Arme Tilburgers blij met een schaaltje macaroni

Tilburg wil de armoede op een vernieuwende wijze bestrijden. Daaraan werkt een comité onder leiding van oud-minister E. Hirsch Ballin. De wijk Uitvindersbuurt/Trouwlaan spint er garen bij.

TILBURG, 9 OKT. Bij de doorsnee Tilburger heeft de wijk Uitvindersbuurt/Trouwlaan (6.500 inwoners) geen beste klank. Opbouwwerker T. Brabers in het buurthuis: “Men zegt: 'oei, oei, daar woont wat fraais bij elkaar'. We scoren heel hoog qua achterstand. Dit terwijl de bewoners zelf trots zijn op hun wijk en er hard aan werken om de beeldvorming te verbeteren.”

De werkloosheid ligt op ongeveer 25 procent bij mannen en op 52 procent bij vrouwen. De wijk ligt met een gemiddeld netto inkomen per huishouden van 19.450 gulden wat armoede betreft op een vierde plaats na Groeseind, Jeruzalem en Mariaziekenhuis/Vredeburcht. De wijkt telt voornamelijk kleine, vooroorlogse woningwetwoningen. Klacht is dat de woningbouwvereniging daar weinig meer in investeert.

Er wonen relatief gezien veel alleenstaande moeders. De populatie is volgens Brabers “te weinig gemêleerd; te veel armen, te weinig mensen met een redelijk inkomen”. Vier jaar lang was de buurt “aandachtsgebied” bij de sociale vernieuwing. Brabers: “In het wijkbeheeroverleg zaten te veel bobo's en te weinig bewoners. De resultaten waren te weinig herkenbaar.”

In de twee tot nog toe verschenen rapporten van het comité 'Kansen voor Tilburgers' wordt Uitvindersbuurt/Trouwlaan genoemd als een van de speerpunten in de armoedebestrijding. Voorzitter van dat comité is de voormalige minister van Justitie E. Hirsch Ballin, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg.

In het eerste rapport werd vastgesteld dat Tilburg met een gemiddeld besteedbaar inkomen van 22.000 gulden het laagst scoort van alle vergelijkbare steden in Nederland. Van de Tilburgers heeft 46 procent een inkomen onder modaal. Er wordt gesproken van een “harde kern” van 6.000 huishoudens met een sociaal minimum. Daarnaast zijn er nog eens 12.000 huishoudens die hun inkomen beschouwen als een absoluut minimum, dit op een totaal inwonertal van 165.000.

Van alle Tilburgers heeft 28 procent een uitkering. Het aantal werkloosheidsuitkeringen ligt 60 procent hoger dan het landelijk gemiddelde, er zijn 25 procent meer mensen dan landelijk die van de bijstand leven. Een gebrekkige opleiding en het onvermogen zelf iets aan de situatie te veranderen worden als voornaamste oorzaken van de armoede genoemd.

Bij de presentatie onlangs van het tweede tussenrapport zei Hirsch Ballin: “Het allerergste van langdurige armoede is dat mensen hun contacten kwijtraken, zich weggezet voelen en daardoor soms ten slotte ook hun zelfrespect verliezen. Als het uiteengroeien van arm en rijk niet wordt gestopt, loopt de samenleving gevaar. Vandaar dat ons comité het met name zoekt in wegen om de participatie van armen te bevorderen.”

Voorgesteld wordt het invoeren van een stadspas waarmee de Tilburgers gratis of tegen gereduceerde tarieven toegang krijgen tot culturele en sportvoorzieningen en inkopen kunnen doen, het tot stand brengen van buurtnetwerken, het invoeren van een door de overheid gefinancierd buurtbudget waaruit het opzetten van maatschappelijk zinvolle activiteiten kan worden betaald. Verder nog het terugdringen van de woonlasten en extra financiële steun voor ouderen, onder wie vooral veel 'stille armoede' wordt geleden.

Mevrouw W. Botermans, vrijwilligster van het ouderenproject: “Er zijn weduwen die blij zijn als hun dochters een schaaltje macaroni komen brengen, zodat ze in ieder geval een cadeautje kunnen kopen voor hun kleinkinderen.” Voor kinderen wordt voorgesteld in de buurten mogelijkheden te scheppen voor sport, muziekonderwijs, computerspellen en culturele activiteiten. Jongeren die het risico lopen van 'tweede-generatie-armoede' moeten worden betrokken bij sociale activiteiten, sollicitatiecursussen enzovoort. Verder moet er een beloning komen voor maatschappelijk zinvol geachte activiteiten met een vrijstelling van 3.000 gulden per jaar en een verhoging van de kwijtscheldingsnorm van gemeentelijke heffingen. Botermans: “In plaats van die 3.000 gulden vrijstelling zou men de mensen beter direct kunnen bijspringen als hun wasmachine kapot gaat. Een pasje vind ik ook niet zo geschikt, want dan ziet iedereen dat de drager ervan krap zit.”

Er is in Uitvindersbuurt/Trouwlaan al een 'buurtmoeder' die kinderen tot aan de basisschool les geeft in Nederlands, omdat er een behoorlijke taalachterstand is, niet alleen bij allochtone kinderen.

In het buurthuis is een meldpunt voor klachten. Dat waren er de vorige maand honderd. Ze gaan over losliggende stoeptegels, zwervende vuilniszakken en burenruzies, maar meestal over gevoelens van onveiligheid en over de overlast die een groepje jongeren veroorzaakt bij de Gerardus Majellakerk. In de Korvelse Hofjes zeggen vooral de oudere bewoners bang te zijn om in het donker over straat te gaan. Daar wordt in de onderdoorgangen nog wel eens gedeald en gespoten.

De Tilburgse wethouder W.C. Luijendijk zegt dat de omvang van de financiële injectie voor de armoedebestrijding nog moet worden vastgesteld. “Wellicht komt het uit een herschikking van de middelen.”

Buurtwerker Brabers: “Tot nog toe hebben we in ieder geval met het inrichten van een speelplaatsje voor de kerk en van een hanghoek voor jongeren succesjes geboekt. Het werk van het comité is uitstekend, maar het zou charmanter zijn geweest als we erbij betrokken waren, want als er ergens mensen zijn die gewend zijn om met armen om te gaan, dan zijn wij het wel.”

Coördinator A. Megens van het buurtwerk: “Wat ik goed vind aan het werk van het comité is dat er een erkenning in zit dat het sociaal gezien niet langer kan dat deze regering het bestaansminimum steeds verder aantast.”

Pastor E. van den Berge van de Gerardus Majellaparochie, die ook in het comité-Hirsch Ballin zit: “Ik ben over de aanpak zeer enthousiast. De bewoners voelen zich steeds meer betrokken bij de wijk. De sfeer wordt er een stuk vrediger door. Er wordt gewerkt aan een gezinsproject voor ouders, politie, school en maatschappelijk werk om ontsporing van jongeren te voorkomen. Verder komt er waarschijnlijk een vergoeding voor bijstandsvrouwen die een zieke verplegen, zonder dat ze gekort worden op hun uitkering. Ouderen vinden steeds meer de weg naar sociale voorzieningen, waarvan ze tot nu toe geen gebruik maakten en waardoor miljoenen bleven liggen. We zijn in Nederland een proeftuin. Het gaat steeds meer de goede kant op.”