Tanzania kan weer opnieuw beginnen

DAR ES SALAM, 8 OKT. Aan de baai van Dar es Salam staat een groot gebouw. Het is leeg. Dit was de School van de Ideologie. In de jaren van het socialisme onder Julius Nyerere kregen alle leiders in Tanzania hier onderricht in de juiste leer.

Grote tekorten aan consumptiegoederen, verlieslijdende staatsbedrijven en ten slotte een embargo van financiële instellingen als het Internationale Monetaire Fonds maakten midden jaren tachtig een einde aan het socialistische experiment en Nyerere stapte op. De ideologie werd begin jaren negentig begraven, maar de leiders die hun opleiding kregen op de School van de Ideologie - de discipelen van Nyerere - oefenen nog de macht uit. “Het leiderschap van Tanzania heeft geleerd zich wantrouwig op te stellen tegen de privé-sector”, zegt een financiële expert. “De regering weet er nog steeds niet mee om te gaan. De leiders moeten leren om stropdassen te dragen.”

De erfenis van Nyerere's economische model is merkbaar in Tanzania. “Onder Nyerere werd ons altijd geleerd: rijk is slecht, iedereen moet gelijk zijn”, vertelt een jonge ambtenaar. “Die mentaliteit leeft voort in de bureaucratie. Persoonlijke rijkdom wekt onmiddellijk wantrouwen op.” George Mbowe staat aan het hoofd van de Privatiseringsraad die alle staatsbedrijven moet verkopen. “We doen al het familiezilver van de hand”, zegt hij lachend, “we willen ware kapitalisten worden. Ons doel is om de economie weer op gang te brengen, competitie te bevorderen en arbeidsplaatsen te creëren”.

Ruim 140 staatsbedrijven zijn sinds 1991 geprivatiseerd of geliquideerd, 250 zullen volgen. Plannen liggen klaar om mogelijk dit jaar nog een beurs voor de handel in aandelen te openen. Daarmee is Tanzania echter nog geen paradijs geworden voor privé-investeerders. “Buitenlandse investeerders moeten zich hier thuis kunnen voelen”, verkondigt George Mbowe. Daarna wordt het plotsklaps donker: de elektriciteit is in heel de stad uitgevallen. Tanzania is een potentieel rijk land met een overvloed aan goede landbouwgrond. De belabberde infrastructuur echter doet de buitenlandse investeerder afschrikken. De spoorwegen, het water- en elektriciteitsbedrijf, de telefooncentrale, schepen, cementfabrieken, al deze overheidssectoren worden nu te koop aangeboden. In de hoop dat in privé-handen de kwaliteit van de diensten zal verbeteren.

Vermoedelijk het grootste succesverhaal van de privatiseringscampagne betreft de bierbrouwerijen. Het staatsbedrijf draaide op eenderde van de capaciteit, er had grootschalige corruptie plaats en er ontstonden in het hele land grote tekorten aan bier. In 1993 nam de Zuidafrikaanse Bierbrouwerijen de helft van de aandelen en het management over. “Besluiten in het bedrijf werden niet genomen op economische, maar politieke gronden”, vertelt de Zuidafrikaan Danie Niemandt. “Wij rehabiliteerden het bedrijf en na twee jaar maakten de brouwerijen voor het eerst in 20 jaar weer winst. Sinds drie maanden bestaan er geen tekorten meer aan bier in het land. Toen we begonnen, controleerde ons bedrijf 25 procent van de markt, de rest van het bier kwam van buiten Tanzania. Dat is nu precies andersom.” De regering zal haar aandelen in het bierbedrijf op de te openen beurs te koop aanbieden.

Westerse donorlanden, het IMF en Wereldbank prijzen de liberalisering van de economie. Maar tevreden zijn ze nog niet. Met de liberalisering kwam de grootschalige corruptie en de donoren zetten daarom in 1994 hun betalingsbalans-steun stop. Het IMF verstrekt nog steeds geen leningen. De nieuwe regering van president Benjamin Mkapa voert sinds enkele maanden een rigoreus bezuinigingsprogramma door - vrijwel alleen salarissen voor ambtenaren worden betaald - in de hoop binnenkort een IMF-lening van 200 miljoen dollar in de wacht te slepen.

Nog vóór een akkoord met het IMF - en dat is uitzonderlijk in Afrika - hervatten enkele donorlanden hun betalingsbalans-steun. De eerste was eind vorig jaar Nederland, dat onder minister Pronk altijd warme relaties heeft onderhouden met het Tanzaniaanse leiderschap. Pronk vond dat Tanzania al voldoende goede wil had getoond, door bijvoorbeeld de liberalisering van de landbouwmarkt, de aanpassing van de wisselkoers en de strijd tegen de corruptie.

Na 20 jaar van socialisme onder Nyerere en 10 jaar beperkte liberalisering onder Ali Hassan Mwinyi die tegelijkertijd de socialistische ideologie bewaarde, staat Benjamin Mkapa voor de opdracht in Tanzania een waarachtig kapitalistische ontwikkeling op gang te brengen. De mentaliteit van de onder het socialisme getrainde bureaucratie en de wetgeving (zoals de ingewikkelde belastingheffing die destijds het socialisme moest financieren) moeten nog aan de nieuwe tijden worden aangepast. Een professor aan de universiteit van Dar es Salam drukt het als volgt uit: “Tanzania probeerde een fase over te slaan in zijn ontwikkelingsproces. Zonder de vorming van een middenstand aan te moedigen en zonder een elite van de bevolking goed op te leiden, probeerde Nyerere de sprong te maken van een arme, agrarische staat naar een modern socialistisch industrieland. Dat is onmogelijk gebleken en Tanzania loopt op economisch gebied daarom ver achter bij de meeste Afrikaanse landen.” Het nog immer straatarme Tanzania moet nu goeddeels van voren af aan beginnen.