Verkoop industriële iconen is geen teken van malaise

EINDHOVEN, 8 OKT. Glippen de industriële iconen Nederland door de vingers? Fokker failliet en afhankelijk van Koreaanse redding. DAF na faillissement springlevend, maar nu op de nominatie te worden verkocht aan een Amerikaanse truckfabrikant.

De zwarte borstbeelden van dr. Hub ('Grondlegger van de Daf bedrijven') en Wim ('saamhorigheid in de onderneming') van Doorne staarden gistermiddag naar een hard groene, een rooie en een knalgele DAF. En een pratende president-directeur, Cor Baan. Zal Eindhoven schrikken dat het erfgoed Amerikaans bezit wordt? “De regio Eindhoven is blij, maar verrast. De mensen wisten het niet.”

De assemblage van trucks en vliegtuigen komt in buitenlandse handen, maar in de organisatie van vervoerstromen zoeken Nederlandse bedrijven juist expansie: de ambitie van KLM en Schiphol, de containerfusie van Nedlloyd en P&O en de overname van de Australische vervoerder TNT door KPN.

Drieëneenhalf jaar geleden leek het soms alsof de uitverkoop van de Nederlandse industrie in volle gang was. Een gevoel van 'Indië verloren, rampspoed geboren'. DAF ging failliet, Fokker kwam in handen van het Duitse Dasa, Hoogovens en Philips worstelden om het hoofd boven water te houden. De overheid deed een beroep op het Nederlandse Finanzkapital, de beheerders van meer dan 1.000 miljard gulden spaar- en beleggingsgeld, om een apart fonds te steunen voor de financiering van de industrie.

Het fonds bestaat nog, maar is vrijwel werkeloos. Robuust economisch herstel heeft het lot van de industriële erflaters naar een zijtoneel verbannen. Nederlandse ondernemers genieten met volle teugen van de mondialisering van de economie. Grenzen weg, beurzen open.

Hoogovens is nu een koper (van het Belgische staalbedrijf Boël), al valt de omvang daarvan in het niet bij de 'reuzendoders' als KPN, Ahold, Unilever, ING, Wolters Kluwer en Elsevier die de afgelopen twee jaar elk een buitenlands bedrijf kochten voor 1 miljard gulden of meer. Uit cijfers van KPMG Corporate Finance blijkt dat Nederlandse bedrijven van 1992 tot en met de eerste helft van 1996 voor ruim 41 miljard gulden buitenlandse ondernemingen kochten, terwijl de omgekeerde investeringsstroom ruim 23 miljard was.

Ook de Nederlandse 'maakindustrie' is op overnamepad: Aalberts Industries afgelopen week in Duitsland, Océ van der Grinten kocht vorig jaar de printerdivisie van Siemens Nixdorf. Daartegenover staat een stroom buitenlands kapitaal, met oog voor verborgen schoon. Enkele toeleveranciers voor de chipsindustrie kwamen zo in Duitse handen, het softwarebedrijf Uniface heeft een Amerikaanse eigenaar. De Nederlandse beleggers in Van Doorne's Transmissie verkochten hun aandelen aan het Duitse Robert Bosch.

De somberheid is overgewaaid. Nederlandse ondernemers investeren in de veranderingen in de wereldeconomie: in dienstverlening en de informatiesector. De bedrijfstak kapitaalgoederen is klein, en gaat op in grotere, buitenlandse concerns.