Mannen moet je negeren

Een man! Er is een man in de vrouwenklas! De boosdoener is een Somalische cursist uit een andere groep, met zijn goudkleurige bril en donkergrijs streepjeskostuum een uitermate sjieke verschijning in deze omgeving, waar wij meer gewend zijn aan zwarte leren jasjes en groot formaat djellaba's van een onbestemde kleur.

Tijdens de pauze is hij zomaar het lokaal binnen komen stappen, en nu keuvelt hij met Hannah, een landgenote van hem, die bij 's mans entree haastig haar overjas om haar overigens keurige jurk heeft geslagen. Als Noura, een vlotte Marokkaanse, die normaal gesproken blootshoofds en in Mickey Mouse T-shirt in het lokaal zit, de binnendringer gewaar wordt, graait ze ogenblikkelijk in haar tas voor een hoofddoek om haar onvoorstelbare paardenstaart in op te bergen. De Turkse Tulay, die aan het begin van de ochtend zoals gewoonlijk niets heeft uit- of afgedaan en die nu dus ook niets heeft om weer áán te doen, hanteert het wapen van de toegekeerde rug en negeert het ongewenste heerschap met vastberaden ijzigheid. Dat wij in een tijd van inburgeringscontracten en intensieve cursussen het vrouwenklasje voor drie ochtenden per week in stand hebben kunnen houden, mag een wonder heten.

Politiek helemaal correct is zo'n scheiding van de seksen immers niet meer, maatschappelijk gezien is het echter een oplossing voor vrouwen die niet elke dag van huis kunnen, omdat ze een huishouden leiden, kinderen hebben om voor te zorgen en bejaarde (schoon)ouders soms, en omdat ze in dorpen of afgelegen wijken wonen waar nooit rechtstreeks bussen heen gaan; wie niet kan fietsen moet altijd weer lopen.

Niet alle vrouwen reageren vijandig op de Somalische binnendringer: de meesten merken zijn aanwezigheid niet eens op. Poolse en Bosnische vriendinnen zijn op weg naar de kantine waar nog veel méér mannen zitten en waar ze in een speciaal rookhoekje een filtersigaretje kunnen opsteken.

Net als wij zijn zij opgegroeid in een samenleving die misschien in zijn instituten nog onderscheid maakt tussen de seksen (jongens- en meisjesscholen, een jongens- en een meisjeskant in het zwembad, mannen- en vrouwenrijen in de kerk) maar die op het niveau van de gezinnen en vriendschappen aan gemengd gezelschap vanzelfsprekend de voorkeur geeft. Dit is het grootste verschil tussen de zogenaamde Westerse leefstijl en de moslimcultuur die ik in onze gemeenschap voor laagopgeleide mannen en vrouwen heb kunnen constateren: dat de jonge moslimvrouwen het gezelschap van mannen niet kunnen waarderen, maar integendeel, dat ze hun gezelschap geringschatten. Ik heb niemand gekend met een grotere antipathie tegenover Marokkaanse jongemannen dan de vier Marokkaanse meisjes die ik ooit in een gemengde klas had. In de pauze bleven Rabia, Aicha, Houria en Jamila babbelend en flarden pannenkoek met elkaar delend in het lokaal, want de kantine was voor de mannen. Maar toen ik tijdens de laatste les de koffie en het feestelijk bedoelde gebak voor de verandering ín de klas serveerde, namen zij hun kopje en versnapering ter hand en vertrokken naar de kantine, mij verbouwereerd achterlatend met de heren. Ja, dat is normaal voor Marokkaanse vrouwen, zei Abdelrachman, charmante kolos, verlegen. Jij niet boos zijn. Zij niet wil bij óns zitten.

Wie geleerd heeft zo te denken over mannen als Rabia en haar vriendinnen, die kan bijna niet anders dan met een jongen uit de eigen familie trouwen, de cijfers laten zien dat deze praktijk nog steeds veelvuldig voorkomt. Een en ander zal zeker veranderen, nu de tweede en derde generatie op gemengde scholen opgroeit, maar ook voor vrouwen zelf hoeft het niet te laat te zijn.

Op bezoek bij een jonge Turkse krijg ik, als het gesprek door te weinig taal aan beide zijden niet helemaal wil vlotten, een fotoalbum van het laatste familiefeest in de handen gestopt: identieke foto's van dansende mannen en vrouwen, allemaal samen in een en dezelfde ruimte. Sommige vrouwen hebben hoofddoeken, andere vrouwen niet, zeg ik en ik kijk naar haar om te zien hoe ze daarop reageert. Ik ook altijd hoofddoek, zegt ze en haar ogen beginnen te twinkelen. Ik eerst ook altijd hoofddoek, maar twee jaar geleden niet meer. Ze kijkt rond, zoekt de juiste woorden, zegt: nu, ik open.