Shell en Texaco willen toppositie in VS

ROTTERDAM, 8 OKT. Pas toen de Amerikaanse kantoren gistermiddag Europese tijd opengingen kwamen Shell en Texaco met de bevestiging. Beide oliegiganten, 's werelds nummer één en nummer zeven in omzet, voeren onderhandelingen over de bundeling van hun raffinage- en verkoopactiviteiten in de Verenigde Staten.

Terwijl samenwerking tussen oliemaatschappijen op het gebied van oliewinning al decennia lang gebruikelijk is, en samenvoeging van activiteiten in de chemiesector de laatste jaren een hoge vlucht neemt, bleef coöperatie op het gebied van raffinage en verkoop van olieprodukten achter. Daar kwam begin dit jaar verandering in, toen het Britse BP en het Amerikaanse Mobil hun Europese activiteiten op dit gebied fuseerden. Het voornemen van Shell en Texaco (dat ook zijn Saoedische partner Aramco meeneemt) is de tweede grote stap.

Het is daarbij de bedoeling om twee gezamenlijke ondernemingen op te zetten: een voor de Amerikaanse Westkust en een voor de Oostkust en de staten aan de Golf van Mexico. Die tweedeling tussen oost en west heeft niet zozeer een strategische als wel een praktische achtergrond: Texaco heeft aan de westkust zijn activiteiten onder eigen beheer, maar werkt in het oosten al samen met de Saoedische staatsoliemaatschappij Aramco, in de joint venture Star Enterprise. Ook Aramco neemt deel in de samenvoeging van Shell en Texaco. Een besluit wordt pas over enkele maanden verwacht.

Dat de besprekingen gaande zijn, is overigens geen garantie voor een werkelijke overeenkomst: twee kleinere Amerikaanse maatschappijen, Conoco en Phillips Petroleum, braken onlangs soortgelijke besprekingen af omdat ze het niet eens werden over de waardebepaling van de activiteiten die ze in de joint venture zouden inbrengen.

Als het Shell-Texacoproject wel doorgaat, zal de gezamenlijke olieonderneming een dominante positie bereiken op de Amerikaanse markt voor olieprodukten, die met een afname van ruim 16 miljoen vaten (159 liter) per dag de grootste consumentenmarkt ter wereld is. Shell had al een marktaandeel van 7,5 procent, Texaco-Start een aandeel van 7 procent.

Het doel van de operatie is het bereiken van kostenbesparingen op de Amerikaanse markt. Die zullen vooral moeten komen van het gezamenlijk gebruik van transportfaciliteiten, zoals pijpleidingen, en het herstructureren van de verkoopnetwerken. In hoeverre die besparingen te bereiken zijn, daar lopen de meningen ver over uiteen. De eerste, haastige ramingen onder olie-analisten variëren van minder dan 300 miljoen dollar per jaar tot het dubbele. Q. Mulder, analist van ING Barings, raamt voorlopig een besparing van 500 miljoen dollar voor het gehele project.

Hoeveel Shell daarvan voor zijn rekening neemt, is nog te vroeg om te becijferen. Van de pro forma gezamenlijke omzet van Shell en Texaco-Start van rond 30 miljard dollar komt 17 miljard voor rekening van Shells Amerikaanse dochter Shell Oil. En van de winst van 450 miljoen dollar is tweederde afkomstig van Shell. Gezien Texaco's lagere rendement van 5 procent op het geïnvesteerde vermogen, tegen 5,4 procent voor Shell, is het waarschijnlijk dat Texaco het grootste voordeel behaalt. Shell Oil, dat jarenlang onderpresteerde en soms verlies maakte, draait na een forse saneringsronde steeds beter, waardoor de ruimte voor nog een ronde van kostenbeparende maatregelen relatief beperkt is.

Hoe groot de gezamenlijke operatie wordt is nog onduidelijk: aanvankelijke berichten spraken van een waarde van de gezamenlijke bedrijven van 10 miljard dollar, maar Mulder komt op een opgetelde waarde van rond 15 miljard. Het is mogelijk dat sommige bedrijfsactiviteiten buiten de voorgestelde fusie vallen, omdat er regionaal een te grote concentratie kan optreden die indruist tegen de Amerikaanse kartelwetgeving.

De achterliggende redenen voor de fusie zijn de nog steeds lage marges die worden behaald in het Amerikaanse 'downstream' bedrijf. Er bestaat een structurele overcapaciteit aan raffinaderijen, die door de hoger dan verwachte vraag naar olieprodukten in de VS dit jaar even aan het zicht wordt onttrokken,maar vroeg of laat weer zal opspelen. En de concurrentie rond de uiteindelijke verkoop van benzine is moordend.

In dollars per vat olie schommelen de bruto-raffinagemarges in de Verenigde Staten nu rond 2 dollar per vat. In Europa zijn ze slechts anderhalve dollar. Dat is voor beide gebieden hoger dan de lage marges van eind 1994 en vorig jaar, maar nog steeds onvoldoende. En de volgende klap komt er al aan: de prijs van ruwe olie is de laatste maanden fors gestegen naar 24 dollar per vat.Dat is goed voor de upstream-sector van de oliemaatschappijen (exploratie en winning van olie) maar slecht voor de downstream-activiteiten. Het zal even duren voordat de hogere olieprijs waartegen raffinaderijen inkopen kan worden doorgegeven aan de consument bij de pomp, zo dat al mogelijk is. En daardoor worden de marges op dit moment al weer fijngedrukt.

Is de voorgenomen deal met Texaco Shells antwoord op de fusie tussen BP en Mobil in Europa? Het lijkt van niet. Europa kampt met een zo mogelijk nog grotere overcapaciteit dan de Verenigde Staten. Hoewel er al mondjesmaat raffinaderijen gesloten zijn, ook door Shell, blijft de overproduktie hier structureel. Dat betekent dat ook in Europa een verdere concentratie onontkoombaar is. Zo'n oplossing zal niet alleen aan de Europese activiteiten van de oliemaatschappijen ten goede komen. Van de Europese overproduktie aan olieprodukten wordt nu doorgaans de helft verscheept naar de Amerikaanse markt,waardoor het Europese probleem van 'Big Oil' het Amerikaanse probleem alleen maar nijpender heeft gemaakt.