Bezetting Lemonheads blijkt inwisselbaar

Concert: Lemonheads. Gehoord: 8/10 Melkweg Max, Amsterdam.

Rock 'n' roll is kinderspel. En zanger en gitarist Evan Dando van de Lemonheads is een groot kind, verdwaald in het luilekkerland van de rock'n'roll. Eergisteren stond hij nog in benevelde toestand te schreeuwen om verzoeknummers bij Billy Bragg. Gisteren was hij zelf aan de beurt, in de meer dan uitverkochte zaal van het krapste sardineblik van Nederland, het architectonisch gedrocht achter de Amsterdamse Stadsschouwburg dat van de sponsor Melkweg Max moet heten.

Met de titel van zijn nieuwe cd Car Button Cloth verwijst Dando rechtstreeks terug naar zijn kindertijd, toen hij in zijn schoolschrift noteerde dat een speelgoedautootje, een knoop en een stuk textiel niet in een bad vol water bleven drijven. Zelf ging hij in de afgelopen jaren ook bijna kopje onder, want zijn succes als hartenbreker van de Amerikaanse gitaar-undergrounnd ging gepaard met een ongezonde levensstijl van drugs en laat opblijven. In een vlaag van zinsbegoocheling bedacht hij het nummer Purple parallellagram met hulp van Noel Gallagher van Oasis, die zich van dat voorval niets meer kon herinneren en die geen toestemming gaf om het vrolijke deuntje op cd uit te geven.

Vergeleken met het voorlaatste album Come On Feel The Lemon- heads is Car Button Cloth een enigszins voorspelbare verzameling gitaarpopliedjes, waarmee Dando zich op de popmarkt positioneert als een soort Tom Petty van de post-grunge. In zijn eentje vormt hij de kern van een groep die in het tienjarig bestaan aan vele bezettingswijzigingen onderhevig was. Met zijn melancholieke stemgeluid laveert hij tussen countryrock en underground, terwijl ook de bombastische kitschmuziek van typische jaren zeventig-groepen als Kiss en Blue Oyster Cult om de hoek komt kijken. Hoe inwisselbaar de verschillende bezettingen zijn, mocht blijken uit het feit dat zijn huidige groep gedurende één nummer werd vervangen door de muzikanten van het voorprogramma, die met hun ruige versie van The Stooges' Search and destroy voor het meest opwindende moment van de avond zorgden.

Evan Dando is misschien wel de enige zanger die zo'n wilde rocksong op een geloofwaardige manier kan laten volgen door een prachtig ingetogen lied van Gram Parsons, een artiest die een groot stempel drukte op het Lemonheads-repertoire. De MTV-vriendelijke melancholie van It's about time en Into your arms werd voor het laatst bewaard. Daarmee gaf Dando een zweem van professionaliteit aan een mild voortkabbelend en uiteindelijk nogal rommelig optreden, dat als voetnoot bij de (country-) rocktraditie weinig nieuwe inzichten opleverde. Wel voerde Dando zijn kinderlijke naïviteit naar een opmerkelijk hoogtepunt in de bloederige moordballade Knoxville girl van de Louvin Brothers, een lied uit 1956 dat van een ruw en hedendaags randje werd voorzien. Van Purple parallelagram, een nummer dat nota bene door een verblijf in Amsterdam werd geïnspireerd, ontbrak elk spoor.