Staatsbezoek

De Nederlandse media blijven het maar moeilijk hebben met het taalgebruik tijdens het staatsbezoek van Hare Majesteit de Koningin aan Zuid-Afrika. Ook NRC HANDELSBLAD geeft daar blijk van, onder andere in het onderschrift bij de voorpaginafoto en het hoofdartikel 'Verleden tijd' in de krant van 1 oktober. Er wordt gesuggereerd dat alleen extreem rechts in Zuid-Afrika zou hebben aangedrongen op gebruik van het Nederlands en Afrikaans, naast het Engels.

In feite heeft zowel van Afrikaanse, maar ook van Nederlandse zijde een breed scala aan culturele verenigingen en organisaties die zich op taal- en cultuurgebied bewegen gepleit voor een vanzelfsprekend en voor de hand liggend gebruik van een gemeenschappelijk element in de bilaterale betrekkingen: de taalverwantschap. In Zuid-Afrika zijn ongeveer zeven miljoen burgers die het Afrikaans als moedertaal/huistaal hebben, waarvan overigens meer dan de helft niet-blank. Van de totale bevolking, rond veertig miljoen, is meer dan vijftien miljoen het Afrikaans daarenboven als tweede of derde taal actief machtig. Het Afrikaans is numeriek een grote lingua franca in Zuid-Afrika dan het Engels. Het Afrikaans staat op de ranglijst van talen, na het Zoeloe, op de tweede plaats, terwijl het Engels pas op de vierde plaats staat.

Het Nederlands, mits langzaam en duidelijk gesproken - en dat is Hare Majesteit wel toevertrouwd - wordt dus ruimschoots door de helft van de Zuidafrikanen begrepen. Het schept een extra, juist op de toekomst gericht middel om de betrekkingen tussen beide landen te intensiveren, waarvan ook president Mandela bij herhaling gewag heeft gemaakt. Van zo'n extra dimensie moet tot welzijn van beide landen volop gebruik worden gemaakt.