Rode Kruis wil doorgaan met noodhulp Noord-Korea

PEKING, 8 OKT. Het Internationale Rode Kruis overweegt noodhulp aan Noord-Korea voort te zetten. In Noord-Korea heerste op grote schaal hongersnood, nadat het land vorig jaar door ernstige overstromingen was getroffen. Noord-Korea, dat autarkie tot staatsideologie heeft verheven, heeft vorig jaar om de hulp gevraagd.

Volgens Wilma ter Heege, projectcoördinator van het Nederlandse Rode Kruis en in de afgelopen week op inspectiebezoek geweest in enkele van de getroffen gebieden, is nog altijd sprake van een sluimerende hongersnood. “Voor een leek is het misschien niet direct zichtbaar, maar aan de gezichten van de mensen kun je het zien: ze zijn niet vrolijk, ze verkeren in moeilijkheden.”

Verhalen over opgeblazen buiken of radeloze grasetende boeren komen volgens Ter Heege voort uit het inbeeldingsvermogen van sensatiebeluste journalisten uit met name Zuid-Korea en Japan. “Noord-Korea vergelijken met Somalië, Ethiopië of Mozambique gaat te ver”, zegt Ter Heege, die beroepshalve al vele rampgebieden heeft aangedaan. “Het doet mij nog het meeste denken aan Albanië, net na de val van het communisme: de brede straten, de lage levensstandaard en het zichtbaar tekort aan voedingsstoffen.”

Noord-Korea heeft een groot gebrek aan voedsel en de komende rijstoogst biedt weinig reden voor optimisme. Ter Heege laat foto's zien van akkers die nog altijd bedekt zijn met modder en stenen. “Volgens landbouwspecialisten duurt het drie tot vijf jaar voordat die akkers weer bruikbaar zijn.” Ondertussen zal Noord-Korea afhankelijk blijven van buitenlandse hulp. Afgelopen jaar, na de overstromingen en de daarmee gepaard gaande misoogst, leverde de geteisterde landbouwgrond slechts 3,5 ton voedsel op terwijl de Noordkoreaanse bevolking minimaal 5 ton nodig heeft. Het Rode Kruis meent dat ruim een kwart van de 23 miljoen Noord-Koreanen onmiddellijke voedselhulp nodig heeft.

Zuidkoreaanse politici, onder wie minister Kwon O-kie van het ministerie van Nationale Hereniging, zijn ervan overtuigd dat de omvang van de voedselschaarste in Noord-Korea wordt overdreven. Zij baseren zich daarbij op getuigenverklaringen van overgelopen Noordkoreaanse soldaten, waaruit zou blijken dat het grootste deel van wat er nog geoogst kan worden in beslag wordt genomen door het omvangrijke leger. Extra voedsel, afkomstig uit het buitenland, zou volgens dezelfde politici ook op de borden van Noordkoreaanse militairen belanden.

Ter Heege kent de beschuldigingen. Het Internationale Rode Kruis gaat volgens haar echter uitsluitend af op eigen waarneming. “Wij zijn een humanitaire organisatie en laten ons niet leiden door politieke argumenten.” De organisatie stuurt elke twee weken waarnemers naar de voedseldistributiepunten in de getroffen gebieden. “Ter plekke houden wij steekproefsgewijs huisbezoeken en daarbij is nog nooit sprake geweest van misstanden: het door ons verstrekte voedsel belandt waar het moet komen.”

Waarnemers vinden het van betekenis dat Pyongyang om buitenlandse hulp heeft gevraagd. Het land, dat de afgelopen decennia zo halsstarrig heeft vastgehouden aan zijn staatsideologie van totale onafhankelijkheid, zit blijkbaar zo omhoog dat het bereid is gezichtsverlies te lijden in ruil voor voedsel- en energiehulp uit het Westen.

Of het Internationale Rode Kruis door zal gaan met het verlenen van hulp, hangt af van de komende oogst. Ter Heege: “Het is noodhulp en dat dient het te blijven. Zodra het structureel wordt zijn we verkeerd bezig. Noord-Korea zal zich uiteindelijk zelf moeten kunnen redden.”

Buiten Noord-Korea zijn echter maar weinigen ervan overtuigd dat het land in staat is zichzelf te redden wanneer structurele veranderingen uitblijven. Zo heerst alom de gedachte dat een nieuwe misoogst zal kunen leiden tot grote ontevredenheid.