Gemeenten moeten aan Betuwelijn meewerken

ROTTERDAM, 9 OKT. Minister De Boer (VROM) zal gemeenten die het Betuwelijntracé niet in hun bestemmingsplan willen opnemen daartoe dwingen. Desnoods zal zij zelf nieuwe bestemmingsplannen voor die gemeenten vaststellen. Dit heeft de minister aan de Tweede Kamer laten weten.

Negen van de 27 gemeenten langs het tracé van de goederenspoorlijn van de Maasvlakte naar Duitsland hebben geweigerd dat tracé in hun bestemmingsplan op te nemen. Het gaat om het Zuidhollandse Heerjansdam en de Gelderse gemeenten Lingewaal, Buren, Geldermalsen, Lienden, Kesteren, Valburg, Elst en Duiven. Opname in het bestemmingsplan is juridisch noodzakelijk, onder meer om vergunningen die nodig zijn voor de werkzaamheden te verstrekken. Toen dit voorjaar het ontwerp tracébesluit werd gepubliceerd, vroeg de minister de betrokken gemeenten, provincies en waterschappen of zij planologische medewerking wilden verlenen aan de voorbereiding van de aanleg. In het ontwerp tracébesluit is de ligging van de spoorlijn op de meter nauwkeurig vastgelegd, en is bijvoorbeeld precies aangegeven welke huizen moeten worden gesloopt en waar geluidsschermen worden geplaatst.

Om weigerachtige lagere overheden tot medewerking te dwingen beschikt de minister van VROM over een bijzondere bevoegdheid: het geven van een zogeheten aanwijzing krachtens de Wet Ruimtelijke Ordening. Dit bestuurlijke paardenmiddel - in feite treedt de minister rechtstreeks in de bevoegdheid van de lagere overheid in kwestie - wordt zelden toegepast. Minister De Boer heeft het één keer eerder gedaan: in het begin van haar bewind dwong ze de provincie Drenthe mee te werken aan ondergrondse gasopslag bij Langelo. Tot kort daarvoor had ze zich tegen die opslag verzet als commissaris van de koningin in die provincie. De Betuwelijnaanwijzing zal worden verstrekt tegelijk met de publicatie van het tracébesluit. Dit 'definitieve' besluit is al vele malen uitgesteld en wordt nu in november verwacht.

Het geven van een aanwijzing is een bevoegdheid van de minister van VROM, niet van het parlement. Wel kan de Tweede Kamer eventueel over het voornemen debatteren. De Kamer heeft nog niet besloten of ze dat daadwerkelijk zal doen. De betrokken gemeenten kunnen tegen de aanwijzing in beroep gaan bij de Raad van State.

Even zag het ernaar uit dat ook de provincie Gelderland het op een aanwijzing liet aankomen. Maar Provinciale Staten draaiden een besluit van 11 september om de spoorlijn niet in het streekplan op te nemen twee weken later terug. De provincie vond dat de ministers van VROM en Verkeer en Waterstaat alsnog voldoende aan haar wensen was tegemoet gekomen.