Meevallers kwestie van wijsheid én geluk

De ministers van het kabinet-Kok verdedigen de komende weken hun begroting in de Tweede Kamer. Het kabinet is halverwege; tijd voor een tussenbalans. Vandaag: minister Zalm (VVD, Financiën)

DEN HAAG, 8 OKT. De VVD'er G. Zalm voert als minister van Financiën het proefschrift uit dat hij had willen schrijven. Bij zijn leermeester L.F. van Muiswinkel verrichtte Zalm in de jaren zeventig de eerste vingeroefeningen voor een dissertatie. Het zou een briljant proefschrift zijn geworden, meent Van Muiswinkel achteraf. De jonge econoom stond sceptisch tegenover het voorspellen van de economische groei die op zijn beurt de gewenste omvang van de begrotingsruimte van het Rijk zou moeten bepalen. Bij een tegenvallende economische groei stapelen de bezuinigingen zich op. Met name het kabinet-Lubbers/Kok leverde het bewijs voor deze these; de CDA/PvdA-coalitie rolde van de ene in de andere bezuinigingsoperatie. Zalm: “Ik heb me er mateloos aan geërgerd.” Als ambtenaar van Financiën en Economische Zaken en als directeur van het Centraal Planbureau volgde hij twintig jaar lang het begrotingsproces op de voet. Als minister wilde hij een nieuw systeem invoeren, ondanks grote scepsis bij zijn ambtenaren. Nog voordat het kabinet op 22 augustus 1994 officieel werd geïnstalleerd, was Zalm op het departement al bezig met het schrijven van de Miljoenennota 1995. Met Zalm is een nieuwe fase aangebroken in het begrotingsoverleg. De VVD'er heeft het voordeel dat premier Kok in het derde kabinet-Lubbers minister van Financiën is geweest. En kabinetsinformateur Kok heeft in 1994 bij het schrijven van het paarse regeerakkoord, op advies van de toenmalige CPB-directeur Zalm, gekozen voor een behoedzaam scenario van de economische groei. Als minister van Financiën spint Zalm er garen bij. Kok moest in het vorige kabinet zijn collega's steeds confronteren met extra bezuinigingen, Zalm meldt meestal meevallers.

De minister van Financiën heeft bij de start van het kabinet zijn collega's gebonden aan een strak uitgavenkader. Door al in het regeerakkoord vast te leggen hoeveel gedurende de kabinetsperiode mag worden uitgegeven in de collectieve sector (Rijksbegroting, sociale zekerheid en gezondheidszorg), ongeacht mee- of tegenvallers aan de inkomstenkant, bespaart dit kabinet zich de hectiek van voortdurende begrotingsaanpassingen waaronder het vorige kabinet gebukt ging.

De uitgaven zijn aan een maximum gebonden en alleen daarbinnen zijn verschuivingen mogelijk. De vakministers hoeven niet meer bij de 'penningmeester' langs wanneer ze meer geld willen uitgeven nieuw beleid. Ze moeten te biecht bij het hele kabinet.

In de Tweede Kamer prijzen zowel de regeringsfracties als de oppositie het nieuwe begrotingsbeleid, hoewel de kanttekening wordt gemaakt dat door de relatief gunstige economische groei de nieuwe spelregels nog niet hard zijn getest. Ook zijn collega's roemen Zalms beleid en de rol van de minister van Financiën. De VVD'er fungeert als cement binnen de coalitie en PvdA-collega's typeren hem als de 'schaduw-premier'. Het feit dat Zalm lid is geweest van de PvdA speelt daarbij geen onbelangrijke rol. Bovendien kiest de minister van Financiën bewust voor een politiek laag profiel. Ter verdediging zegt hij in het VVD-orgaan Liberaal Reveil: “In de VVD zijn er genoeg anderen die publicitair goed scoren.” Het moet zijn afkeer van tv-camera's verbloemen.

De begroting voor 1997, die Zalm vandaag in de Tweede Kamer verdedigt, heeft hij steeds aangekondigd als zijn belangrijkste; hiermee moet Nederland het definitieve bewijs leveren dat het land zich kwalificeert voor deelname aan de Economische en Monetaire Unie. Een gevolg zal zijn dat de gulden wordt vervangen door de euro. Om aan de monetaire unie te mogen deelnemen, moet Nederland aan een aantal voorwaarden voldoen. In 1992 omschreef Zalm deze criteria nog als 'slecht gefundeerd' en in hoge mate 'arbitrair'. “Dat vind ik nog steeds”, zei Zalm onlangs “maar als minister heb ik nu te maken met een verdrag dat gesloten is en verdragen moet je uitvoeren”. Nederland voldoet aan de criteria. “Als Nederland zich niet kwalificeert, kwalificeert zich geen enkel land”, aldus Zalm.

De EMU en het begrotingsbeleid trekken de meeste aandacht, maar daarnaast is de minister van Financiën ook verantwoordelijk voor het toezicht op de financiële instellingen en het toezicht op de effectenhandel. Zalm heeft gebroken met de cultuur van 'zelfbescherming' in het bedrijfsleven; nieuwe wetgeving op het terrein van beschermingsconstructies, handel in voorkennis en het toezicht op de Effectenbeurs leidt tot meer overheidsingrijpen om meer martkwerking te garanderen.

Belastingen zijn Zalms verborgen passie. Op de HBS vatte hij het plan op om economie te gaan studeren teneinde belastinginspecteur worden. Van Muiswinkel wist de carrièrelijn bij te buigen. Op fiscaal terrein bestrijdt Zalm samen met staatssecretaris Willem Vermeend (PvdA) belastingconstructies waardoor de staat inkomsten derft. Op tal van gebieden is het duo Zalm & Vermeend bezig mazen in de belastingwetgeving te dichten en belastingontwijking te beperken. De belastingfaciliteiten voor het midden- en kleinbedrijf zijn uitgebreid en de fiscale concurrentiepositie wordt versterkt. Op Prinsjesdag kondigden Zalm & Vermeend een onderzoek aan naar het belastingstelsel van de 21e eeuw. Als minister zou Zalm het graag uitvoeren; hij heeft een “wereldbaan” die hij desnoods tot zijn pensioen zou willen vervullen. Als het aan de VVD ligt, wordt Zalm de eerste minister van Financiën die in zijn salaris in euro's krijgt uitbetaald.