Turkse premier verslikt zich in Libië

ANKARA, 8 OKT. Uit protest tegen de uitspraak van de Libische leider Moammer Gaddafi “dat de Koerden recht hebben op een eigen staat” heeft Turkije zijn ambassadeur in Tripoli naar Ankara teruggeroepen. Daarmee neemt minister van buitenlandse zaken Tansu Çiller openlijk afstand van de buitenlandse politiek van de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij om de Turkse banden met de islamitische wereld aan te halen.

Gaddafi hekelde het Turkse beleid met betrekking tot de Koerden tijdens het bezoek het afgelopen weekeinde van de fundamentalistische premier Necmettin Erbakan aan Libië. Een reis die van het begin af aan uiterst omstreden is geweest omdat Gaddafi er ook in het verleden blijk van heeft gegeven de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK), die strijdt voor een onafhankelijk Zuidoost-Turkije, te steunen. Erbakan zette desondanks zijn zin door. Het argument dat hij hanteerde was dat de uitstaande rekening van Libië aan Turkije (ruim 300 miljoen dollar) vereffend moest worden en dat de handel met het land kon worden verdrievoudigd.

Sinds het aan de macht komen van de Welvaartspartij, enkele maanden geleden, heeft Erbakan het traditionele Turkse buitenlandse beleid bijgesteld. De aandacht is niet langer eenzijdig gericht op een verdere integratie van Turkije in het Westen, maar men richt de blik nu tevens op de islamitische wereld. Zo bezocht hij gedurende zijn eerste buitenlandse reis in augustus onder andere de islamitische landen Iran en Pakistan. Zijn huidige reis voert hem langs de Afrikaanse staten Egypte, Libië en Nigeria.

Wat Erbakan in Turkije vooral wordt kwalijk genomen is dat hij in zijn ijver om de economische betrekkingen met Libië aan te halen, onvoldoende afstand heeft genomen van de vergaande uitspraken van Gaddafi met betrekking tot de Koerden. Daarmee heeft hij volgens de media toegestaan dat de Turkse nationale eer werd bezoedeld. Dat is een bijzondere gevoelige kwestie, gezien de al ruim 12 jaar durende guerrillastrijd tussen het Turkse veiligheidsleger en de PKK in Zuidoost-Turkije. Hierbij vallen gemiddeld drie slachtoffers per dag onder de militairen, wat de haat tegen de Koerden verder opdrijft.

Politieke waarnemers maken uit de ontwikkelingen in Libië op dat de fundamentalisten zich in hun eigen politiek aan het verslikken zijn. En daarmee geven ze de gevestigde seculiere orde een machtig wapen om aan te tonen dat de Welvaartspartij wel degelijk een gevaar is voor het land. Erbakan legt dus als het ware zelf een tijdbom onder de drie maanden oude coalitieregering van zijn Welvaartspartij en de conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP) van mevrouw Tansu Çiller. Zijn bezoek aan Libië wordt in de Turkse media inmiddels dan ook omschreven als de coup van Gaddafi.

De Republikeinse Volkspartij (CHP) heeft aangekondigd een motie van wantrouwen tegen de regering-Erbakan te zullen indienen. De rechtse Moederlandpartij beraadt zich vandaag op de mogelijkheid van een parlementair onderzoek, evenals de Democratische Linkse Partij (DSP). “Want Turkije is niet van zins om Erbakan zijn zonde te vergeven”, aldus de links-intellectuele krant Yeni Yuzyil (nieuwe eeuw) vanmorgen op de voorpagina. De crisis biedt vice-premier en minister van buitenlandse zaken Çiller de mogelijkheid om aan het Turkse publiek te tonen dat ze weliswaar met de fundamentalisten in de regering is gestapt, maar dat het land daarmee nog niet heeft uitgeleverd aan de Welvaartspartij. En zo heeft ze, terwijl Erbakan sprak van een “geslaagd bezoek” aan Libië, de Turkse ambassadeur uit Tripoli teruggeroepen.