent minder CO2-uitstoot in 2000 dan in 1990) niet gehaald wordt, maar dat de uitstoot van CO2 onverbiddelijk (7 procent) groeit. “Het is een gotspe”, zegt minister De Boer niettemin, “om te zeggen dat het milieubeleid mislukt is”. Volgens mijn woordenboek betekent gotspe (Hebreeuws chutspa) 'brutaliteit' of 'vrijpostigheid'. Welnu, alleen al in het licht van de afname van de soorten en de geleidelijke opwarming van de aarde ken ik vrijpostiger conclusies dan die De Boer nu bestrijdt. Dat het goed gaat met Nederland, om er een te noemen.

Hebben de afgelopen jaren aangetoond dat 'economische groei en verbetering van het milieu hand in hand kunnen en moeten gaan'? Misschien was dat mogelijk geweest als de kabinetten-Kok en Lubbers II en III uitvoering hadden gegeven aan de ideeën zoals onlangs vervat in het rapport 'Groeien met minder energie' van de Universiteit van Utrecht. Dat geeft aan dat een verbetering van de energie-efficiency van tachtig procent samen kan gaan met twee procent economische groei en de creatie van 50.000 banen. Maar dan moet er ook ècht wat aan energiebesparing worden gedaan, zowel in de industrie als in het verkeer en in het huishouden. Zo zouden er wettelijke eisen voor het maximum energiegebruik van koelkasten en andere apparaten moet worden gesteld waardoor het energieverbruik vele malen minder kan worden.

Zolang echter het energieverbruik, zoals het geval is, minstens zo hard toeneemt als de groei van de economie en we daarnaast het milieu verder zien verarmen, is de bewering dat 'economische groei en verbetering van het milieu hand in hand kunnen en moeten gaan' slechts propagandistische brutaliteit.