Rechtsorde

Het Kamerlid voor D66, J. Hoekema, pleit in de krant van 2 oktober voor het continueren van de Nederlandse betrokkenheid bij een betere organisatie van de 'internationale rechtsorde'. Hierbij stelt hij vast dat Nederland een naam heeft hoog te houden bij de verdediging van deze 'internationale rechtsorde'.

Los van de vraag of Hoekema gelijk heeft, kan men zich mijns inziens afvragen wat het begrip 'internationale rechtsorde' in zijn ogen nu eigenlijk inhoudt. Gaat hij er bijvoorbeeld vanuit dat de 'internationale rechtsorde' stoelt op precies dezelfde principes als de nationale rechtsorde, die dan naar een internationaal niveau getild zijn? Dit is mijns inziens een tamelijk wereldvreemde gedachte.

De 'internationale rechtsorde', als deze al bestaat, is niet te vergeljiken met de rechtsorde zoals deze - bijvoorbeeld in Nederland - op nationaal niveau aanwezig is, alleen al omdat er op het internationale vlak geen sprake is van een overheid die over een monopolie op het gebruik van geweld beschikt. De 'internationale rechtsorde' stoelt immers op de gedachte van 'self-help'. Op internationaal niveau is er verder geen sprake van een wetgevende macht, noch van een rechtsprekende macht met verplichte jurisdictie. Kortom: de 'internationale rechtsorde' kent een geheel andere basis dan de rechtsordes die in de verschillende nationale staten aanwezig zijn. Met het gebruik van genoemde term moet men dan ook voorzichtig zijn.

H.J.A. Hofland maakt gebruik van aanhalingstekens wanneer hij refereert aan de 'internationale gemeenschap'. Ed van Thijn concludeerde zelfs (25 september) dat deze 'internationale gemeenschap' helemaal niet bestaat. Of deze laatste conclusie nu terecht is of niet: als men de term 'internationale gemeenschap' tussen aanhalingstekens plaatst, lijkt het logisch hetzelfde te doen met de uitdrukking 'internationale rechtsorde'.