Chantal Akerman waagt zich aan lichtvoetige 'screwball comedy'; Cursus psychoanalyse voor beginners

A Couch in New York (Un divan à New York). Regie: Chantal Akerman. Met: Juliette Binoche, William Hurt, Stephanie Buttle. In: Amsterdam, Desmet en The Movies; Rotterdam, Lantaren/Venster; Utrecht, Movies.

Een romantische komedie van Chantal Akerman, dat was tot voor kort even denkbaar als een low-budgetfilm van Steven Spielberg of een western van Woody Allen. De 46-jarige Belgische regisseuse heeft in de afgelopen decennia naam gemaakt als een van de kopstukken van de Europese film-avantgarde. Haar statische, vaak cerebrale films (Jeanne Dielman, Toute une nuit, Nuit et jour) lieten zich weinig gelegen liggen aan conventies als plot of tempo, en werden in de eerste plaats gewaardeerd door de liefhebbers van vorm- en stijlexperimenten. Een bioscooproulement was voor de meeste van haar recente films nauwelijks weggelegd.

Maar nu is er A Couch in New York (Un divan à New York), een verrassend conventionele screwball comedy met William Hurt en Juliette Binoche die duidelijk meer geïnspireerd is door het werk van komedieregisseurs uit Hollywood dan door dat van Akermans vroegere voorbeelden Warhol en Duras. Als A Couch in New York niet zo vol zat met lange, langzame takes en kunstmatig aandoende teksten en decors, zou je zelfs niet geloven dat hij door Akerman geschreven en geregisseerd was.

De 'divan in New York' uit de titel is die van sombermans Henry Harriston, een omhoog gevallen psychiater met praktijk aan huis in de dure Upper East Side van Manhattan. Toe aan vakantie ruilt hij voor een paar weken van appartement met de Franse danseres Béatrice, die hij van tevoren niet ontmoet. In het Parijse krot waar hij terecht komt wordt Henry de steun en toeverlaat van een aantal vasthoudende aanbidders van Béatrice, en probeert hij de psyche van de enigszins wereldvreemde femme fatale te ontrafelen. Intussen ontfermt Béatrice zich in New York over zijn patiënten, die - net als zijn verlepte planten en zijn depressieve hond - veel baat hebben bij haar onconventionele sessies vol menselijke warmte en psychoanalyse voor beginners.

Het 'trading places'-motief alleen zou een te magere basis zijn geweest voor A Couch in New York. Akerman laat Henry dan ook vervroegd terugkeren naar Manhattan, waar hij zich uit nieuwsgierigheid zogenaamd onder behandeling stelt van de nietsvermoedende Béatrice. Natuurlijk is hij in een mum van tijd niet alleen onbekommerder dan ooit, maar ook smoorverliefd op zijn gelegenheidspsychiater, die hij uiteindelijk pas weken later na een hyperromantische balkonscène in Parijs voor het eerst zal zoenen.

A Couch in New York is zeker geen perfect getimede komedie, en hij is beduidend minder hilarisch dan de in titel en thema verwante Hollywoodkomedie The Couch Trip (1988), met een prettige gestoorde Dan Aykroyd als succesvol psychiater. Toch is er genoeg dat Akermans genre-experiment de moeite waard maakt. De rustgevende artificiële sfeer bijvoorbeeld, die wordt opgeroepen door de nadrukkelijk literaire dialogen en door een kleurgebruik dat herinnert aan musicals uit de jaren zestig. Of de roerende scènes waarin Henry toenadering zoekt tot Béatrice.

Daarbij is A Couch in New York een film voor de fans van William Hurt. Hij benadert als de afstandelijke, langzaam ontdooiende workaholic zijn rollen als ridder van de droevige figuur in The Accidental Tourist (1988) en Smoke (1995). Met zijn bedachtzaam toegeknepen ogen, zijn hypnotiserende stem en zijn minimalistische mimiek schept hij een personage dat nog helder voor de geest zal staan wanneer Chantal Akerman zich al lang weer heeft toegelegd op de compromisloze avantgardefilm.